Voorrang hoeft niet, huisvesting moet

Statushouders

Het voornemen van de gemeente Castricum statushouders vanwege de woningnood geen voorrang meer te geven bij huisvesting krijgt veel kritiek. Maar het mag, zolang de vergunningshouders uiteindelijk wel een woning krijgen.

Paul Slettenhaar benadrukt: zíjn idee is dit echt niet. Zelf komt de VVD’er niet uit Castricum en de discussie over statushouders daar was langs hem heengegaan. Maar nu hij in de Noord-Hollandse gemeente als wethouder is benoemd van een minderheidscollege, moet hij het raadsprogramma uitvoeren. En daarin staat het nu eenmaal expliciet, onderaan pagina vier: ‘Het college geeft bij toewijzing van sociale huurwoningen voorrang aan de eigen inwoners en schaft de voorrang van statushouders af.’

„Dat is de opdracht en die voer ik uit”, zegt Slettenhaar. Donderdag onderstreepte hij zijn voornemen met uitspraken in het Noordhollands Dagblad, al snel opgepikt door landelijke media. Niet geheel toevallig één dag voordat Kamerlid en partijgenoot Daniel Koerhuis de gemeente bezoekt, om te praten over het landelijke beleid rondom de huisvesting van statushouders.

Voorrangsregeling

Castricum is niet de enige plek waar dat een thema is. Vanuit het Rijk krijgt elke gemeente de opdracht elk half jaar een aantal statushouders te huisvesten – liefst binnen tien weken.

Nu de krapte op de woningmarkt een hoogtepunt bereikt, is die opdracht niet altijd eenvoudig. Sommige gemeenten kennen een zogeheten ‘urgentieregeling’, waarmee ze zwakke groepen in de samenleving voorrang geven bij het toewijzen van een woning. Tot 1 juli 2017 was het voor de gemeenten die zo’n regeling hebben – 176 van de in totaal 380 gemeenten – verplicht ook statushouders voorrang te geven.

Toen werd die verplichting afgeschaft en sindsdien geldt die verplichte voorrang alleen nog voor mantelzorgers en –ontvangers en slachtoffers van huiselijk geweld. Dat besluit kwam voort uit onbegrip over het feit dat statushouders eerder een huis kregen dan autochtone Nederlanders die al jaren op de wachtlijst stonden voor een sociale huurwoning.

Desondanks kiezen 174 gemeenten er nog altijd voor ook statushouders voorrang te geven, bleek uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse zaken deze zomer. Een vaakgehoord argument daarvoor is dat het de integratie bevordert, en de maatschappelijke kosten naar beneden brengt. Het is echter net zo zeer het recht van gemeenten om ervoor te kiezen statushouders geen voorrang te geven. Alleen Alkmaar – vorig jaar al - en nu Castricum hebben voor die optie gekozen.

Het weigeren van statushouders is geen optie, maar van harde straffen is ook geen sprake. De tijdslimiet van tien weken is eerder een streven dan een harde deadline, en een maandelijkse boete van 1.500 euro per statushouder, waarover andere media schreven, bestaat helemaal niet. „De discussie over een boete als je als gemeente te weinig vergunningshouders huisvest speelde meer dan een jaar geleden. Dat idee is van de baan”, zegt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Castricum moet deze zes maanden 23 vergunningshouders huisvesten. Weigert de gemeente dat, dan kan in het uiterste geval de provincie ingrijpen. Die zorgt dan dat de statushouders alsnog een woning krijgen, en verhaalt de kosten op de gemeente in kwestie. Zo’n situatie heeft zich echter nog nooit voorgedaan in Nederland.

‘PVV-corvee’

Een publiciteitsstunt, noemt het Castricumse D66-raadslid Marcel Steeman de uitspraken van VVD’er Slettenhaar. „Alsof hij namens zijn partij PVV-corvee had.” D66 heeft samen met de SP en GroenLinks – gezamenlijk de partijen die in het raadsakkoord hebben laten vastleggen het niet eens te zijn met deze maatregel – een spoeddebat aangevraagd. Steeman: „Zomaar zo’n zin uit het raadsakkoord pakken zonder overleg met de raad, dat kan niet.”

„Dit is mijn opdracht, ik kan niet anders”, benadrukt Slettenhaar. Hoewel hij toegeeft: als VVD’er is hij „voor het individu” en heeft hij „niets met collectieve regelingen”. De wethouder hoopt vooral dat zijn uitspraken discussie losmaken over het bedrag dat het Rijk ter beschikking stelt voor het huisvesten van een statushouder, 6.250 euro per persoon per jaar. Veel te weinig, vindt de Slettenhaar. „Als je een opdracht aan iemand geeft, moet je ook de toereikende financiën erbij leveren.”

    • Sam de Voogt
    • Clara van de Wiel