VK kán EU economisch de oorlog verklaren

Brexit Naast de zachte Brexit van premier May ligt er nu ook een plan voor een Amerikaans-Brits vrijhandelsakkoord dat de EU een kopje kleiner zou kunnen maken. Een aantal harde Brexiteers heeft het omarmd. En Brussel neemt het serieus.

Illustratie Roland Blokhuizen

Op de dag na Brexit liggen Britse supermarkten vol goedkope chloorkippen, genvoedsel en hormoonvlees uit Amerika. De cosmetica bij de parfumerie komt uit China en is op dieren getest. Banken in de City stunten als vanouds met spaargeld van rekeninghouders en beloven traders weer astronomische bonussen als ze nieuwe, winstgevende derivaten in de markt zetten. De Britse vennootschapsbelasting is de laagste van heel Europa geworden.

Op alle fronten grijpt het Verenigd Koninkrijk Brexit aan om niet alleen economisch zijn eigen weg te gaan, maar ook keihard te concurreren met de Europese Unie. Omdat Londen vrijhandelsakkoorden heeft gesloten met economische grootmachten als Amerika en China, krijgt deze competitie snel een moordende intensiteit. Voor deze landen wordt het VK een offshore platform van waaruit ze de economische EU-gigant eindelijk een kop kleiner kunnen maken.

Het Verenigd Koninkrijk dat samen met de rest van de wereld de EU economisch de oorlog verklaart? Het lijkt complete fictie. Maar het zou best eens werkelijkheid kunnen worden, zelfs als er een minder harde Brexit komt dan sommigen vrezen.

Lees ook: Hebben de Britten spijt van hun keuze? En elf andere vragen over de Brexit

Op de site van het conservatieve Cato Institute, een ultraliberale denktank in Amerika, verscheen vorige week een redelijk uitgewerkt ontwerp voor een Amerikaans-Brits vrijhandelsakkoord. Dit akkoord, getiteld Ideal Free Trade Agreement, is ontwikkeld met meerdere conservatieve denktanks, waaronder de Heritage Foundation (in de VS), het Institute for Economic Affairs en het Adam Smith Institute (in het VK). Prominente politici als de Britse handelsminister Liam Fox zouden het hun zegen hebben gegeven. Het is gebaseerd op de meest extreme vorm van vrijhandel: „De vrijheid van mensen om transacties te sluiten zoals ze willen, wanneer ze willen, met wie ze willen en zonder enige tussenkomst van politici of bureaucraten als poortwachters.” Handelstarieven worden tot nul gereduceerd. Veel overheidsdiensten worden geprivatiseerd. Van de bestaande bankregulering, milieuwetten en consumentenregels in het VK worden de meeste ogenblikkelijk geschrapt. Het idee is dat landen als China, India en Israël zich erbij aansluiten als ze willen.

Een aantal harde Brexiteers in premier May’s conservatieve partij, onder wie David Davis en Jacob Rees-Mogg, heeft het plan omarmd. Naast May’s eigen Chequers-voorstel, dat in een softe Brexit voorziet, is dit vrijhandelsakkoord met de VS het enige min of meer uitgewerkte Brexit-toekomstplan dat komende week op het conservatieve partijcongres op tafel ligt. Tijdens haar speech op de Algemene Vergadering van de VN, deze week, beloofde May al dat het VK een handelsakkoord met de VS zou sluiten en dat het „de laagste vennootschapsbelasting van de G20” zou krijgen.

Amicaal opgelost

Voor veel Europeanen is het idee dat de Britten hun land veranderen in een hypercompetitief Singapore-aan-de-Theems, een vreemde gedachte. Velen gaan ervan uit dat de Brexit, hoe lastig en pijnlijk alles nu ook verloopt, amicaal zal worden opgelost. Is niet praktisch élk probleem amicaal opgelost in het pacifistische, rationeel denkende Europa van na 1945?

De Britten mogen ten prooi zijn gevallen aan heftige emoties en dagdromen over een nieuw, soeverein bestaan buiten de Europese Unie, de gangbare aanname blijft toch dat de realiteit hen spoedig zal inhalen. Ook buiten de EU ben je afhankelijk van Brussel. FT-columnist Gideon Rachman noemde dat laatst a teachable moment” – een beetje wat de Grieken in 2015 meemaakten toen ze zich aan de rand van de afgrond realiseerden hoe miserabel hun leven buiten de eurozone zou worden. Gedwongen door scherpe economische contracties, chaos bij de douane en progressieve verlamming van alle openbare voorzieningen, zullen de Britten, aldus Rachman, inzien dat het sop de kool niet waard is. Ineens zal hen gaan dagen wat de Zwitsers en de Noren bedoelden, toen die zeiden dat soevereiniteit in een geglobaliseerde wereld maar een relatief begrip is.

Voor veel Europeanen is het idee van een hypercompetitief Singapore-aan-de-Theems, een vreemde gedachte

Hoewel dit logisch klinkt – Zwitserland en Noorwegen zijn de rijkste landen ter wereld – is er echter ook een ándere redenering mogelijk. Ook die gaat ervan uit dat de Britten snel ontdekken dat je niet van de EU afkomt door er simpelweg uit te gaan. Maar terwijl Zwitserland en Noorwegen concludeerden dat het beter is om als buitenstaander mee te doen op de interne markt en alle gehate Europese regels en voorschriften dan maar te slikken, trekken de harde Brexiteers een radicaal andere conclusie. Zij zien dit als vernedering. Zij weigeren genoegen te nemen met de symbolische vruchten van soevereiniteit, zoals de visserij voor Noorwegen of viermaal per jaar een referendum in Zwitserland.

Met kreten als „EU dirty rats” logen de Britse krantenkoppen er na de Salzburg-top vorige week niet om. Mede daarom trekken velen in Londen een andere conclusie dan men in Bern en Oslo doet: als je niet van de EU afkomt door haar te verlaten, moet je haar saboteren – of zelfs vernietigen. If you can’t join them, beat them.

Op de top in Salzburg werd een stap in die richting gezet. Het VK wil mee blijven doen op de interne markt, maar weigert in ruil daarvoor aan een aantal regels te voldoen die wel voor de andere deelnemers gelden, zoals vrij personenverkeer. De 27 kunnen onmogelijk ja zeggen. Binnen de kortste keren zijn er lidstaten die zeggen: als ik buiten dezelfde goodies krijg als binnen, wil ik er ook uit. Daarom is de huidige patstelling tussen de EU en het VK moeilijk op te lossen.

Versailles

In een speech voor de Brits-Ierse Kamer van Koophandel, begin september, gaf de voormalige Britse ambassadeur in Brussel, Ivan Rogers, de EU volmondig gelijk. Hij nam, zes maanden na het Brexitreferendum, ontslag omdat „muddled thinking” van zijn collega’s in Londen hem het functioneren onmogelijk maakte. Dat de 27 er ook genoeg van krijgen, begrijpt hij. Toch vindt hij dat zij de verantwoordelijkheid hebben om de Britten een goede deal te geven. Als de EU hen afpoeiert met een vernederend arrangement, zei Rogers, „legt zij de basis voor meer conflicten en vervreemding op termijn en maakt ze de breuk met het Verenigd Koninkrijk nog dieper, omdat wij [het VK] dan geen andere keus hebben dan een economische koers te gaan voeren die de relaties met de overkant van het Kanaal veel meer conflictueus maken”.

Rogers trok een parallel tussen 2018 en 1918. Hoe grillig en onzakelijk de Britten zich ook gedragen, de 27 moeten uitkijken dat ze Groot-Brittannië geen even kleinerende constructie opleggen als de geallieerden de Duitsers in Versailles in de maag splitsten, zei hij.

Je hoort vaak dat de globalisering op zijn retour is. En dat de wereld terugkeert naar kleinere, meer gesloten verbanden waarin mensen zich veiliger voelen. Maar wat de harde Brexiteers voor ogen hebben met hun ultraliberale vrijhandelsakkoord met Amerika, is eerder een heviger vorm van globalisering. Hun plan voorziet in vrij verkeer van personen, kapitaal en dataverkeer tussen de twee landen, en ongebreidelde buitenlandse investeringen.

Overal groeit de woede over Chinese bedrijven die sociale woningen opkopen

Sinds de ontmoeting tussen Trump en May in New York, woensdag, staat het Britse dilemma op scherp: óf het land blijft dicht tegen de EU aanzeilen, zijn grootste handelspartner, waardoor het moeilijk wordt om met de Amerikanen in zee te gaan; óf het keert de EU de rug toe om met de Amerikanen een nieuwe, pure vrijhandelsunie te vormen. Afgaand op May’s uitlatingen speelt zij nu op tijd, door noch de ene noch de andere optie uit te sluiten. Tegelijkertijd staat er bij de Labourpartij een nieuwe leider op die staande ovaties oogst met de suggestie dat er een nieuw referendum moet komen, waardoor het land in de EU kan blijven.

Lees ook: Alles zit Labour mee, maar de Brexit hangt als een grauwsluier boven het partijcongres

Voorlopig blijft het Brits-Amerikaanse vrijhandelsakkoord dus één van de scenario’s, en niet meer dan dat. Maar in Brussel wordt het wel serieus genomen. Want kan de EU zich afschermen van zo’n agressieve vorm van kapitalisme?

In theorie wel. Veel EU-burgers willen geen genvoedsel of hormoonvlees. Ze vinden privacy op internet belangrijk. Ze hechten aan de verzorgingsstaat. Overal groeit de woede over Chinese bedrijven die sociale woningen als belegging opkopen en meteen de huur verdubbelen, of over medicijnen die tijdelijk niet te krijgen zijn omdat er gif in blijkt te zitten. Nu al huren EU-landen extra controleurs in om de interne markt af te schermen van onwelgevallige importproducten uit de VS of China, die straks via het VK het continent bereiken. Zeker bij een zachte Brexit krijgen die controleurs daar een zware dobber aan. De VS zoeken al jaren naar manieren om de Europese markt – 500 miljoen consumenten – te overspoelen met landbouwproducten.

Dat is één van de redenen dat men in het Witte Huis interesse heeft voor een totaal vrijhandelsakkoord met het VK. Als Europeanen niet willen dat Amerikaanse chloorkippen via het VK op de interne markt belanden, zullen ze die zelf moeten tegenhouden. De Britten gaan het niet voor ze doen.

In Brussel begint men zich zorgen te maken over deze optie. Sommigen zagen May’s Chequers-plan al als een soort paard van Troje. Als de Britten beperkt toegang houden tot de interne markt, en de deur dus op een kier staat, kunnen Amerikaanse en Chinese bedrijven die intrappen.

Wat de Britten na Brexit doen, is hun zaak. Maar het zou van ironie getuigen als het Verenigd Koninkrijk, dat er nooit echt in geslaagd is om de EU van binnenuit naar zijn hand te zetten, haar op de knieën kreeg door haar gefrustreerd de rug toe te keren.

    • Caroline de Gruyter