Hoogleraar VUmc berispt na misbruik DNA-materiaal

Integriteit

Patholoog gebruikte zonder toestemming DNA-materiaal voor commerciële doeleinden. Het LOWI tikt hem nu op de vingers.

Foto ANP/Remko de Waal

Het LOWI, het hoogste adviesorgaan voor wetenschappelijke integriteit, heeft hoogleraar pathologie Chris Meijer van het VUmc op de vingers getikt. Uit een nog te publiceren advies blijkt dat hij DNA-materiaal van vrouwen gebruikte voor commerciële doeleinden, zonder over toestemmingsformulieren van die vrouwen te beschikken.

Ook heeft hij zakelijke belangen meermaals niet gemeld: bij zes wetenschappelijke publicaties, bij het indienen van een onderzoeksvoorstel en bij adviezen over het landelijk bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Volgens het LOWI is sprake van „schending van de wetenschappelijke integriteit”, het zwaarste oordeel dat het adviesorgaan velt.

Meijer kwam in opspraak na onderzoek van NRC in de zomer van 2015 naar zijn belangen bij het uiteindelijk in 2017 ingevoerde bevolkingsonderzoek. Jaarlijks worden 750.000 vrouwen tussen 30 en 60 jaar opgeroepen voor een uitstrijkje. Die uitstrijkjes werden voorheen gescreend op afwijkende cellen, nu op een virus.

Meijer was de spil achter het nieuwe bevolkingsonderzoek. Hij lobbyde bij de minister van Volksgezondheid en adviseerde de Gezondheidsraad. Daarbij verzweeg hij dat hij mede-eigenaar was van bedrijven die belang hadden bij het nieuwe bevolkingsonderzoek.

Lees hier het onderzoek naar de lobby van VUmc-hoogleraar Chris Meijer voor een nieuw bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker

Na het artikel in NRC stelde toenmalig minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) de invoering van het bevolkingsonderzoek uit. Meijer moest weg bij de Gezondheidsraad, vermeldde alsnog zijn belangen bij publicaties en stopte als leider van een groot, lopend onderzoek naar baarmoederhalskanker.

Het VUmc oordeelde steeds mild. De Commissie wetenschappelijke integriteit van het ziekenhuis noemde de klacht die was ingediend door een laboratorium ongegrond. Volgens de commissie hoefde een wetenschapper belangen alleen te melden als diegene er direct financieel van profiteerde en vond zo maar één publicatie waarbij Meijer een belang had verzwegen - „een enigszins verwijtbare onzorgvuldigheid”.

Lees hier het opvallende oordeel van de integriteitscommissie van het VUmc destijds.

Het LOWI heeft kritiek op de procedure van de VUmc-commissie. Ook stelt ze dat Meijer zelf beter had moeten weten. Of zijn artikelen door zijn belangen zijn beïnvloed, is volgens het adviesorgaan in de procedure niet „onderbouwd”.

In het advies staat: „Gelet op het grote aantal publicaties” van Meijer voert het te ver om de gevallen van ‘verzwijgen’ stelselmatig te noemen. Maar: „Van een enkele slordigheid of vergissing is geen sprake”.

Ook nu bagatelliseert het bestuur van VUmc het strenge advies. Er is slechts sprake van „een lichte schending”, stelt het bestuur, terwijl dit niet is wat in het LOWI-advies staat.

Dat Meijer bij het gebruik van het DNA-materiaal niet over de toestemmingsformulieren beschikte, kan hem niet worden aangerekend, aldus het VUmc. En omdat de minister en de Gezondheidsraad al maatregelen hebben genomen, „is het niet aan VU en VUmc” om op te treden.

    • Esther Rosenberg
    • Hugo Logtenberg