Wat veranderde er na Las Vegas?

Wapenwetgeving

Een jaar na het bloedbad in Las Vegas maakten staten in de VS hun wapenwetgeving strikter én soepeler. De midterms worden bepalend.

Boven: ‘Einde van het Schooljaar Vredesmars en Demonstratie’ op 15 juni in Chicago. Onder: een van de herdenkingsplekken aan de Las Vegas Strip voor de slachtoffers van de schietpartij in 2017. Foto’s AFP en AP

Binnen 24 uur hadden bloedbanken in Las Vegas voldoende voorraad om de honderden gewonden te helpen. Later boden doktoren aan gratis te helpen met littekens. Voor nabestaanden en gewonden werd 32 miljoen dollar opgehaald.

Las Vegas hielp vorig jaar massaal in de uren en dagen nadat Stephen Paddock deze maandag een jaar geleden vanaf de 32ste verdieping van het Mandalay Bay Hotel 59 bezoekers van een countryconcert doodschoot. Meer dan vijfhonderd bezoekers raakten gewond. Het motief van de schutter is nog altijd onbekend.

Lees ook: Zo plande Stephen Paddock het bloedbad in Las Vegas

In het jaar na dit grootste massa-schietincident ooit kreeg Las Vegas veel hulp, maar geen striktere wapenwetten. Een eerder door de bevolking per referendum aangenomen maatregel die achtergrondchecks bij privéverkopen van wapens aanscherpte, werd door de openbaar aanklager van de staat, Adam Laxalt, geblokkeerd wegens onuitvoerbaarheid. Laxalt sprak op jaarvergaderingen van de NRA. Hij is nu de Republikeinse kandidaat voor het gouverneurschap.

Ruim een maand na Vegas vond in een kerkje in Sutherland Springs, Texas, de volgende massaslachting plaats: 26 doden. In februari eiste een school shooting in Parkland Florida 17 doden. Jongeren uit deze gemeenschap wisten een soort volksopstand tegen wapens tot stand te brengen. In maart gingen honderdduizenden Amerikanen de straat op, het grootste anti-wapenprotest in een generatie.

Staten veranderden wetten

Veranderde er hierna iets in wetgeving? Niet landelijk. Na ‘Vegas’ gingen in het Congres stemmen op om bumpstocks te verbieden – de accessoire waarmee Paddock de vuurkracht van 12 van zijn 23 wapens had vergroot. Ook president Trump steunde dit per tweet. Het idee strandde in het Congres.

Op het niveau van staten was er wel wat beweging – ook in staten onder Republikeins bestuur, blijkt uit een inventarisatie door persbureau AP. Anders dan Nevada ondernam Florida wél actie. De staat verbood bumpstocks, verhoogde de leeftijd voor de aanschaf van semi-automatische wapens van 18 naar 21 en nam een zogeheten Red Flag Law aan. Zo’n wet maakt het mogelijk mensen die volgens hun omgeving een gevaar vormen middels een gerechtelijk bevel hun wapens te ontnemen. Acht andere staten verboden dit jaar bumpstocks, nog zeven namen een ‘rode-vlagwet’ aan.

Het patroon van afgelopen jaar leek op dat in 2012, na de schietpartij in Newtown, zei Michael Hammond, jurist van pro-wapenlobby Gun Owners of America, tegen AP. „Antiwapenstaten werden meer anti-wapen, pro-wapenstaten meer pro-wapen.” Republikeinse staten als Tennessee, Oklahoma en Nebraska verruimden wapenwetten in 2018. Terwijl het Democratische, qua wapens al strikte Californië, vrijdag de aanschaf van een wapen voor jongeren onder de 21 verbood en voor mensen met een mentale stoornis en plegers van huiselijk geweld bemoeilijkte.

Jaar van omslag

Toch is er een reële kans dat 2018 nog een jaar van omslag wordt: na de tussentijdse Congresverkiezingen van november. Voorstanders van restricties op wapenbezit hebben het tij nu mee. Lang was dat anders. Onder president Obama, die wapens wilde inperken, waren wapenfanaten het meest gemotiveerd om naar de stembus te trekken. Dit droeg jarenlang bij aan Republikeinse overwinningen op lagere bestuursniveaus – en daarmee aan verruiming van wapenwetten. Tegelijkertijd namen massale schietincidenten in aantal en dodelijkheid toe. Dit heeft inmiddels gezorgd voor grote steun bij de bevolking voor betere achtergrondchecks, en herinvoering van het verbod op semi-automatische wapens.

Met Trump aan de macht, verlamming in het Congres en de rouw om de vele doden nog vers, zijn het daarom nu tegenstanders van wapens die tot op het bot gemotiveerd zijn om prowapenkandidaten weg te stemmen.

De marsen die de leerlingen van Parkland dit voorjaar organiseerden zijn met hulp van Democraten en antiwapengroepen uitgemond in gecoördineerde acties om progressieve jongeren naar de stembus te krijgen. Het aantal geregistreerde kiezers tussen de 18 en 29 is in swing states (Pennsylvania,Florida) flink gegroeid.

Waar antiwapengroepen financieel gezien nooit in de buurt kwamen van de machtige, door de industrie gespekte wapenlobby NRA, lopen ze hun achterstand nu wat in. Bij een drietal verkiezingen in Virginia, vorig jaar, kwam er zelfs meer geld van anti-wapenlobby Everytown for Gun Safety dan van de NRA – met drie Democratische overwinningen tot gevolg.

Miljardair Michael Bloomberg, oprichter van Everytown, investeerde afgelopen maanden ten minste 15 miljoen dollar in antiwapenkandidaten, onder wie Steve Sisolak, de Democratische gouverneurskandidaat van Nevada. Sisolak is in een nek-aan-nekrace verwikkeld met Adam Laxalt, de man die de betere achtergrondchecks in Nevada tegenhield. Sisolak wil achtergrondchecks uitbreiden, een Red Flag Law aannemen en bumpstocks verbieden.

Bekijk ook onze video over de tactiek van de NRA, waarmee ze steeds het wapendebat weer winnen:

    • Maartje Somers