Bij Ajax krijg je nooit alles controleerbaar

Erik ten Hag

Na de afstraffing door PSV volhardt de Ajax-trainer in zijn gelijk. Over tactische keuzes en de eenheid bewaken. „Wat de rest vindt is niet belangrijk. Wel wat je intern vindt.”

Erik ten Hag: „Kampioen is normaal he. Al is het niet normaal want Ajax is vier jaar geen kampioen geworden.” Foto Frank Ruiter

De afspraak stond om Erik ten Hag (48) in de aanloop naar het Champions League-uitduel tegen Bayern München, dinsdag, te interviewen. Over de veeleisendheid van het Ajax-trainerschap, het werken met spelers als Hakim Ziyech en Dusan Tadic. Over zijn tijd als trainer van het tweede van Bayern.

Maar toen kwam PSV-Ajax: 3-0. Het is 48 uur na het echec in Eindhoven, zijn bezoek zit net of Ten Hag klapt zijn laptop open. „Kijk, dit is wel interessant.” Hij start een videobestand, met beelden van de eredivisietopper die hij van commentaar voorziet. „Je moet als coach wel koel blijven analyseren.” Daarover later meer.

Mensen willen na een 3-0 nederlaag een trainer die zegt: ‘dit heb ik verkeerd gedaan’. Dat lijkt lastig voor u.

Ten Hag: „Dat heb ik ook wel gezegd. Ik neem mezelf kwalijk dat ik de spelers niet goed genoeg heb voorbereid. Maar soms zijn het ook momenten die heel bepalend zijn. Dan kan je nog zo veel goed hebben gedaan en kan het toch verkeerd aflopen. Zondag was dat ook de issue.”

„Als ik wat verkeerd doe in de opstelling, want daar doel je op, dan is het makkelijk om te zeggen: oké, dit is verkeerd gegaan. Ik heb gezegd: we hebben gekozen voor voetbal. En dat we aan de bal niet goed waren in de uitvoering. We stonden in de opbouw niet hoog genoeg, en maakten verkeerde keuzes. Maar de opstelling klopte.”

Na een knappe campagne waarin Ajax de Champions League bereikte en het eerste groepsduel met 3-0 gewonnen werd tegen AEK Athene, kwam de nederlaag hard binnen. Net als vorig seizoen in april heeft de ploeg van Ten Hag met 3-0 verloren bij PSV. Toen was de titel definitief verspeeld, nu is de achterstand voor de ploeg die deze zomer voor 40 miljoen werd vertimmerd al vijf punten op PSV.

Toch zit hier, in zijn kantoor op complex De Toekomst, een op het oog opgewekt Ajax-trainer.

Niemand in de organisatie die iets aan te merken had over de tactiek?

„Nee.” Lachend: „Ik heb ze niet gehoord in ieder geval.”

Heeft u het gevoel dat u alle stromingen binnenboord heeft?

„Bij Ajax krijg je nooit alles controleerbaar. Onmogelijk.”

Tot u de Champions League wint.

„Nou, dan nog. Maar dan ontstaat er wel een andere autoriteit. Kampioen is normaal hè, de norm. Al is het niet normaal want Ajax is vier jaar geen kampioen geworden. Op het moment dat je niet wint, kijkt iedereen naar de trainer. Alles wordt gewikt en gewogen.”

„Maar we moeten ook niet doen of dat abnormaal is. Dat gebeurt bij elke club. Alleen hier: Ajax heeft 4 miljoen volgers op social media, meer dan alle eredivisieclubs bij elkaar. Dit betekent dat iedereen er wat van vindt. Intern is Ajax een vereniging. Veel meningen: de jeugd, de amateurs. Vele stromingen. Natuurlijk de groep van ex-spelers, vaak grote spelers.”

U zag Bayern München van binnen. Is de eenheid daar groter?

„Bayern is ook een vereniging, net als Ajax met veel stromingen. Ik denk wel dat hier bij Ajax de tegenstellingen groter zijn. ‘Mia san mia’, zeggen ze daar – ‘Wij zijn wij’, dat staat voor familie. Die familie is heel scherp, maar naar buiten toe zijn ze vaak één front. Let maar eens op, zeker als één van de mensen onder vuur ligt. Dan kunnen ze intern dit hebben” – hij slaat zijn vuisten tegen elkaar – „en de dag daarop neemt die één het op voor ander terwijl ze net nog keihard tegenover elkaar stonden.”

Kopt u hem zelf maar in: dat is hier bij Ajax minder?

„Nee. Ik zeg alleen: dit is het spel wat ze spelen, het is de strategie van Bayern München. Daar valt wat voor te zeggen.”

U promoveerde met Go Ahead Eagles, speelde Europees met FC Utrecht. Wat vergt Ajax van u, meer dan die clubs?

„Het is geweldig om met zulke talentvolle spelers te werken, dan bedoel ik dus echt kwaliteitsspelers. Dat je die kunt uitdagen, naar een hoger level kan stuwen. Puur voetbalinhoudelijk lukt me dat. Het verschil is het geheel te managen, de controle over alle processen te krijgen, dat is vele malen moeilijker. Neem de performance-afdeling, de medische staf, die zijn veel groter. De trainersstaf ook. Met alle dwarsverbanden tussen performance en technische zaken, mensen die op hun specifieke gebied qua kracht en snelheidsontwikkeling je allemaal ten dienste staan. Maar het zijn allemaal wel mensen die je moet managen. Het moet wel allemaal passen in je trainingsprogramma.”

Terug naar PSV-Ajax. De kritiek op zijn tactische keuze achterin was fors, De Telegraaf suggereerde zelfs dat de Ajax-leiding hem moet bijsturen. Maar hij zou het weer zo doen, zijn opstelling. Ten Hag start een video op zijn laptop. „Je moet altijd analyseren: klopt het wel wat de betweters zeggen? Het item was: de coach heeft de verkeerde keuze gemaakt, want Frenkie de Jong en Daley Blind zijn niet complementair centraal achterin. En Luuk de Jong [PSV-spits] wint zijn duels, dat werd Ajax fataal. Toch?”

Op het scherm trekken inmiddels spelfragmenten voorbij, gelabeld door de videoanalist. We zien PSV dat de lange bal speelt naar – meestal – Luuk de Jong. De situatie die daarna ontstaat, het vervolg, heet in trainerstaal de ‘tweede bal’. „Je hebt wel een probleem als je met Luuk de Jong bij je eigen zestien komt te staan”, zegt hij. „Kijk, dit wil je niet”, zegt Ten Hag bij een dreigende spelsituatie. „En hier, dit doen we niet goed. Hier komt een vrije trap uit voor PSV.” Maar verder: „Ik heb ze letterlijk geturfd. Luuk de Jong wint zijn duels, dat mocht ook. Maar ver van het doel doet ons dat geen pijn.”

De blessure van aanvoerder Matthijs de Ligt bewoog hem er toe te schuiven met Frenkie de Jong van het middenveld naar de verdediging, zoals tegen AEK Athene. Net deze De Jong verslikt zich bij de fatale 2-0 van PSV. „Maar het gaat al daarvoor mis bij ons in balbezit, ook bij de 1-0.”

Zijn punt: het lag niet aan zijn centrale duo. Het deert hem niet, zegt hij, hoe de buitenwereld oordeelt. „Maar de spelers worden beïnvloed door jullie, die gaan het misschien voor waarheid aannemen.”

Dus u wilt ze laten zien dat de effectiviteit van Luuk de Jong tegenover uw centrale duo niet doorslaggevend was?

„Sterker nog: het slaat nergens op. Kul. Maar trek je eigen conclusie.” Hij wijst naar het scherm. „Dit zijn alle fragmenten met codering ‘lange bal/tweede bal’.”

Laat u dit zien aan uw spelers omdat de buitenwereld binnen is gekomen?

„Nee, dan begrijp je me verkeerd. Ik heb de spelers wel gezegd dat het gelul is als iemand denkt: Luuk de Jong was de sleutel en daar had een andere centrale verdediger moeten staan. En ik heb in een individueel geval deze beelden laten zien, een speler wilde weten wat ik bedoelde met dat het gelul is. Maar ik heb vooral beelden laten zien om te laten zien dat we niet goed waren in balbezit. Dat hebben we visueel gemaakt. Wat de rest ervan vindt is niet zo belangrijk. Wel wat je intern vindt. Dat het team er ook van overtuigd is dat het gegeven de omstandigheid en de tactiek de beste keuze was.”

In München, als coach van het beloftenelftal van Bayern, raakte hij in aanraking met de meest invloedrijke coach van dit moment. Het is niet dat ze wekelijks de diepte ingingen, daarvoor had Pep Guardiola de tijd niet. Maar Ten Hag absorbeerde zoveel mogelijk in de gesprekjes in het voorbijgaan, bij het bekijken van trainingen van het eerste elftal. „Die zijn geheim, behalve voor de trainers van Bayern”, zegt Ten Hag. Wat hij niet in zijn hoofd opsloeg, schreef hij op. „Maar je moet nooit een trainer kopiëren.”

In de documentaire ‘Manchester City: All or Nothing’ zegt Guardiola: ‘Ik heb niet alle antwoorden. Vaak, als ik het niet weet, doe ik tegenover mijn ploeg alsof ik het wel weet. Want dat geeft ze vertrouwen in hun spel.’ Herkent u dat?

„Ik weet niet alle vragen, ook niet alle antwoorden. Guardiola kan dat zo zeggen, met zijn status. Ik ga mijn groep geen knollen voor citroenen verkopen, dan verlies ik heel snel de autoriteit. Ik ga wel op zoek naar de antwoorden. Als het fout is, moet je zeggen dat je het fout hebt gedaan. Ik heb wel dingen fout gedaan. Maar niet dit [Frenkie de Jong centraal achterin]. We hadden de verkeerde mentaliteit zondag. En als coach ben je daarvoor verantwoordelijk. Zoals de ploeg op het veld staat, inclusief de houding.”

Maar tactiek is tastbaar en te herleiden tot de trainer, mentaliteit is iets ongrijpbaars bij de spelers. Of niet?

„Je denkt dat het ongrijpbaar is, maar dat is het niet. Want je moet daar ook interveniëren, op sturen als coach. En als een groep zo op het veld staat, zoals zondag… Je gaat er toch van uit dat PSV-uit, met het litteken wat we hadden van april, dat we scherper zouden zijn. Dat ze dat nog in hun hoofd hadden. We hadden heilig geloof dat ze gingen winnen, we hadden vooraf teveel zelfvertrouwen. Dan kom je op de koffie.”

    • Bart Hinke