Opinie

    • Sjoerd de Jong

De rouwadvertentie van een miskende schrijver: eerbetoon of reclame?

Mark Twain noemde een gerucht over zijn plotselinge overlijden eens fameus „een overdrijving”. Het werd een van de bekendste wise cracks van de Amerikaanse schrijver.

Maar als NRC je doodverklaart, dan is het toch zeker wel zo?

Niet volgens een lezer die bij de afdeling Familieberichten en later bij mij bezwaar maakte tegen de herhaalde overlijdensadvertentie van een Nederlandse schrijver, Peter Akkerman (1952-2014).

Die verscheen voor het eerst in 2016 op diens sterfdag 7 september, twee jaar na een hereditie van zijn enige, lijvige roman, De val van Icarus (eerste druk 2001). Vorig jaar en dit jaar opnieuw werd het bericht op diezelfde datum herhaald. Tekst: „Te vroeg gestorven, miskend als schrijver, maar onvergeten bij zijn vrienden.” De heruitgave in eigen beheer was verzorgd door die vrienden.

Arjen Fortuin besprak de roman in 2001 positief. Het lange relaas (536 blz.) van „een leraar Duits van middelbare leeftijd” was een „fascinerend debuut”. „De overvloed aan beelden zet de handeling in een steeds lagere versnelling”. De recensent signaleerde ook de worsteling van de hoofdpersoon met „homoseksuele contacten die hijzelf eigenlijk verfoeilijk vindt”. Veertien jaar later meldde Fortuin, afgaande op het bericht in de herdruk, in een column Akkermans overlijden.

Maar volgens Jeroen Hoogenboom, de lezer die de krant benaderde én een van de vrienden die de herdruk verzorgden, ís ‘Peter Akkerman’ helemaal niet dood.

De inzender van de advertentie – twee keer via het formulier op nrc.nl, een keer per e-mail – is Mark Beumer, docent geschiedenis, projectmanager én literair agent voor De val van Icarus. Dat werd hij op verzoek van een oud-docent van hem, de gepensioneerde Nederlandse cultuurhistoricus Meindert Evers, die woont in München. Evers (1944) is auteur van boeken over Duitse filosofie en cultuur die in NRC welwillend zijn besproken. Hij vroeg Beumer, blijkens correspondentie, in 2014 om de publiciteit te verzorgen voor de hereditie van het boek van een „studievriend” van hem, Peter Akkerman, die „helaas onlangs is overleden”.

Er kwam een website en er verschenen Youtube-video’s. Onder meer een filmpje waarin een exemplaar van het boek vanaf de Waalbrug aan de rivier wordt geofferd, om aandacht te vragen voor deze „schitterende roman”. Hoogenboom, ook een oud-leerling van Evers, redigeerde de roman, volgens hem een „voortreffelijk boek” en in de nieuwe uitgave „veel leesbaarder”.

Maar hij stoorde zich aan de stunts en kreeg ruzie. Toen de rouwadvertentie voor het eerst was geplaatst, mailde hij Beumer: „Je gaat me toch niet vertellen dat jij die grapjas was die Akkermans zogenaamde In Memoriam in de NRC plaatste? Een reclameboodschap tussen echt verdriet gezet? Ik kan bijna niet geloven dat dit werkelijk gebeurd is.”

Maar wie is Akkerman dan?

Beumer mailt dat Peter Akkerman begraven ligt in Zutphen, op de Oude Algemene Begraafplaats (dat staat ook in de Verantwoording in de hereditie). De beheerder van die begraafplaats laat vriendelijk weten dat daar in 2014 „absoluut geen Akkerman” ter aarde is besteld. Beumer zegt in een reactie dat hij zich heeft vergist en dat Akkerman bij nader inzien begraven ligt in Berlijn.

De eerste uitgever van het boek, Conserve, biedt uitkomst. Uitgever Kees de Bakker herinnert zich het contact met de aspirant-romancier, een man van rond de zestig en woonachtig in Duitsland. Hij had op latere leeftijd literaire ambitie gekregen, zegt De Bakker, en wilde een grote roman schrijven, onder pseudoniem. Het boek kwam er, deels gefinancierd door de schrijver zelf, maar het verkocht niet – ook al niet omdat de auteur stond op een dure, gebonden uitgave (75 gulden). Elf jaar later, op 20 juni 2012, wees De Bakker het verzoek om een hereditie dan ook af.

De brief waarin hij dat deed, netjes maar resoluut („prachtige literaire titel”), was gericht aan: de heer M. Evers te München. Ja, hij was de auteur, aldus De Bakker. Jeroen Hoogenboom, die de naam niet als eerste wilde prijsgeven, bevestigt dat en stuurt me zijn correspondentie met Evers over de heruitgave, inclusief de codenaam voor het project (Dante) en een bankrekening voor de kosten die werd geopend op naam van Hoogenbooms vriendin, om de werkelijke auteur buiten beeld te houden.

Meindert Evers zelf was onbereikbaar en reageerde niet op een voicemailbericht en e-mail. Beumer, die onlangs kort contact met hem had, licht toe dat zijn oud-docent voor langere tijd in het buitenland verblijft en ook niets wil zeggen over de zaak. Hij voegt er nog aan toe dat het échte pseudoniem van Evers de ‘M. van B’ is die de Verantwoording in de heruitgave van het boek schreef.

Kortom.

Er is niets mis mee om een roman te publiceren onder pseudoniem. Maar een rouwbericht? Hoogenboom vindt dat je de overige annonces daarmee „bezoedelt” – en ik ook.

Waarom is NRC hier dan niet al in 2016 achtergekomen?

Hoogenboom mailde aanvankelijk niet met de redactie, maar met de afdeling van de uitgeverij die de rouwadvertenties plaatst; die heeft niet de plicht of mogelijkheid de echtheid daarvan te controleren (nabestaanden zullen zo’n toets ook niet erg op prijs stellen). Bovendien, het overlijden van Akkerman was gemeld in dat stuk van Arjen Fortuin.

Zo haalde de advertentie drie achtereenvolgende jaren de krant (voor ongeveer 800 euro per keer). Uiteraard zal hij nu niet meer worden geplaatst.

Over de doden niets dan goeds, immers – tenzij ze nog leven.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong