Boerenzoon brengt met drone elke plant in kaart

Akkerbouw Precisielandbouw heet het: bemesten of besproeien op de vierkante centimeter. Met drones en moderne landbouwmachines is het mogelijk. Dat levert veel op.

Wilco Stollenga vliegt met drones om beelden te maken van akkers. Hij doet het naast zijn studie technische bedrijfskunde. Foto Sake Elzinga

Wilco Stollenga wilde films maken. Als 18-jarige boerenzoon kocht hij een drone en leerde ermee vliegen. Hoog boven de akkers van zijn vader maakte hij foto’s en video’s om te oefenen. Scherend over de velden vielen hem grote verschillen op in de groei van de gewassen – terwijl zijn vader altijd dezelfde hoeveelheid bestrijdingsmiddelen over het land spoot. 200 kilo op een hectare. Dat kon preciezer.

Nu, vier jaar later, kan Wilco Stollenga (22) met zijn eigen dronebedrijf akkers tot op zes centimeter nauwkeurig in kaart brengen. Waar groeien de planten goed? Waar is meer aandacht nodig? Precisielandbouw heet dat. Hij ontdekte dat de bladgroei van gewassen per perceel tot 30 procent kan verschillen.

De gewasbaten kunnen dankzij zijn drones met een tiende omhoog, zegt Stollenga. Maar hij heeft moeite boeren te overtuigen van zijn innovatie.

Stollenga staat deze zomer in een loods voor een aardappelkist met daarop drie drones en een laptop. Een groep dagjestoeristen kijkt verwonderd naar zijn „vliegtuigjes”. Het is open dag bij akkerbouwer Geert Jan Duisterwinkel in het Groningse Vierhuizen, die met de modernste technieken werkt. Stollenga is er op uitnodiging van organisator Waddenland, dat het toerisme in het Waddenzeegebied wil stimuleren. Akkerbouwer Duisterwinkel doet aan ‘precisielandbouw’: hij meet en weet bijna alles van zijn gewassen. Maar drones gebruikt hij niet.

Zo’n honderd bezoekers komen langs, ze vuren tientallen vragen op Duisterwinkel af. Over de hitte, de pootaardappelen en de trekkers. Maar bij Stollenga’s presentatie blijven ze stil.

Tot hij zijn drone inzet.

Een zoemend geluid, als een zwerm wespen, doorbreekt de stilte. De Duitse herder van Duisterwinkel probeert naar de drone te springen, maar ziet deze tot 80 meter hoogte vliegen. Vijf boeren lopen op Stollenga af. In zijn handen houdt hij een besturingsapparaat waarin hij zijn mobiele telefoon klikt. Door de lucht vliegt de drone een automatische route. De beelden van de drone verschijnen op de telefoon.

En dan beginnen de mannen te praten: „Het is toch ongelofelijk”, zegt de ene boer. „Interessant”, mompelt de andere.

Lees ook: Droneregels blijken lastig te handhaven

Foto Sake Elzinga

Van 50.000 naar 90.000 kilo

De Nederlandse landbouw behoort tot de wereldtop. Na de Verenigde Staten is Nederland de grootste exporteur van landbouwproducten, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2017.

En er zit nog veel rek in, zegt Corne Kempenaar, landbouwonderzoeker en specialist in precisielandbouw aan de Wageningen Universiteit: „Er zit een gat van 40 procent tussen de werkelijke opbrengst en de mogelijke opbrengst. Ofwel: gemiddeld oogst een boer nu 50.000 kilo aardappelen per hectare, dat kan groeien naar 90.000 kilo per hectare.”

En wat is de rol van drones daarin? „Dankzij dronebeelden kunnen boeren 20 tot 90 procent besparen op hun bestrijdingsmiddelen”, zegt Kempenaar op basis van eigen onderzoek. Dat is gelijk aan een kostenbesparing van tussen de 20 en 40 procent. „Het zal me niet verbazen als binnen tien jaar veel boeren met drones zullen vliegen.”

Wilco Stollenga is een van de weinige Nederlanders die mogen ‘droneboeren’. Een vergunning voor het commercieel vliegen met een drone kost eenmalig tussen de twee- en vijftienduizend euro, afhankelijk van de grootte van de drone. Ook boeren die zelf met een drone willen vliegen, moeten zo’n vergunning hebben. Door het hele land heeft Stollenga concurrentie van een tiental andere dronebedrijven die over boerenakkers vliegen.

Fulltime boer worden, dat wil Wilco Stollenga niet. Hij begon aan een studie technische bedrijfskunde in Groningen en begon vanuit zijn slaapkamer in Eppenhuizen zijn dronebedrijf. Op de boerderij soldeerde hij een camera onder zijn drone en testte deze. Hij besteedt nu twintig uur per week aan zijn studie en dertig uur aan zijn drones.

Hij maakt 300 foto’s van een perceel. Beelden „op plantniveau” , zegt Stollenga. Aan de boer levert hij een overzichtsfoto, een kleurenkaart en tips. Op de kleurenkaart ziet de boer precies waar de planten hard groeien en waar minder. Daar kan de boer dan meer kunstmest strooien of water laten wegstromen. „Toch moet je altijd nog met de schep het veld in”, zegt Duisterwinkel. Stollenga knikt.

Dan begint het plotseling te plenzen. De drone moet snel naar binnen. Helemaal waterbestendig is het apparaat niet – en Stollenga wil geen risico op kortsluiting bij een apparaat dat 10.000 euro kost.

„We maken vier keer per jaar beelden van de akkers”, zegt hij. „Dus kunnen we om de regen heen werken.” Op één dag, met niet al te veel regen, zou hij bij acht boeren langs kunnen gaan. Toch lukt hem dat nog niet. Er is niet genoeg animo.

Volgens Stollenga verschillen boeren heel erg van elkaar. „De een moest vader opvolgen, maar wilde dat helemaal niet. De ander vindt het wel leuk en geniet van het trekkerrijden op het land. Dan heb je nog de ondernemende boer, die meer risico neemt. En de innovatieve boeren, die op de nieuwste trekkers rijden en investeren in specialistische apparatuur.”

De laatste groep hoort tot Stollenga’s klantenkring. In het Groningse land zijn er daar niet heel veel van. Onderzoeker Kempenaar schat dat 10 tot 15 procent van de boeren op machines rijdt die iets kunnen met de informatie op Wilco’s dronebeelden.

Geert Jan Duisterwinkel is een ondernemende én innoverende boer. Zijn trekkers voldoen aan de nieuwste normen, zoals rijden op gps: met de handen los van het stuur, zonder gas te geven rijdt de trekker op drie centimeter nauwkeurig automatisch over het land. De spuitmachine scant welke planten al bemest zijn en kan per spuit de dosering aanpassen, „waardoor ik 3.000 euro aan bestrijdingsmiddelen per jaar bespaar”. Toch maakt Duisterwinkel geen gebruik van Stollenga’s drones.

Drones zijn iets voor tijdens het seizoen, zegt Duisterwinkel. Dankzij de beelden kun je tijdens de groei van gewassen nog het een en ander „bijsturen” . Maar de pootaardappelen van Duisterwinkel, die op een derde van zijn 117 hectare aan land groeien, zitten maar 100 dagen in de grond. Te kort om tijdens het seizoen verschil te maken in het groeiproces. „En ik wil de bladeren die boven de grond uitsteken niet zien, maar de aardappelen die ónder de grond zitten”, zegt Duisterwinkel.

Het is een opmerking die Wilco Stollenga vaker hoort. Het klopt volgens hem dat de groei van granen en andere langdurige gewassen gemakkelijker te beïnvloeden is tijdens het groeiseizoen. Maar de planten boven de grond zijn „een afspiegeling van wat zich onder de grond begeeft”. Ook bij pootaardappelen. „De opbrengst daarvan is zo hoog, dat het bij elke procent rendementswinst over flinke bedragen gaat.”

Foto Sake Elzinga

5G als aardbevingscompensatie

Het grootste probleem waar Stollenga tegenaan loopt heeft niks met landbouw(-machines) of koppige boeren te maken. Maar met het internet. Het is te traag in het Groningse zeegebied. De internetmasten staan hier zo ver van elkaar dat een volledige 4G-dekking al een utopie is. Voordat Stollenga de dronebeelden van een stuk land op zijn computer heeft staan, is hij uren verder. Nu gaat hij vaak naar zijn studentenwoning in Groningen, waar het internet sneller is. En brengt hij een usb-stick met beelden naar de boer. „Anders is die boer een paar dagen bezig met downloaden”, zegt Stollenga. Maar ook hiervoor heeft hij een oplossing.

Dankzij de aardbevingen in het gebied komt het ministerie van Economische Zaken met compensatiemaatregelen. Eén daarvan: een 5G-netwerk. Totdat het snellere internet er is, kan Stollenga nog altijd bij zijn ouderlijk huis terecht, waar een glasvezelkabel wordt aangelegd. Evenals bij boeren in de buurt.

De komende tijd wil Wilco Stollenga het droneboeren in Nederland volledig onder de knie krijgen. Maar deze innovatie is vooral interessant voor de megaboeren in het buitenland. Duitse boeren die duizend hectare aan graan verbouwen, en geen tijd en manschappen hebben om elk stukje land in de gaten te houden. Dan wordt een dronevliegtuig echt interessant. Stollenga: „Als het in Nederland kan, dan kan het overal.”

    • Mark Middel