Wat als we elkaar allemaal kunnen verstaan?

De vertaalsoftware verbetert zó snel, dat automatisch vertalen in spreektempo geen illusie meer is. Wat als iedereen elkaar kan verstaan?

Het is 2028 en de wereld is kleiner geworden. Begin dit jaar liet de eerste mens een permanente vertaalchip in zijn gehoorgang implanteren. De eigenaar van de Amerikaanse startup iHearYou haalde er alle nieuwsrubrieken mee. Binnen een maand volgden tienduizenden andere pioniers, de beurskoers van het bedrijf schoot omhoog. Met het implantaat ontstaat een nieuwe (volgens de reclamespots „verbeterde”) mens, die iedereen op de hele wereld kan verstaan.

Het apparaatje vangt gesproken taal op en fluistert na een nauwelijks merkbare vertraging een vertaling in het oor van de drager. Ruim duizend talen en dialecten kent de iHearYou, en er worden elke dag nieuwe toegevoegd. Ook geschreven teksten, via een smartphone naar het implantaat verstuurd, worden in een oogwenk vertaald. Gebruikers vinden de toon en dictie van de fluisterstem zo rustgevend dat ze zich er voor het slapengaan graag door laten voorlezen.

Scholieren willen geen nieuwe talen meer leren. Waarom zouden ze?

De twintigste eeuwse sciencefiction-schrijver Douglas Adams zat er niet ver naast: in zijn Hitchhiker’s Guide to the Galaxy heeft bijna iedereen een zogeheten Babelvis in het oor. Het kleine visje zuigt zich vast aan de gehoorgang van de drager en vertaalt alle geluidsgolven automatisch naar diens moedertaal.

Ook wie zo’n Babelvis nog net te ver vindt gaan, gebruikt bijna dagelijks een van de honderden smartphone-apps die vrijwel direct vertaalde tekst op je beeldscherm toveren of feilloze vertalingen van gesproken taal naar je ‘oortjes’ sturen. De oortjes zijn zo ingeburgerd dat het als ultieme beleefdheid wordt gezien om ze uit te doen en een paar woorden te wisselen in iemands moedertaal. De Amerikaanse president Kamala Harris, net verkozen voor haar tweede termijn, stal vorig jaar in ons land de harten toen ze tijdens het staatsbezoek haar oortje in haar handen hield en een paar ingestudeerde woorden Nederlands zei.

De technologie, smeerolie voor de internationale communicatie, heeft de globalisering een misschien wel beslissende zet gegeven. Economen spreken over ‘het vertaaleffect’. Een schoenmaker uit Ootmarsum bestelt zijn leer in het Nederlands bij een Chinese webshop en krijgt orders uit de hele wereld. Deze krant verschijnt sinds kort in alle grote talen – en concurreert zo ook met nieuwsorganisaties in alle landen. De gezaghebbende Chinese denktank Academie voor Sociale Wetenschappen schat de wereldwijd toegenomen economische activiteit, veroorzaakt door het gebruik van vertaaltechnologie, op 1,08 biljoen dollar in het afgelopen jaar.

Kijk ook: Zo probeerden we een overtuigende nepvideo te maken

En iedereen gebruikt Google Translate, dat elke website, e-mail of appconversatie razendsnel en foutloos in honderden talen vertaalt. Niet alleen in het Frans, Duits of Engels, ook in het Tataars en Sorbisch. Wie ervoor wil betalen, downloadt extra pakketten met nog exotischer talen en dialecten, tot aan J.R.R. Tolkiens Elvendialect Sindarin. YouTube heeft een van de grootste ergernissen rond nasynchronisatie weggenomen: dankzij kunstmatige intelligentie, voor het eerst toegepast in de ‘deepfake-video’s’ van de late jaren tien, bewegen lippen in de video’s waarheidsgetrouw mee met het vertaalde geluid.

Kilimanjaro

De software is niet van de een op andere dag zo goed geworden. In de jaren tachtig van de vorige eeuw begonnen taaltechnologen te speculeren over het gebruik van neurale computernetwerken, vergelijkbaar met de structuren van neuronen in het menselijke brein. Neurale netwerken zijn ontwikkeld om patronen in data te ontdekken: precies de eigenschap die je nodig hebt om computers te leren de ene unieke taal, met zijn eigen complexe patronen, om te zetten in een andere taal, met heel andere patronen en regels.

Door gebrek aan rekencapaciteit en data duurde het tot 2014 tot de eerste geslaagde experimenten plaatsvonden. Wetenschappers ‘voedden’ neurale netwerken met gigantisch veel voorbeelden van vertaalde teksten, waardoor deze zichzelf steeds beter leerde te vertalen. Twee jaar later gebruikte Google de techniek al voor Google Translate. De stap voorwaarts was opzienbarend in vergelijking met wat de vertaaldienst daarvoor presteerde. Een wetenschapper deelde op Twitter twee versies van het begin van Hemingways The Snows of Kilimanjaro: de versie die naar het Japans en terug was vertaald door Google Translate zat griezelig dicht bij het origineel.

Neurale netwerken zijn beter dan oude vertaaltechnieken in staat om te ‘begrijpen’ wat de spreker bedoelt. Dat is belangrijk omdat taal wemelt van de ambiguïteit. Als we een zin over een financiële transactie in het Engels vertalen, is het voor ons vanzelfsprekend om ‘bank’ niet met ‘couch’ te vertalen, maar met het engelse ‘bank’. Dubbele betekenissen, maar ook de nuanceverschillen die een goede vertaling onderscheiden van een slechte, waren voor ouderwetse vertaalsystemen vaak een stap te ver. Neurale netwerken ‘zien’ aan de context hoe ze ‘bank’ naar het Engels moeten vertalen.

Omdat de computer zichzelf taalpatronen heeft geleerd, maakt hij nauwelijks nog grammaticale fouten. Hij weet bijvoorbeeld dat als een zin begint met ‘ik’ er verderop een werkwoord in de eerste persoon moet volgen.

Nader tot elkaar

Het wegvallen van de taalbarrières heeft ook culturele gevolgen. Onze huisrobotjes spreken de vreemdste talen en dialecten. Informatie én desinformatie bereikt moeiteloos een wereldwijd publiek. Het monopolie van Amerikaanse en Britse media op ‘internationaal’ nieuws is verleden tijd (tot grote vreugde van anti-Amerikaanse denkers). En in Nederland verloopt de integratie van nieuwkomers de laatste jaren soepeler, blijkt uit rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zij leren makkelijker de Nederlandse cultuur kennen nu taal geen obstakel meer is.

Intussen hebben scholieren geen zin meer om nieuwe talen te leren. Waarom zouden ze? Middelbare scholieren in Frankrijk dienden vorige week een petitie in bij de staatssecretaris van Onderwijs, waarin ze pleiten voor het verminderen van lesuren Engels, Duits en Chinees. „Google vertaalt toch alles”, schreven ze.

Filosofen zijn er nog niet uit wat de vertaalrevolutie betekent voor de mensheid. Het optimistische kamp citeert instemmend Ludwig Wittgenstein, die meer dan honderd jaar geleden schreef: „Als we een andere taal zouden spreken, zouden we de wereld anders zien. Want de grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld.” Voor het eerst in de geschiedenis heeft taal geen grenzen meer, zeggen zij. Dus leeft in zekere zin ook nu pas voor het eerst in de geschiedenis iedereen in dezelfde wereld. Nieuwsberichten over de eerste getrouwde stellen die geen gemeenschappelijke eerste of tweede taal delen, zien zij als bewijs voor de komst van een nieuwe, utopische wereld waarin iedereen nader tot elkaar komt.

Naar literaire vertalers blijft vraag. Noem het snobisme, maar de betere uitgevers zweren bij vertalingen door mensen van vlees en bloed.

Maar andere denkers wijzen erop dat een stukje software niet in staat is culturele verschillen te overbruggen. Er gaat altijd ‘iets’ verloren in een vertaling. Sterker nog: volgens doemdenkers heeft de software er alleen maar voor gezorgd dat de kans op misverstanden is toegenomen. Het is nu nóg makkelijker geworden voor een directe Hollander om een minder uitgesproken Japanner te beledigen. Berucht is de kortstondige beurscrash van mei 2025, veroorzaakt door een populaire Chinese vertaalapp: die wist een ironisch bedoelde opmerking van biljonair Elon Musk over zijn gezondheid niet als zodanig te herkennen.

Om dit soort problemen te verhelpen zijn de nieuwste apps uitgerust met iets wat ‘cultureel vertalen’ wordt genoemd. Vink deze optie aan en de computer stopt een paar beleefdheden in een zin als je met een Japanner aan tafel zit, of strooit hier en daar wat bedekte termen in de mix in gesprek met een Brit.

Bouquetreeks

Voor het beroep van vertaler is de nieuwe technologie desastreus. Het aantal banen is gedecimeerd. NRC heeft nog drie vertalers in dienst om schoonheidsfoutjes van de computer glad te strijken. In juridische en medische teksten mag geen enkele fout staan, dus ook daar wordt nog een menselijke vertaler bij gehaald. Maar het gaat daarbij vooral om het controleren van de computer, een nauwelijks creatieve, maar wel vermoeiende, repetitieve taak.

Naar literaire vertalers blijft vraag. Noem het snobisme, maar de betere uitgevers zweren bij vertalingen door mensen van vlees en bloed. Geen computer weet zoiets subtiels als de toon van een auteur over te brengen. Een roman uit de bouqetreeks kun je makkelijk door de vertaalcomputer halen; hoe meer clichés een schrijver gebruikt, hoe beter het resultaat. Maar een lange rij winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur waarschuwde onlangs in een opiniestuk dat meesterwerken vervlakken nu uitgevers ook daar goedkope computervertalingen op loslaten.

Erg sterk staan ze niet, gezien een recent experiment, gefinancierd door Google. Gerenommeerde schrijvers kregen vijf vertalingen van een pagina uit Oorlog en Vrede voorgelegd, waarvan één door de computer gemaakt. Geen van hen slaagde erin de digitale vertaling eruit te pikken.

Poëzie, en dan vooral de hermetische variant, weerstaat als laatste de opkomst van de vertaalcomputer. Ter illustratie het begin van The Waste Land van T.S. Elliot:

April is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.

De vertaling van Google Translate is in tien jaar nauwelijks veranderd:

April is de wreedste maand, fokt
Seringen uit het dode land, mengt
Geheugen en verlangen, roert
Saaie wortels met lenteregen.

Maar dit is de vertaling van literair vertaler Paul Claes:

April is de grimmigste maand, hij wekt
Seringen uit het dode land, vermengt
Herinneringen en verlangen, port
Lome wortels op met lenteregen.

Illustratie
Julien Kraakman/Artbox
Vorm
Koen Smeets

    • Reinier Kist