Nét iets te breed en te langzaam - de Stint is de vrachtwagen van het fietspad

Stint

Op veel kinderopvangcentra wordt de Stint nog gebruikt. Sinds het ongeluk maken mensen opmerkingen. „Doe je rustig aan met dat ding?”   

Na het ongeluk in Oss heeft kinderopvang Plukkebol een extra remtest gedaan. Foto David van Dam

Wat een vrachtwagen op de snelweg is, is de Stint op het fietspad. Met een maximale snelheid van zeventien kilometer per uur nét iets te langzaam naar de zin van de fietser, en met een breedte van één meter net iets te breed. „Je moet je dus heel verantwoordelijk gedragen.”

Mark Siep (44), eigenaar en directeur van kinderopvang Plukkebol in Delft, vertelt dit terwijl hij één van de negen oranje Plukkebol-Stints over het fietspad rijdt. Voor hem begeleider Selma, ook op een Stint, beiden in grijze Plukkebol-jas. Ze zijn op weg naar basisschool De Meander, waar ze kinderen gaan ophalen die naar de buitenschoolse opvang (bso) gaan.

Plukkebol was in 2012 een van de eerste kinderopvangorganisaties die overgingen op vervoer per Stint. Al die auto’s, taxi’s en busjes rond scholen leidden tot onveilige situaties, zegt Siep. „Zeker in een stad als Delft.” Parkeerplekken waren er nauwelijks en in één busje passen maar acht kinderen. „De Stint was de ideale oplossing.” Op de informatieavond over de nieuwe kar kwamen voor het eerst bijna alleen maar vaders. Ze mochten allemaal een rondje rijden.

De Stints van Plukkebol rijden nog, na het ongeluk in Oss vorige week waarbij vier kinderen omkwamen. Sommige opvangorganisaties zetten de karretjes voorlopig aan de kant. Siep begrijpt die afweging. „Als 80 procent van de ouders zich zorgen maakt, is dat een logische keuze. Wij zijn als kinderopvang de belangrijkste dienst die een ouder kan inhuren, onze verantwoordelijkheid is heel groot. Het gaat over kinderen en daar komt gevoel bij kijken. Niet alleen maar feiten.”

Tegen hem zeiden slechts drie ouders – op de vijfhonderd kinderen – dat ze liever niet hebben dat hun kind per Stint reist. „We hebben ouders direct na het ongeluk gemaild”, zegt Siep. „Dat we die middag een extra remtest uitvoerden en dat we de Stints elke maand controleren. Ouders vonden dat prettig. Sommigen hebben me ervoor bedankt.”

Een protocol van twaalf pagina’s

De route duurt een kwartiertje. Van de opvanglocatie bij hockeyclub Hudito (Plukkebol heeft er drie) naar Vinex-wijk Emerald. Drie basisscholen zitten daar in één gebouw naast elkaar. De route is rustig, voert voor een deel over de campus van de TU Delft. Op één gevaarlijke kruising na. In overleg met de gemeente zijn daar andere verkeerslichten geplaatst, zegt Siep. Ze blijven langer groen.

In de school is het spitsuur. Kletsende ouders, kinderwagens, kleuters die langs luizenzakken rennen. Selma gaat met een presentielijst van kleuterklas naar kleuterklas. Kind opgehaald, kruisje zetten. In de gymzaal wacht ze op de oudere kinderen.

Bij de Stint zet Selma nog een keer kruisjes. De kinderen klikken hun riempjes vast. Soms gaan oudere kinderen mee op hun eigen fiets, in Plukkebol-hesjes. Hun fietsen hebben een ‘fietsencheck’ gehad.

Want hoe simpel het er ook uitziet, een paar kinderen verplaatsen van A naar B, er gaan een hoop procedures achter schuil. Het vervoersprotocol van Plukkebol is twaalf pagina’s lang. Neem je eigen telefoon nooit mee, die van Plukkebol altijd. Controleer of de Stint geheel is opgeladen. Houd voldoende afstand. Roep ‘STOP’ als je plots moet remmen. Neem een ehbo-set mee. Wijk nooit af van de vaste route. Pomp de banden maandelijks op tot 4,1 bar.

Elke opvang heeft zo’n protocol, zegt Siep, die ook lid is van de stuurgroep kwaliteit en veiligheid van de Brancheorganisatie Kinderopvang. Hij heeft ervoor gekozen de rijvaardigheid van nieuwe medewerkers zelf te trainen – eerst op het hockeyveld, dan in de stad. „Ik delegeer veel als directeur, maar dit niet.” Als iemand „er niet met genoeg zelfvertrouwen op staat”, wordt de Stint door anderen bestuurd.

Selma vindt het niet moeilijk, een Stint besturen. „Je hebt veel overzicht en kunt met de kinderen praten. En je kunt hem op schildpadstand zetten.” Dan gaat-ie niet harder dan vier kilometer per uur.

Wat ze wel naar vindt: de opmerkingen die mensen sinds het ongeluk maken. ‘Doe je rustig aan met dat ding’, bijvoorbeeld. Of ze hangen wijzend uit hun autoraam. „De kinderen horen dat ook.”

Het programma van Plukkebol is drastisch veranderd sinds de Stint, zegt Siep. „We maken veel meer uitstapjes en hebben een leuker vakantieprogramma. We gaan naar musea, naar de natuurspeeltuin, naar de Delftse hout. Het alternatief is openbaar vervoer, maar dan zit je weer met die onhandige ov-chipkaarten. En je moet een stuk lopen. Ook daaraan kleeft een risico.”

Selma parkeert de Stint bij de opvang, de kinderen doen hun riempjes los. „Wij waren er als eerste!”, schreeuwt een jongetje blij.

    • Mirjam Remie