Recensie

We omhelzen hen, we moeten wel

Silvia Avallone Verder grijpend en dieper gravend dan voorheen betreedt deze Italiaanse schrijver de ‘betonnen ingewanden’ van Bologna. We maken met haar personages negen turbulente maanden mee.

Bologna Foto Ferdinando Scianna/Magnum Photos

Deze roman begint met twee baby’s. De ene wordt geboren, de andere bestaat niet. Deze roman begint met twee moeders. Adele is net achttien en krijst van de weeën. Dora is een eindje in de dertig en krijst van kinderloosheid. Deze roman begint met twee explosies. Dora ontploft en attaqueert op straat een hoogzwangere vriendin. Adele ontploft en staat haar baby af.

Deze roman heet Levenslicht. Hij is geschreven door Silvia Avallone, de Italiaanse auteur die opviel met haar debuut, Staal. In Staal dook de schrijfster in de levens van jonge vrouwen in de haveloze huurkazernes aan de kust voor Toscane. Met deze, haar derde, roman grijpt Avallone verder en graaft ze dieper. Ze duikt onder in de versleten woonblokken waar Adeles ongewenste zwangerschap een afgang is. Ze hapt naar adem in Dora’s comfortabele milieu waar ongewenste kinderloosheid net zo’n afgang is. De beide vrouwen lijken zwakkelingen, hun moed, hun zelfredzaamheid vallen niemand op. Maar Avallone ziet het wel. Ze zet er een schijnwerper op in dit verhaal over deze twee vrouwen, met wie het misschien wel goed komt. Voorlopig althans.

Adele geeft een rompertje met een poesje mee voor haar baby, en weg is ze, op haar ‘plateauzolen van tien centimeter’. Dora wordt opgeroepen voor een gesprek met een adoptiecomissie. Aha, denkt de lezer, ik zie mogelijkheden. Maar Avallone is een te goeie schrijver om niet met een verrassend slot voor haar roman te komen, dus wacht maar even met voorbarige conclusies.

Ze zijn agressief, ze blaffen

De levens van Dora en Adele zijn op allerlei manieren verstrengeld, maar alleen de lezer ziet dat, hun paden kruisen elkaar niet. Ze zijn geen puzzelstukken die in elkaar passen, ze zijn eerder elkaars schaduw dan elkaars spiegelbeeld. Voor zouteloze tegenstellingen tussen arm en rijk moet je niet bij Avallone zijn, dit zijn gewiekst uitgewerkte personages. Ook als het ze duur komt te staan, weigeren ze zich te voegen naar de verwachtingen van anderen. Ze zijn agressief, ze blaffen, ze bijten, vertaalster Manon Smits treft knap hun beider toon.

Levenslicht gaat negen maanden terug in de tijd. We zijn getuige van het wankele huwelijk van Dora, lerares Italiaans, en Fabio, architect – hij de mooie jongen van de klas, zij het rebelse meisje. Hij viel op haar, tot haar verbazing, want ze is gehandicapt. Hij wil net zo graag vader worden als zij moeder, maar het idee van adoptie knaagt aan zijn idee van mannelijkheid. Dus daar doet hij iets aan, met een jeugdliefde, die ook zo haar sores heeft. Parallel met hun verhaal jaagt Avallone ons de ‘betonnen ingewanden’ van Bologna in. Waar de jongens zich groot maken met een scooter en een nep-Rolex en nog altijd Tony Montana uit Scarface (wanneer houdt dat eens op?) het rolmodel is. Waar de meiden alles (alles!) doen om een vriendje te krijgen en vast te houden. Want zonder hebben ze geen toekomst – en die zal sowieso eenzaam zijn, dat zien ze aan hun moeders.

Er ontspint zich een wijdvertakt verhaal. Dwars door de scheiding tussen de milieus heen raken levens elkaar of scheren langs elkaar. De personages ontgaat het grote patroon dat wij zien en dat ons verheldert wie ze zijn. Wij beseffen dat ook wijzelf nietsvermoedend deel uitmaken van zulke verbanden. Onze wereld lijkt klein, maar houdt veel meer in en het kan geen kwaad op zoek te gaan.

Avallone houdt haar boek op spanning met haar observaties. Je ziet ze voor je, de vrouwen in de woonkazernes die de dagen doorbrengen met uit het raam hangen. De jongen die ‘één boek’ bezit, wat hij verstopt want lezen, dat is iets voor ‘losers’. Claudia, vlogster die verslag doet van haar wijk waar geen boom groeit, waar kinderen elkaar structureel lopen uit te schelden. Of Manuel, een ‘tienderangs pusher’, waar als je goed kijkt het slimme dertienjarig jongetje dat hij was, nog inzit.

De meiden zijn Avallones brandpunt. Ze staat aan hun kant. Hard en reëel beschrijft ze hun leven, en soms permitteert ze zich een zin die regelrecht uit een levenslied lijkt te komen: ‘Een man is niet gemaakt om te blijven, ook al heeft hij een hart.’

Niet dat ze de jongens verwaarloost. Hun wereld is de welbekende brij van geweld, misdaad en achterlijke kerels. Hoe de jongens daar terechtkomen, hoe geweld vanzelfsprekend voor hen wordt, interesseert haar meer. Ze beschrijft het bijna klinisch, alsof ze röntgenfoto’s maakt.

Kleine kneepjes en duwtjes

Even uitdagend spint ze de verhouding van Fabio en Dora uit. Ze zijn onuitstaanbaar, maar wij kunnen niet anders dan hen omhelzen met het voordeel van de twijfel – daar zorgt Avallone voor met kleine kneepjes en duwtjes in haar beschrijvingen.

Lees ook: Paolo Cognetti: ‘In de bergen kan ik alles op mijn manier doen’

Dora is het scharnier in deze roman. Als lerares Italiaans kent ze de jeugd uit de achterstandswijken, die zitten bij haar in de schoolbanken. Ze is gepassioneerd, wil alles uit de leerlingen halen wat erin zit. Met haar identificeert Avallone zich en dat leidt tot het zwakke punt van Levenslicht. Alle jongeren zijn onwaarschijnlijk leergierig. Nogal vaak wordt vermeld dat ze als jonge pubers zulke goeie cijfers haalden, en hoeveel belangstelling ze hadden voor de hoge literatuur. En nog hebben, als ze de kans krijgen. Het doet geforceerd aan.

Want uiteindelijk verhaalt Levenslicht dat deze kinderen hun goeie cijfers niet verzilveren. Hun intelligentie redt hen niet. De vreugde van kennis en ontwikkeling is een luxe die zij zich niet kunnen permitteren. Vrij denken, vrij leven, eigen keuzes maken, het is voor hen niet weggelegd. Ze zijn gedoemd ook onwilvaders en alleenstaande moeders te worden, van kinderen die hen in dat spoor zullen volgen.

We maken negen turbulente maanden mee. Alle personages ontwikkelen zich, ze worden andere mensen, met andere inzichten en daarmee een andere toekomst. Een aantal van hen krijgen we lief, Dora en Adele natuurlijk, maar er zijn er meer, zelfs de reddeloze Manuel ontroert. Het meest verbaast Adeles mysterieuze buurjongen Zeno, die een brug slaat tussen de twee milieus. Misschien wordt hij een schrijver, de suggestie is er. Alleen al de mogelijkheid geeft het gevoel van een happy end, waar je het niet voor mogelijk had gehouden.

    • Joyce Roodnat