‘Een ton sparen bleek haalbaar’

Spitsuur Radiopresentator Kasper Kooij (35) en blogger Renée Lamboo (33) verhuisden naar Flevoland om goedkoper te wonen. Ze werken minder en hebben meer tijd met hun kinderen. „We bedachten dat tijd belangrijker is dan geld."

Renée: „Klusjesmannen, installateurs – ze wonen allemaal in Swifterbant.” Kasper: „Alle mannen in het dorp zijn handig, behalve ik.”

Kasper: „Om tien voor vijf sta ik op. Dan gaat de wekker – zo’n speciale: een trillend ei voor onder het kussen.”

Renée: „Dan worden de kinderen niet wakker.”

Kasper: „Ik presenteer een ochtendshow op de radio. Om half 6 ben ik bij Omroep Flevoland.”

Renée: „Tussen vijf en zes sta ik op. Dan smeer ik boterhammen voor de kinderen en kijk ik hoe de artikelen op mijn site het hebben gedaan. Onze oudste breng ik naar school, de jongste naar de gastouder. Daarna ga ik naar mijn kantoor.”

Kasper: „Mijn uitzending is om half elf afgelopen. Dan haak ik bij Renée aan op kantoor.”

Renée: „Daar zitten we vaak tot één uur ’s middags. Daarna halen we een broodje bij de enige lunchtent hier, halen we de kinderen op en begint ons gezinsleven.”

Kasper: „In het weekend ben ik nieuwslezer bij radio Rijnmond. Om half 7 ’s ochtends rijd ik als een koning over die vierbaansweg naar Rotterdam waar doordeweeks files staan.”

Renée: „We hebben de stress uit ons leven gehaald. Wanneer andere mensen aan het rennen en vliegen zijn – kinderen ophalen, snel in bad en bed – hebben wij alle rust.”

Kasper: „Voordat Cooper werd geboren, bedachten we dat tijd belangrijker is dan geld.”

Renée: „Toen wij nog in de Randstad woonden, werkten wij allebei meer dan fulltime. Nu hebben we gekozen voor de kinderen.”

Diepvriespizza

Renée: „Toen wij elkaar leerden kennen, had ik nog een huis in Almere. Ik had het met mijn ex in 2008 gekocht en toen kwam de crisis.”

Kasper: „Het was ook een bejaardenflat.”

Renée: „Na drie jaar verkochten we het. We zagen het aankomen dus hebben veel afgelost op de hypotheek. Ik had het voor twee ton gekocht, en uiteindelijk voor iets van 150.000 verkocht. Het was een flinke aderlating.”

Kasper: „Het stond écht lang te koop.”

Renée: „Daardoor kwam het bewustzijn dat we veel kunnen besparen. Dat we naar de Lidl gaan in plaats van de Albert Heijn.”

Kasper: „Loop alles na: verzekeringen, boodschappen, mobiele telefoons.”

Renée: „Of niet zo vaak Chinees bestellen en gewoon een diepvriespizza in de oven gooien.”

Kasper: „Een paar jaar geleden hadden we opruimwoede. Toen hebben we veel spullen weggeven en op Marktplaats gezet.”

Renée: „Niet lang daarna gingen we naar Curaçao. We dachten: dat lijkt ons gaaf, ook al verdienen we geen zak.”

Kasper: „Ik mocht een ochtendshow gaan presenteren op Dolfijn FM, de grootste Nederlandstalige radiozender van het eiland. Het was een knotsgek idee: met een baby van vijf maanden naar Curaçao, maar het paste erg bij ons.”

Renée: „Ik was veel bij ons kind – het was leuk en relaxed.”

Kasper: „Het leven dat we daar hadden, hebben we hier doorgezet.”

Renée: „Veel mensen zeggen: je bent teruggekomen, dus het is niet gelukt. Nee, we willen af en toe dingen proberen.”

Kasper: „Ik zou het zo weer doen.”

Renée: „We hadden het op een gegeven moment gezien. Op vakantie is 32 graden fijn, maar als het altijd 32 graden is, dan is het niet meer leuk.”

Kasper: „Voordat we naar Curaçao gingen, wilden we heel graag een woning kopen.”

Renée: „We dachten: wat moeten we doen om dat te kopen, maar toch lekker te kunnen leven? We konden wel een hypotheek krijgen, maar dan zouden we allebei fulltime moeten gaan werken. Toen zei Kasper: ‘misschien moeten we sparen voor een ton.’ Ik ging keihard lachen, ik vond het onrealistisch.”

Kasper: „We hadden een Excel-bestandje gemaakt waar we allebei het spaargeld invulden.”

Renée: „Het doel bleek ook nog haalbaar te zijn.”

Kasper: „We zijn in 2013 begonnen en zijn daarmee doorgegaan op Curaçao.”

Renée: „Toen we terugkwamen in Nederland zijn we gaan kijken waar we voor dat geld konden kopen. Toen zag ik Swifterbant in Flevoland. Ik zei tegen Kasper: 'Jouw oma woont daar toch?’ Vervolgens zijn we gaan kijken en hebben voor 143.000 euro een huis gekocht.”

Handige mannen

Kasper: „Het is hier wel anders dan waar we vandaan komen – Haarlem, in de Randstad. Het laatste stukje naar het dorp, vanaf Almere, zie je veel witte busjes op de weg. Die heb je hier veel. Handige mannen in witte busjes.”

Renée: „Klusjesmannen, installateurs – ze wonen allemaal in Swifterbant.”

Kasper: „Alle mannen in het dorp zijn handig, behalve ik.”

Renée: „Het is echt waar.”

Kasper: „Als ik Cooper ophaal, ben ik zo’n beetje de enige man op het schoolplein.”

Renée: „We hebben vrienden gemaakt, al merk je dat ze anders over het leven denken. Misschien wat traditioneler, met andere dromen voor de toekomst. Wij zijn over een paar jaar weer weg. Wij vinden het nu fijn, maar zien ons hier niet oud worden. We vinden het leuk om geprikkeld te worden door nieuwe omgevingen.”

Kasper: „Laatst waren we in Haarlem. Het was zó druk. Dat vond ik shocking. Ik dacht altijd: daar komen we wel terug.”

Renée: „In Haarlem wonen zag ik met kleine kinderen niet zitten. We zitten in een andere levensfase. Daar houden we nu wel rekening mee.”

Kasper: „Het leven verandert. Daar krijg je wendbare kinderen van.”

Renée: „Soms is het moeilijk.”

Kasper: „Misschien voelen we ons overal thuis.”

Renée: „Het gezin is de basis: of we nu in Haarlem of Swifterbant wonen – het is van invloed, maar niet allesbepalend.”

    • Fabian de Bont