Magistrale wereldtitel Van der Breggen

Anna van der Breggen werd zaterdag wereldkampioen op de weg.

Anna van der Breggen viert haar overwinning. Foto Daniel Kopatsch/EPA

Annemiek van Vleuten was nog niet teruggepakt of daar vloog Anna van der Breggen ervandoor op de slopende klim naar het skidorpje Igls. Om na een majestueuze solo van bijna 42 kilometer als eerste over de streep te komen, minuten voor de rest. Wereldkampioen, eindelijk. “Een soort van opluchting”, had Van der Breggen gevoeld, vertelde ze na afloop. “Ik heb normaal niet gauw last van druk, maar dat had ik op dit WK wel”, legde ze uit. “Dit was niet de makkelijkste periode van mijn carrière.”

Vaak was de olympisch kampioene van Rio de Janeiro tweede bij een WK, drie keer in de tijdrit en één keer in de wegwedstrijd. “Hoe langer het duurde met tweede plaatsen, hoe meer druk om te winnen.” Vaak was ze de laatste maanden gestrand in het zicht van de finish. In La Course tijdens de Tour de France, toen Van Vleuten haar in de laatste meters nog passeerde. Op de EK, waar ze in de finale werd ingelopen door een vreemde tactiek van haar eigen ploeg. Dus keek ze in Innsbruck voor de zekerheid nog maar even om, vlak voor de finish. “Het was te vaak fout gegaan aan het eind.”

Lees ook: Wie is de baas van het internationale wielrennen?

Druk van buitenaf

Maar het grootste en vervelendste deel van de druk kwam van buitenaf. Het WK werd in de media op voorhand tot een tweestrijd gemaakt tussen de ploeggenoten Van der Breggen en Van Vleuten. “De druk nam meer en meer toe naarmate het WK dichterbij kwam”, keek ze na haar eerste wereldtitel terug. “Ik word er al gek van sinds La Course”, klonk al eerder uit haar mond. Na haar tweede plaats in de tijdrit, achter Van Vleuten, ging het dagenlang nog over één ding. Zouden de ploeggenoten Van Vleuten en Van der Breggen elkaar nog wel het licht in de ogen gunnen? Of zou een derde profiteren, zoals de Italiaanse Marta Bastianelli op het EK in Glasgow?

“Dat is nu wel klaar hè”, reageerde bondscoach Thorwald Veneberg na de glansrijke zege van Van der Breggen. Achter de 28-jarige wereldkampioen eindigden nog drie Nederlandse rensters juichend bij de eerste tien: Van Vleuten (zevende), Amy Pieters (achtste) en Lucinda Brand (negende). Maar de coach had een dag voor de wedstrijd wel lang moeten praten om de “irritaties” weg te masseren. Met Van der Breggen was hij drie kwartier gaan wandelen, Van Vleuten sprak hij een uurtje op de fiets tijdens de training. “Toen samen nog een half uurtje en een uur met de hele ploeg op een terras.”

Vooraf waren de afspraken helder. Van Vleuten zou als eerste aanvallen. “Als Annemiek zou worden teruggehaald zou Anna gaan”, legde Veneberg uit. “Om en om.” Hoewel Van Vleuten in het begin van de koers ten val kwam en last van haar knie kreeg, hield ze zich aan de afspraak. Tijdens de tweede van drie plaatselijke ronden zette ze aan op de acht kilometer lange klim naar Igls. “Ik heb de voorzet gegeven”, zou ze later zeggen. Want toen ze werd teruggepakt, ging Van der Breggen. Onweerstaanbaar. Ze haalde vijf koplopers binnen een kilometer in. Schudde de Australische Amanda Spratt moeiteloos af en won met liefst 3.42 minuut voorsprong.

Dit WK is een kroon op Nederlands vrouwenwielrennen

“Ja, dit WK is een kroon op Nederlands vrouwenwielrennen”, beaamde Veneberg na afloop in de mixed-zone. Goud, zilver en brons (Ellen van Dijk) in de tijdrit, goud in de wegwedstrijd. “Dit is de bevestiging dat we goed werk leveren.” De oud-renner, sinds mei ook directeur van de Nederlandse wielerbond, wijst voor een verklaring van het succes naar de sponsorteams en naar de brede basis waarop de sport hier steunt. “Alle clubs, regiotrainers en iedereen die zich in Nederland hard maakt voor vrouwenwielrennen. Dat is wel het geheim dat we het zo goed doen.”
Pionier Keetie van Oosten-Hage (jaren zeventig) en Leontien van Moorsel (van 1990 tot 2004) zorgden voor ontluikende populariteit. Marianne Vos, bij dit WK afwezig omdat ze zich wil voorbereiden op het cyclocross-seizoen, groeide uit tot de vrouwelijke Eddy Merckx en legde de basis voor de commerciële opmars van het vrouwenwielrennen de laatste jaren. Nu zijn er met Van der Breggen en Van Vleuten twee kampioenen. Maar een tweestrijd of laat staan een vete, zoals tot ver na hun carrière tussen Van Moorsel en Monique Knol? De extraverte Van Vleuten tegen de meer ingetogen Van der Breggen?

“Er is een verschil in hoe ze hun sport beleven”, nuanceert Veneberg. Van der Breggen is volgens hem meer “een teamspeler”. Op de WK startte ze gewoon met Boels-Dolmans in de ploegentijdrit, hoewel dat ten koste kon gaan van de individuele tijdrit. Al was het maar omdat de ploeg haar dit jaar in staat had gesteld haar eigen route naar het WK te kiezen. Van Vleuten startte juist niet in de ploegentijdrit. “Dat had ze bedongen.” Ze won de tijdrit met overmacht. “Als ze zegt dat ze wint, dan wint ze ook. Dat is knap.”

Lees ook dit stuk over Anne van der Breggen: Nieuwe heerser van het vrouwenpeloton

Van der Breggen wil graag met anderen samen op hoogtestage, zoals ze in mei met vier rensters in een blokhut zat om het WK-parcours te verkennen. “Anna zegt: ik ga niet alleen op zo’n berg zitten.” Van Vleuten ging dit seizoen wel vier keer alleen op stage. “Annemiek heeft dan niet zoveel trek in mensen om haar heen.” Van Vleuten meer een killer? “Je hebt sporters die heel graag willen winnen. Die zijn vooral bezig met trainingen, gewicht. Procesdoelen verbeteren, en de egodoelen dat ze de beste willen zijn.” Van der Breggen is volgens Veneberg eerder te vergelijken met een veelzijdig renner als Mathieu der Poel. “Ze vindt fietsen heel leuk, het spel. Die moet je lekker laten spelen en zorgen dat ze blijven genieten.”

Juist daarom voelde Van der Breggen boven alles opluchting na haar gouden race. Ze had het naar eigen zeggen ’s ochtends bij de start al beseft. “Nu is het over met de druk en kan ik weer gaan genieten van het fietsen.”

    • Maarten Scholten