Nogal vaag, maar het kán nog lukken

Analyse van klimaatplannen

Planbureau voor de Leefomgeving ziet potentie in voorstellen Klimaatakkoord, maar kabinet moet nu wel knopen doorhakken.

De zee gezien vanaf een dijk in Zeeland. Door opwarming van de aarde zal volgens experts de zeespiegel stijgen. Foto Wouter van Vooren

De plannen voor het klimaatakkoord dat nog dit jaar moet worden getekend, zijn op z’n zachtst gezegd nog niet helemaal af. Tekenend was het moment, vrijdag, waarop het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een tabelletje liet zien met de totale kosten in 2030.

Lees ook: Coalitiepartijen in de clinch om klimaat

De bedoeling was dat er vijf bedragen op een rij zouden staan, één voor elke sector die meedoet in de klimaatplannen, van industrie tot landbouw. Het vakje bij verkeer en vervoer (‘mobiliteit’) was leeg. „Mobiliteit heeft alleen maar heel veel opties aangedragen, dus daar kun je geen kosten aanhangen”, zei hoofd klimaat, lucht en energie Pieter Boot van het PBL droogjes. Vooralsnog gaat de beoogde vergroening van Nederland 3 à 3,9 miljard euro per jaar kosten, „plus PM”.

Het PBL en het Centraal Planbureau, die hun visie gaven op de voorlopige klimaatplannen, waren op één punt positief. De plannen die bedrijfsleven, belangengroepen en overheden dit voorjaar smeedden, zijn „in potentie” toereikend om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent te reduceren ten opzichte van 1990. Dat is afgesproken in het regeerakkoord. Maar Boot van het PBL zei er meteen bij: „We weten wat allerlei plannen opleveren – zoals de uitbreiding van wind op zee. Maar we weten niet hoe we ze moeten uitvoeren.”

Wensenlijst Nijpels voor kabinet

Het Centraal Planbureau (CPB), dat juist om een analyse was gevraagd over dat hoe had voor zijn rapport maar 12 pagina’s nodig. „Daar is een goede reden voor”, zei Daniël van Vuuren. „Over het hoe is nog niet heel veel te zeggen.” De effecten op de lasten voor burgers en bedrijven zijn nog helemaal niet duidelijk.

Nijpels, overkoepelend voorzitter van de vijf ‘klimaattafels’, had daarom een lange wensenlijst voor het kabinet uit het hoofd geleerd. „Het is onmogelijk”, zei hij, „om aan de slag te gaan als er geen politieke duidelijkheid is over normering, heffingen, subsidies, wetswijzigingen, bindende afspraken en keuzes voor de rijksbegroting.”

Nijpels verwacht dat het kabinet binnen twee weken met die politieke duidelijkheid komt. En als sommige voorstellen worden afgewezen, moet de coalitie volgens hem zelf met alternatieven komen. „Als je iets schrapt, moet je het tekort ook weer aanvullen. Het is geen grabbelton.”

Daar moeten de hardste noten gekraakt worden. Houdt het kabinet vast aan zijn veto tegen rekeningrijden, terwijl het PBL oordeelt dat dat één van de drie belangrijkste ingrediënten is voor duurzaam vervoer?

Blijft het kabinet bij zijn keuze voor een nationale CO2-prijs voor elektriciteitscentrales, zoals in het regeerakkoord staat? Het PBL ziet dat als een nuttige maatregel, maar aan de ‘elektriciteitstafel’ klonk gemor. Zal de subsidie voor duurzame energie ook na 2025 bestaan? En misschien wel de meest fundamentele keuze: hoe vergroenen we de belastingen?

Daarnaast hebben de sectortafels nog niet duidelijk genoeg gemaakt wát het einddoel van 2030 is. Zo vraagt de vergroening van de elektriciteitssector „nog veel aandacht”, merkte Boot op. In 2030 zal er mogelijk veel meer elektriciteit gebruikt worden dan we nu denken.

Volledig uit beeld

Dat de regering in Europees verband wilde „pleiten” voor een CO2-reductie van 55 procent is volledig uit beeld. Het kwam vrijdag in de analyses helemaal niet aan de orde. „Dat doel hebben de ‘tafels’ niet heel systematisch aangedragen”, verklaarde Boot met gevoel voor eufemisme.

Het PBL riep de tafels op hun plannen beter af te stemmen. Bijvoorbeeld rond biomassa. Van deze schaarse groene brandstof willen meerdere sectoren gebruikmaken. En ook rond grondgebruik: hoeveel bossen willen we en kunnen we aanplanten?

Bemoedigend voor Nijpels is het oordeel van PBL dat de plannen voldoende kúnnen zijn voor de benodigde 49 procent emissiereductie. En bemoedigend is ook dat industrie en milieu-organisaties gezamenlijk tot zulke voorstellen zijn gekomen, zonder dat iemand is opgestapt.

Het probleem is nu dat de concretisering van een verdeeld kabinet moet komen. Voormalig VVD-leider Nijpels noemde het „volslagen ondenkbaar” dat Rutte III het laat afweten. En hij deed een beroep op de premier. „Hiervoor is hij ingehuurd.”