Behandel niet de tumor maar de afweer

Nobelprijs Geneeskunde Nobelprijswinnaars Tasuku Honjo en James Allison vonden twee manieren om tumoren aan te vallen, door de rem van het immuunsysteem te halen.

Japanse meisjes met de krant met daarin hun landgenoot, Nobelprijswinnaar voor Geneeskunde Tasuku Honjo. Foto AP

Laat het lichaam zelf de tumor opruimen. Dat is het idee achter immuuntherapie tegen kanker. Maandag kregen twee grondleggers ervan de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde. De Amerikaan James (Jim) Allison en de Japanner Tasuku Honjo vonden allebei een manier waarop ze de ‘rem’ op T-cellen (een soort witte bloedcellen) konden ontgrendelen. Via dit mechanisme kan het eigen afweersysteem van patiënten met zelfs al uitgezaaide kanker geactiveerd worden om de tumoren aan te vallen. Checkpointremmers heten deze nieuwe geneesmiddelen tegen kanker.

„Een zeer terechte prijs”, reageert Piet Borst, emeritus hoogleraar moleculaire biologie en voormalig directeur van het Nederlands Kanker Instituut. „Ik heb in jury’s gezeten van prijzen voor wetenschappers en de naam van Allison kwam vaak voorbij. Dan zeiden we tegen elkaar: die kunnen we wel overslaan, want hij zal uiteindelijk toch wel een keer de Nobelprijs krijgen. Ook Honjo is een zeer capabele wetenschapper, die veel fundamenteel werk heeft gedaan.”

„Jim Allison is ontzettend intelligent en gedegen”, zegt Andrea van Elsas, wetenschappelijk directeur van farmaceutisch bedrijf Aduro Biotech, die in de jaren negentig als postdoc in het lab van Allison in Berkeley werkte. „Een no-nonsense type, Texaan van geboorte. Altijd zorgvuldig. Alles controleerde hij, soms wel drie keer, net zo lang tot hij zeker wist dat het klopte. Hij was de eerste die de sleutel vond om zo een tumor aan te pakken: behandel niet de kanker maar het afweersysteem.”

In het begin stuitte Allison (bijgenaamd The Texas T-cell Mechanic) op veel weerstand van oncologen, die niets zagen in zijn nieuwe benadering, maar hij heeft ze weten te overtuigen. Op basis van de wetenschappelijke ontdekkingen van Allison en Honjo in de jaren negentig zijn intussen verschillende medicijnen op de markt gekomen; stuk voor stuk antilichamen die binden aan de T-cellen en zo de rem van het afweersysteem halen. Het gaat om ipilumumab (Yervoy) dat het molecuul CTLA-4 blokkeert, en nivolumab (Opdivo) en pembrolizumab (Keytruda), die het molecuul PD-1 blokkeren. Daarnaast zijn er medicijnen in ontwikkeling die het aangrijpingspunt van PD1 op de tumorcellen blokkeren: atezolizumab, durvalumab en avelumab. De middelen zijn in staat de tumoren bij uitbehandelde patiënten helemaal te doen verdwijnen. Helaas werken ze niet bij iedere kankerpatiënt: slechts bij één op de vijf slaan ze aan. Waarom dat zo is, is niet bekend. Ook de kostprijs is een probleem: de middelen kosten per patiënt zo’n 100.000 euro per jaar, alhoewel de Nederlandse regering in vertrouwelijke onderhandelingen met farmaceuten waarschijnlijk een lagere prijs heeft bedongen.

In 1996 publiceerde Allison zijn ontdekking in Science. Dat was nog onderzoek bij muizen, maar het bewijs voor de werking was geleverd. Het zou nog tot 2010 duren voordat de eerste klinische studie met het middel bij mensen gepubliceerd werd. Honjo beschreef het molecuul PD1 in 1992, maar wist nog niet wat de functie ervan was. Hij noemde het PD1, een verwijzing naar geprogrammeerde celdood, maar daar bleek het uiteindelijk niets mee te maken te hebben. Het bleek net als CTLA-4 een rem op het afweersysteem, en al even bruikbaar als aangrijpingspunt om de afweer op te zetten tegen tumoren.

Luister ook naar deze speciale Nobelprijs-aflevering van onze podcastserie Onbehaarde Apen: De Nobelprijs voor Geneeskunde, voor onderzoek naar immuuntherapie
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

Forse bijwerkingen

Oncoloog John Haanen van het Antoni van Leeuwenhoek (AvL) in Amsterdam behandelt regelmatig patiënten met deze medicijnen. „Ze hebben forse bijwerkingen. Dat is ook wel te verwachten: je schakelt de natuurlijke rem op de afweer uit. Ook de muizen waarbij het geprobeerd werd, kregen auto-immuun-achtige verschijnselen en uitval van organen. Toch zijn deze medicijnen een belangrijke aanvulling: patiënten met uitzaaiingen waarvoor we eerst niets meer konden doen, kunnen we nu vrij krijgen van tumoren. We spreken van duurzame overleving. Om ze echt genezen te verklaren is de follow-up nog te kort.”

Haanen doet wetenschappelijk onderzoek om te kijken of de middelen bij een bredere groep patiënten kunnen worden toegepast. Nu worden ze eigenlijk alleen nog maar gegeven aan long- en huidkankerpatiënten, maar mogelijk kan een combinatietherapie de werking verbreden naar andere soorten tumoren. Ook loopt er een studie om het middel al in een vroeger stadium aan patiënten te geven, voordat de tumor is uitgezaaid, in de hoop dat dat tot betere resultaten leidt.

Piet Borst: „Je kunt het zo zien: deze therapie is nu op het punt waarop chemotherapie vijftig jaar geleden was. Mijn collega’s in het AvL denken dat we er nog veel van kunnen verwachten.”

    • Sander Voormolen