Opinie

    • Femmianne Bredewold
    • Evelien Tonkens

Beter luisteren aan keukentafel? Ja, maar dat is niet genoeg

Sociale hulpverlening Of je van naasten meer kunt vragen dan ze spontaan al doen, hangt niet af van wie het vraagt, betogen en .
Foto AH86

Gezinnen moeten zelf de regie houden bij de route naar hulp, betoogt Hedda van Lieshout, bestuurder van Eigen Kracht Centrale (Het gaat wél goed aan de keukentafel, als je luistert, 17/9). Volgens haar leggen beroepshulpverleners hun hulp bij ernstige problemen zoals opvoeding, verslaving of schulden ‘te veel van bovenaf op’. Dat zou een belangrijke reden zijn dat het niet lukt om via keukentafelgesprekken meer leden van een sociaal netwerk in te zetten. Maar als mensen met problemen onder leiding van een ‘onafhankelijke getrainde medeburger’ de kans krijgen om „zelf te denken en zelf de regie te houden, [nemen] ze uiteindelijk zelf verantwoordelijkheid”, aldus Van Lieshout.

Nu kunnen naasten een belangrijke rol spelen bij mensen die hulp nodig hebben, en dat doen ze ook vaak. Maar of je meer kunt vragen dan ze spontaan al doen, hangt niet af van wie het vraagt of van modieuze beleidstermen als ‘zelf beslissen’ en ‘eigen regie’, bleek uit ons onderzoek (Wie hulp nodig heeft, heeft weinig aan een netwerk, NRC 12/9). Er zijn vijf voorwaarden noodzakelijk. Eén: het moet om een praktisch en overzichtelijk probleem gaan. Er moeten, ten tweede, mensen in de omgeving zijn die wel graag willen helpen maar niet goed weten hoe. Drie: zij moeten een warme of minstens positieve band hebben met de hulpvrager. Relaties tussen naasten moeten in de vierde plaats gelijkwaardig en positief zijn. En ten slotte moet er meestal meteen ook professionele hulp worden ingezet. Naasten doen namelijk vaak al (te) veel of er zijn conflicten. Als professionele hulpverleners dan toch op meer hulp aansturen, leidt dat vaak niet tot meer hulp maar wel tot schaamte en schuldgevoel.

Een goed voorbeeld van een situatie die aan alle voorwaarden voldoet: een jong gezin waarin de moeder kanker heeft en nog maar kort heeft te leven. Een drama, waarbij veel mensen graag iets willen doen maar niet goed weten hoe of wat. Dan helpt het om mensen bij elkaar te brengen zodat ze elkaar leren kennen en afspraken kunnen maken over wie wanneer iets met de kinderen kan doen of naar het ziekenhuis kan rijden.

Lees ook: Pas op voor nieuwe tweedeling tussen ‘cans’ en ‘cannots’

Maar we zagen ook andere situaties, zoals de alleenstaande werkloze man met kleine kinderen met gedragsproblemen, waarbij zussen en broers nu eindelijk de kans zagen om hem eens te vertellen wat hij allemaal fout deed. De man liet het gebeuren; die naasten waren immers speciaal gekomen om hem te helpen. Maar niemand hielp en de man bleef eenzaam en gekwetst achter.

We vinden daarom dat je een netwerk niet als wondermiddel in moet zetten, en zeker niet in de plaats van professionele hulpverlening. Als hulpvragers zoveel ‘eigen kracht’ hadden, hadden ze zich niet tot professionele hulpverleners gewend. Ze verdienen bescherming van vernedering en betutteling door naasten, en bescherming van hun persoonlijke, vaak kwetsbare relaties met naasten.

Van Lieshout suggereert dat je het netwerk prima in kunt zetten als je het maar op de juiste manier vraagt en ‘niet van boven af oplegt’. Daaruit blijkt weinig reflectie op de bredere voorwaarden om de inzet van naasten goed te laten verlopen. Ons onderzoek beoogt daaraan bij te dragen. Geen enkele methode of therapie werkt immers altijd.

    • Femmianne Bredewold
    • Evelien Tonkens