Opinie

    • Luuk van Middelaar

Wat zou Heldring gedacht hebben?

In een woelige wereld groeit het verlangen naar een baken. In deze krant vervulde J.L. Heldring van 1960 tot 2012 die rol als geen ander met zijn rubriek ‘Dezer Dagen’, een kompas voor veel lezers – of het nu ging om buitenlandse politiek, taalproblemen of religie. Hugo Arlmans knappe biografie De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013) doet het gemis van diens stem extra voelen.

Uit terugblikken bij zijn overlijden kwam Heldring naar voren als afstandelijk beschouwer, politiek realist, machtsdenker. Kwaliteiten die prettig afsteken bij de jachtige verontwaardiging en die hem een unieke plaats gaven in Nederland, „waar politiek nog zo vaak wordt gezien als de voortzetting van de theologie met andere middelen” (historicus Maarten Brands).

Maar de nieuwsgierige Heldring was geen feitenfetisjist of cynicus van de status quo. Hij had oog voor continuïteit én breuk. Niet alles kan zomaar veranderen, maar ook: niet alles zal hetzelfde blijven, de geschiedenis voltrekt zich onder onze ogen. Trefzeker wist de columnist zo steeds het moment op te spannen tussen een lang verleden en de open toekomst.

In 1989, bij de val van de Muur, kantelde alles en Heldring doorzag het prompt. In het grote debat uit de decennia daarvoor – moet Nederland zich ‘Atlantisch’ of ‘Europees’ oriënteren? – was Heldring steeds onverkort Atlantisch geweest. Niet om ideologische maar om machtspolitieke redenen: Amerika was onze beschermer. Toen de Muur viel duidde hij eerder dan wie ook de historische impact: Duitsland herenigd, Amerika op de terugtocht, Europa op zoek naar een orde. (Men herleze de magnifieke column ‘Het Duitse volk is al herenigd’, van 14 november 1989, opgenomen in Heel ons fundament kraakt uit 2003). Met het einde van de Koude Oorlog zou de NAVO aan belang inboeten, schreef hij later. „Een bondgenootschap zonder vijand is zijn reden van bestaan, althans van concentratie kwijt.” In 1989 gaf de toen al 72-jarige blijk van meer wendbaarheid dan de Nederlandse diplomatie; hij wist dat de vraag naar de ordening van Europa onherroepelijk zou opduiken. De lange lijn die voorlopig uitmondt in Trump, werd toen ingezet.

Wat zou Heldring vandaag hebben gedacht? Hoe de belangen van ons landje aan de Noordzee te waarborgen nu Trump en Brexit onze westelijke blik ontregelen en ons maritieme anker wegslaan? Tijdens de boekpresentatie, maandag, op Clingendael schetste oud-NRC-hoofdredacteur Ben Knapen twee denklijnen.

Ten eerste: hernieuwd neutralisme. Heldring las politieke motieven graag terug in geografie, mentaliteit en andere forces profondes van een natie. In die geest valt de Nederlandse NAVO-inbedding na 1945 te lezen als de voortzetting van de vooroorlogse neutraliteit met andere middelen; onder bescherming van een supermacht hoef je immers zelf geen politieke keuzes te maken. Nu de Atlantische band haar vanzelfsprekendheid verliest, keren oude reflexen in Den Haag terug: gelijke afstand tot de omringende landen; inzetten op evenwicht, afzijdigheid en neutraliteit. Zwitserland aan zee.

Tweede denklijn: continentale wending. Zeker: Heldring zag weinig in het Europese project; tijdens de Koude Oorlog ging de band met Amerika voor en het sfeertje was hem te idealistisch. Ook achtte hij de culturele verschillen tussen de Europese volkeren te groot. Maar de situatie is veranderd, wist hij. Obstakels voor eenheid namen niet af, maar de noodzaak wel toe. Vandaag, aldus Knapen, kun je Europa voor het eerst beargumenteren en omarmen op Heldringiaanse grond: Realpolitik, tektonische platen en schuivende machten, lijfsbehoud in een mondiaal krachtenspel.

Hoe deze spanning zou uitvallen voor Jerome Heldring – zoon van een Amsterdamse reder en een Franse moeder – weten we niet. Maar ook vandaag helpt hij de open geschiedenis te lezen in het ogenblik.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden). Zijn column is wekelijks.
    • Luuk van Middelaar