Opinie

Studie bevolkingsprognose is nuttig om beleid te bepalen

Het is in het algemeen een verstandig idee om beleid te baseren op onderzoek. Daarom kan het geen kwaad dat het kabinet een studie van het CBS en het SCP heeft toegezegd naar de gevolgen van verschillende bevolkingsprognoses. Een goed, breed gedragen onderzoek zou een nuttige bijdrage kunnen leveren aan het oververhitte debat.

Bij voorkeur is zo’n studie politiek neutraal. Zoals CDA-leider Sybrand Buma stelde: het onderzoek moet ,,uit de sfeer van links of rechts” worden gehaald en ,,zo apolitiek” mogelijk zijn. Dat klinkt goed, maar in dit geval is alleen al de keuze voor het onderwerp beladen. Alleen wie vreest dat het plafond een keer bereikt wordt, wil nagaan wat de gevolgen van verschillende bevolkingsprognoses zijn.

Aan een handjevol demografen en publicisten, zoals Jan Latten en Paul Scheffer, komt de eer toe dat het onderwerp de publieke agenda gehaald heeft. Opvallend is dat zij zich zelf nadrukkelijk in het alarmistische kamp bevinden. Zo waarschuwt Latten al sinds zijn afscheid als hoofddemograaf bij het CBS, in juni van dit jaar, publiekelijk voor ongebreidelde bevolkingsgroei.

Lattens voormalige werkgever bracht in 2017 nog een studie uit waarin voor 2060 het weinig schokkende aantal van 18,4 miljoen Nederlanders voorspeld werd. En een voormalige CBS-collega van Latten, hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen, vraagt zich juist af of de maatschappelijke en economische gevolgen van vergrijzing niet veel groter zijn dan die van migratie. Hiermee sluit Van Mulligen zich aan bij enkele relativistische stemmen in het debat, die onder meer waarschuwen voor bevolkingskrimp.

De eufemismen kunnen achterwege blijven: in wezen gaat het aangekondigde onderzoek niet over de bevolkingsomvang an sich. Niemand maakt zich zorgen over de ontembare voortplantingsdrift van Nederlanders – eerder over het gebrek eraan. Het onderzoek gaat dus over de vraag hoeveel migranten Nederland aankan. Willen we wel of niet dat migranten hier komen om aan de vraag naar arbeid te voldoen? En krijgen ‘ze’ niet te veel kinderen in vergelijking met ‘ons’? In dit opzicht loopt het onderzoek gevaar, hoe onpartijdig en feitelijk de wetenschappers ook te werk zullen gaan, om voorwerp te worden van onfrisse discussies.

Toch zijn er ook argumenten die voor een bevolkingsonderzoek pleiten. Zo past het bij het gevoel van onzekerheid, beklemming en onmacht dat een substantieel deel van de Nederlandse burgers ervaart. Wie zijn wij? En wie zijn we morgen? Het is goed om de zorgen te onderkennen van mensen die oprecht voor de toekomst vrezen. Ook is het geen gekke gedachte dat er in de nabije toekomst meer mensen naar de steden zullen trekken, en migranten in verhevigde mate. Wat heeft dit voor gevolgen voor de toch al flink bevolkte Randstad?

Een ander argument voor het onderzoek is dat er dan tenminste duidelijkheid is. Zo vrezen sommige complottheoretici voor ‘omvolking’ – het idee dat het Nederlandse volk geleidelijk aan vervangen wordt door immigranten. Laat het onderzoek maar uitwijzen of ze gelijk hebben. Een belangrijk element van het onderzoek zou kunnen zijn dat er diverse scenario’s uitgedacht worden waarop beleid kan worden gebaseerd. Wat gebeurt er als er honderdduizend migranten per jaar binnenkomen? Of nul?

Alleen onderzoek volstaat niet. In grote delen van de wereld is de bevolking op drift. Het is een illusie dat Nederland unilateraal kan bepalen of anderen hier hun heil komen zoeken. De hoge migratiecijfers van 2015 brachten Europa al in politieke problemen, laat staan wat er zou kunnen gebeuren wanneer de bevolkingsgroei op het Afrikaanse continent explodeert.

Dat laat onverlet dat het goed is om een realistische inschatting te maken van wat Nederland aankan. En behalve immigratie zou ook integratie een voortdurende bron van zorg voor de regering moeten zijn. Sociaal zwakkere buurten zijn niet per se gebaat bij een oververtegenwoordiging van migranten.

Het is ook niet ondenkbaar dat migranten een welkome bijdrage kunnen leveren in geval van bevolkingskrimp. Een Britse adviescommissie over migratie concludeerde onlangs dat immigranten gemiddeld meer bijdragen aan de ‘publieke portemonnee’ dan inheemse Britten. Natuurlijk maakt het hierbij uit welke migranten er binnenkomen. Juist daarop kunnen de scenario’s in het in Nederland voorgestelde onderzoek zich richten. En dan maar hopen dat politici de resultaten op waarde zullen schatten.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.