Op de ‘Höll’ vallen ze zelfs met motor om

WK wielrennen

De WK wielrennen eindigt zondag met een klim tot 28 procent stijging: Höttinger Höll. Wout Poels was niet onder de indruk. „Wanneer begint het steile stuk?”

Tom Dumoulin tijdens de tijdrit van woensdag tussen Rattenburg en Innsbruck. De Höttinger Höll maakt alleen onderdeel uit van de wegrit op zondag. Foto AP/Herbert Neubauer

Eigenlijk ligt de ‘Höll’ er op een zonovergoten vrijdagmiddag nog best vredig bij. Zeker als om drie uur de klokken beieren van het dorpskerkje van Hungerburg, waar je op 900 meter hoogte uitkijkt over de oude stad van Innsbruck.

Zondag wacht de renners hier op deze steile slotklim een hel, in de finale van de WK wielrennen. Een smal pad tussen loof- en naaldbomen slingert naar de top, negen kilometer vóór de finish. ‘Mein Höllenritt 28%’, staat bij de steilste stroken op rode bordjes langs de kant. Een schuine drietand van de duivel onderstreept de extreme hellingshoek.

Twee dagen voor het WK ruikt het op de Höttinger Höll naar verbrande koppelingsplaten. De zon schijnt door de bomen op wat rotsen langs de kant. Amechtig gehijg uit de diepte verstoort de stilte. Van links naar rechts zwalken mountainbikers omhoog, tot ze onvermijdelijk stilvallen. Zelfs met een motor lukt het niet. „Dit is de E-bike van mijn vrouw”, verontschuldigt een Belgische wielertoerist zich nadat ook hij van de fiets moet. Het begin van de klim, met een lengte van 2.800 meter en een gemiddelde stijging van 11,5 procent, ging nog. Maar de slotkilometer, gemiddeld 16,7 procent, is moordend. „Te steil”, luidt het oordeel van de Belg.

Zonder ademnood

„Leuk dit”, klinkt even later plotseling een ander geluid door de bossen. Steven Kruijswijk hijgt niet als hij twee dagen voor het WK de slotklim verkent. Toch moet ook de nummer vijf van de Tour en vier van de Vuelta even op de pedalen gaan staan om vaart te houden. „Jezus”, roept hij in het voorbijgaan. Even later ‘vlindert’ Wout Poels ogenschijnlijk moeiteloos omhoog. „Weten jullie wanneer dat steile stuk begint”, grapt de Sky-renner zonder enige ademnood en met een lach op zijn gezicht, terwijl de weg op dit stuk juist het meest stijgt. Bondscoach Thorwald Veneberg fietst met zijn renners mee maar op gepaste afstand. „De Terminator zit stuk”, verwijst hij naar de bijnaam die hij kreeg toen hij nog renner was van de Raboploeg.

„Dit is het zwaarste WK dat ik ooit heb gezien”, sprak Vincenzo Nibali al nadat hij eind maart het parcours in Innsbruck had verkend, een paar dagen na zijn zege in Milaan-Sanremo. Wie durft de Italiaan tegen te spreken? De wegwedstrijd voor vrouwen telt zaterdag 2.413 hoogtemeters op een afstand van 156,2 kilometer. De mannen krijgen een dag later 4.670 hoogtemeters voor de wielen op 258,5 kilometer.

De zwaarste WK ooit? In 1980 telde de WK in Sallanches, waar de Fransman Bernard Hinault en de Amerikaanse Beth Heiden de titel pakten, bijna zesduizend hoogtemeters. Toen had het parcours in de Franse Alpen veel weg van een Touretappe. De WK in Innsbruck doet bij de mannen qua hoogtemeters nauwelijks onder voor bijvoorbeeld de Pyreneeënklassieker over Aspin, Tourmalet en Aubisque uit de afgelopen Tour. Maar met een totaal van negen hellingen lijkt het parcours meer op een combinatie van de Ardennenklassiekers Luik-Bastenaken-Luik (tien hellingen en vierduizend hoogtemeters) en Waalse Pijl (met de Muur van Huy als scherprechter).

„Zowel ronderenners als klassieke renners kunnen hier iets ondernemen”, zegt oud-renner Thomas Rohregger tegen cyclingnews.com. De Oostenrijker, die tot 2014 onder meer reed voor Milram en Radioshack, is in Innsbruck technisch directeur van het organisatiecomité en kwam met het idee om in de laatste ronde de extra beklimming van de Höttinger Höll op te nemen. „De UCI (internationale wielerunie) ging ermee akkoord omdat het een uniek en spectaculair idee is.”

Springveren

Hoeveel er in Tirol ook moet worden geklommen, de beslissing valt waarschijnlijk pas op de Höll. Wie eerder krachten verspeelt, kan in de laatste 322 hoogtemeters plotseling kansloos terugvallen. De ‘springveren’ zullen hun kruit droog houden voor die ene verschroeiende aanval. Julian Alaphilippe geldt als favoriet om Peter Sagan na drie wereldtitels op rij op te volgen. De 26-jarige Fransman won dit jaar onder meer de Waalse Pijl, de Clasica San Sebastian en twee Tourritten. Andere kanshebbers zijn de Spaanse routinier Alejandro Valverde – vier keer winnaar van Luik-Bastenaken-Luik en vijf keer van de Waalse Pijl - en de Britse Vueltawinnaar Simon Yates.

En de Nederlanders? Misschien beschikt coach Veneberg wel over de sterkste ploeg van alle landen. Topklimmers als Kruijswijk, Wilco Kelderman en Sam Oomen zullen in dienst rijden van Tom Dumoulin, Bauke Mollema en Poels. De laatste twee wonnen in 2016 al eens een grote eendagskoers, Mollema de Clasica San Sebastian en Poels Luik-Bastenaken-Luik. Maar een winnende demarrage op de Höll? „We missen een afmaker als Alaphilippe of Valverde”, zegt Poels realistisch.

    • Maarten Scholten