Het kinderdagverblijf het Hofnarretje aan de Van Woustraat in Amsterdam.

Foto Valerie Kuypers/ANP

‘Misbruikt kind is lastig te identificeren’

In de hoop er lessen uit te kunnen trekken, onderzocht arts-onderzoeker Thekla Vrolijk-Bosschaart de dossiers van de slachtoffers van Robert M.

Ruim eenderde van de kinderen die met kindermisbruiker Robert M. in aanraking zijn geweest, vertoonde in de periode erna „zorgelijk seksueel gedrag”. De kinderen deden seksuele uitspraken, voerden seksuele handelingen uit of hadden juist angst voor seksualiteit. Dat is een van de uitkomsten van onderzoek waarop arts-onderzoeker Thekla Vrolijk-Bosschaart op 11 oktober hoopt te promoveren. Voor dat onderzoek kreeg zij inzage in de dossiers van 125 kinderen tussen 0 en 6 jaar oud die in aanraking zijn geweest met crèchemedewerker en oppas Robert M.

Nadat het misbruik aan het licht was gekomen is een speciale poli ingericht voor de betrokken kinderen en hun ouders in het Emma Kinderziekenhuis van het AMC. Van 54 van die kinderen staat vast dat zij zijn misbruikt, bijvoorbeeld omdat dat was gefilmd door M. Bij de anderen kon dat niet worden uitgesloten. De in het onderzoek gebruikte gegevens zijn van de eerste maanden nadat het misbruik aan het licht kwam. Hoe het nu gaat met de kinderen – de oudsten zijn tieners – wordt wel gemonitord, maar Bosschaart is daarbij niet betrokken.

Een derde van de kinderen vertoonde in de eerste periode na het misbruik zorgelijk gedrag. Is dat eigenlijk veel of was dit te verwachten bij zulk ernstig misbruik?

„We weten uit andere onderzoeken dat niet bij de leeftijd passend seksueel gedrag kan voorkomen na seksueel misbruik.”

Kinderen waarmee niets is gebeurd vertonen ook verschillend gedrag.

„Zeker, en seksueel gedrag dat niet bij een leeftijd past, zegt niet dát een kind is misbruikt. Dat kan, maar het kan ook duiden op andere gebeurtenissen in het leven van een kind.”

Wat is wat u betreft de belangrijkste uitkomst van uw onderzoek?

„Een van de dingen die we hebben gezien is hoe moeilijk het is voor experts om kinderen die misbruikt zijn te identificeren. We hebben deskundigen ‘blind’ naar symptomen van de kinderen laten kijken. Dan zie je dat ze veel misbruikte kinderen er niet uit pikken. Bij 24 bewezen misbruikte kinderen schatten zij bijvoorbeeld de kans dat het was misbruikt ‘laag’ in. Wij denken niet dat dat aan een gebrek aan expertise ligt. Soms zijn symptomen er simpelweg niet, of worden ze niet gezien of gerapporteerd. Geen van de kinderen die door Robert M. is misbruikt bijvoorbeeld, heeft daar lichamelijk letsel aan overgehouden. Zoals dat bijna nooit het geval is. Het is daarom van belang op subtiele signalen te letten, bijvoorbeeld in gedrag.”

Uit uw onderzoek blijkt dat een deel van de misbruikte kinderen uitdagend of juist terugtrekkend gedrag vertoonde tijdens lichamelijk onderzoek. Wat zegt dit?

„Bij 15 van de 54 met zekerheid misbruikte kinderen is inderdaad een gedragsverandering gezien tijdens het lichamelijk onderzoek, vooral als dat zich richtte op hun genitaliën en anus. Een kind dat tot dan toe bijvoorbeeld heel open was in het contact met de arts, raakte ineens in zichzelf gekeerd. Omdat zo’n plotselinge gedragsverandering een indicatie zou kunnen zijn van misbruik, adviseren wij om voortaan een gedragswetenschapper het kind te laten observeren tijdens lichamelijk onderzoek.”

Gebeurt dat niet al dan? De arts die het onderzoek doet, let toch ook op?

Lees meer over de rechtszaak tegen Robert M.

„Soms is er een gedragswetenschapper bij het onderzoek, maar zeker niet standaard. En de arts ziet wel dingen maar hij of zij is natuurlijk vooral gericht op het doen van lichamelijk onderzoek en kan daarom minder goed op het gedrag letten.”

Het was even onduidelijk of dit interview door kon gaan. Het zou te pijnlijk zijn voor betrokken ouders. Hoe gaat u daar mee om?

„Ik snap heel goed dat het voor ouders pijnlijk is om in de krant geconfronteerd te worden met het misbruik van hun kind. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat wetenschappelijke uitkomsten goed in de media komen en worden toegelicht. Daarbij heeft publicatie een maatschappelijk belang. De uitkomsten van het onderzoek waaraan ouders hebben meegewerkt, hebben geleid tot concrete aanbevelingen en de zorg voor deze kinderen helpen verbeteren. Dat is ook de motivatie voor ouders om mee te doen.”

Hoe kunnen ouders het beste omgaan met kinderen die zich het misbruik niet kunnen herinneren?

„Veel ouders van misbruikte jonge kinderen stellen deze vraag. Moet je het ze actief vertellen? Ik denk niet dat er één beste manier is om hier mee om te gaan. Je moet je afvragen of je een geheim wil hebben voor je kind en of je het risico aanvaardt dat het er op een andere manier achter komt. Belangrijk is dat ouders een doordachte keuze maken en daarin gesteund worden. Maar er is te weinig onderzoek om te kunnen zeggen: dit is de beste manier.”

Zoveel ernstige dossiers doorploegen. Hoe hebt u zich daartegen gewapend?

Stilte. „Het komt gelukkig niet allemaal ineens op je af. Ik denk dat het belangrijk is dat wanneer het je raakt, dat er dan ook ruimte is voor die gevoelens. Bijvoorbeeld door ze te kunnen bespreken in het team waarmee je werkt. Ik ben trouwens blij dát het me nog raakt.”

    • Merel Thie