Alom respect voor het ‘koersbeest’ Valverde

WK wielrennen

Alejandro Valverde (38) werd – na Joop Zoetemelk – de oudste wereldkampioen op de weg. Tom Dumoulin: „Hij lijkt me de verdiende winnaar.”

Foto Christof STACHE / AFP

Een Spaanse fotograaf valt huilend op zijn knieën op de keien in de straten van het oude Innsbruck. Vlak bij hem wordt een juichende Alejandro Valverde door verzorgers omhoog getild tussen een kluwen camera’s. „38 jaar en hij heeft ’m”, riep voormalig tv-verslaggever Mart Smeets onvergetelijk toen Joop Zoetemelk in 1985 de laatste Nederlandse wereldkampioen werd.

Hetzelfde gold voor Valverde. 38 jaar en vijf maanden, vier maanden jonger dan Zoetemelk. „Eindelijk”, was zijn eerste gedachte, vertelde Valverde na afloop met de regenboogtrui om de schouders.

Zoetemelk, wiens beeltenis nog altijd op een vierkante meter in zwart-wit in het station van de kabelbaan in Innsbruck hangt, kon bij zijn titel rekenen op veel respect van zijn collega’s. Hetzelfde geldt voor Valverde. „Hij lijkt me de verdiende winnaar”, sprak Tom Dumoulin, die na een spectaculaire achtervolging in de slotkilometers aansloot bij de beste drie renners en achter Valverde, Romain Bardet (zilver) en de Canadees Michael Woods (brons) als vierde eindigde. „Ik vind hem een hele mooie winnaar”, loofde Bauke Mollema, twaalfde. En de 23-jarige Sam Oomen, die als veertiende eindigde: „Toen hij in 2003 tweede werd, zat ik nog voor de tv.”

Hij overleeft generaties

In het Canadese Hamilton was debutant Valverde destijds blij met een zilveren medaille achter het goud van landgenoot Igor Astorloa. Michael Boogerd werd vijfde, Kai Reus won bij de junioren en Thomas Dekker pakte brons bij de beloften. Ze zijn allemaal allang gestopt, maar Valverde overleeft generaties. El Imbatido won vijf keer de Waalse Pijl, vier keer Luik-Bastenaken-Luik, de Vuelta. Hij haalde het podium in Tour en Giro, werd op het WK twee keer tweede en vier keer derde. „Hij had nog nooit een wereldtitel gewonnen maar eigenlijk is hij misschien wel de beste renner van de wereld geweest”, stelt Oomen.

Zelfs een schorsing van twee jaar in 2010, wegens betrokkenheid bij het bloeddopingschandaal Operación Puerto, brak zijn carrière niet. Nederlandse renners als Robert Gesink en Steven Kruijswijk zagen hem tijdens zijn schorsing harder dan ooit trainen in de Sierra Nevada. Een besmette wereldkampioen? „Vijftien jaar geleden was het wielrennen heel anders dan nu”, relativeert Mollema. „Dat hij ook nu grote koersen wint, zegt wel genoeg. Ik denk dat hij heeft laten zien dat hij het ook op een schone manier kan.” En dat Valverde nooit open is geweest over zijn dopegebruik? „Ach, dat is misschien jammer, maar het is typisch Spaans om daar niet te veel op in te gaan.”

Pure liefhebber

Valverde is een ‘koersbeest’, een pure liefhebber, net als Zoetemelk was. Mollema: „Hij rijdt het hele jaar van voren, wint altijd mooie koersen. Misschien is hij voor het wielrennen wel de mooiste kampioen die we kunnen hebben.” Dit seizoen schitterde de kopman van het Spaanse Movistar van het vroege voorjaar tot de Tour, van de Vuelta (twee ritzeges, vijfde in het klassement en de puntentrui) tot en met het WK. Waar hij zijn regenboogtrui voor het eerst gaat tonen? „Ik denk in de Ronde van Lombardije.” Valverde viert het wielerseizoen tot de laatste snik.

Bijna was het vorig jaar voorbij geweest, toen hij na een zware val in de Tourproloog in Düsseldorf onder meer zijn knieschijf en enkel brak. „Ik was bang dat die val het einde van mijn carrière zou betekenen”, vertelde hij na de huldiging in Innsbruck. „Ik wist niet of ik nog kon terugkeren op niveau.”

Baas in kopgroep

Met zijn niveau was na een zwaar seizoen niets mis op het loodzware parcours in Tirol. ‘Highway to Hell’ dreunt uit de boxen als Valverde in de finale met de besten de gevreesde Höttinger Höll opdraait, met extreme stijgingen tot 28 procent. Op zijn tandvlees blijft hij in het wiel van de sterksten, waar onder anderen favoriet Julian Alaphilippe, de Italiaan Gianni Moscon en Dumoulin moeten passen. Eenmaal over de top is Valverde de baas in een kopgroepje met Bardet en Woods. Hij schrikt even als Dumoulin terugkeert na de afdaling. „Weer een rivaal erbij.” Maar van kop af kan er in de sprint maar één winnen. „Op 300 meter voor de streep zag ik dat niemand ging. Dat was mijn moment.”

En nu, na zijn wereldtitel nog olympisch goud in 2020? „Na mijn val in de Tour beschouw ik alles wat er nog bijkomt als een cadeau.”

    • Maarten Scholten