Shell stookt Katendrecht warm

Klimaat Met de restwarmte van Pernis worden de huizen in Katendrecht verwarmd. Het is volgens de deelnemers pas de eerste stap.

De raffinaderij van Shell in Pernis levert warmte voor 16.000 huizen. Foto Remko de Waal/ANP

Kijk, zij heeft het warm, roept de mad scientist op het podium, en hij wikkelt een rode slang om een klein meisje met een gele veiligheidshelm op. Zij moet een raffinaderij in Pernis voorstellen. „Ze warmt het water op dat door de slang loopt!” Hij leidt de slang naar een klein jongetje aan de andere kant van het podium, dat moet spelen dat hij koude handen heeft. „En hij kan nu warm douchen!”

Een groepje kleine kinderen in speeltuin Katendrecht doet enthousiast mee aan deze ‘stoomcursus restwarmte voor beginners’.

De reden voor de feestelijkheden, waar later ook nog stoom en ontploffingen aan te pas komen, is dat 16.000 Rotterdamse huishoudens verwarmd gaan worden met restwarmte uit de Shell Pernis-raffinaderij. De warmtewisselaars in de raffinaderij werken, de leidingen naar Katendrecht zijn gelegd. „We kunnen gaan stoken”, zegt Jos van Winsen, directeur Shell Pernis. „We hebben in Pernis 60 fabrieken die veel warmte genereren. We innoveren binnen de raffinaderij natuurlijk ook, en gaan steeds efficiënter met energie om, maar op een gegeven moment zijn de ideeën op. Dan kan je warmte over het hek gaan leveren.”

Uitstoot

Het aansluiten van 16.000 huizen op restwarmte levert slechts een bescheiden bijdrage aan de vermindering van CO2-uitstoot – 35.000 ton per jaar, en de warmte die Shell levert is maar een paar procent van de warmte die in Pernis de lucht in gaat. (Ter vergelijking: alle Nederlandse huishoudens stootten 19 miljoen ton CO2 uit in 2017.) Maar volgens de partijen die bij dit project betrokken zijn is dit het begin van iets groters. „Dit is een blauwdruk voor toekomstige samenwerking”, zegt directeur Allard Castelein van het Havenbedrijf. „De haven heeft voldoende restwarmte voor 500.000 woningen.”

Voordat er een half miljoen woningen Rotterdamse warmte gebruiken moet er nog heel wat gebeuren. Fysiek en technisch, zoals het geschikt maken van installaties voor het uitwisselen van warmte, het leggen van leidingen, en oplossen van fluctuaties in levering en gebruik van warmte. Zo eenvoudig als het er op het podium uitzag is het natuurlijk niet, zeggen de Shell-technici die ook bij de aftrap zijn. Ze hebben de twee warmtewisselaars gebouwd op het terrein, en gekeken naar het goed afstellen van de fabriek. „We hebben nu één van de 60 fabrieken aangesloten. We gaan per fabriek bekijken of ze warmte kunnen leveren”, zegt Shell-directeur Van Winsen. Dat is niet iedere fabriek. Een praktische beperking is bijvoorbeeld ook dat fabrieken alleen kunnen worden aangepast en aangesloten op een warmtenet als ze stil liggen voor onderhoud: eens in de zes jaar.

Maar ook in de markt en in de regelgeving moet nog veel gebeuren. Voor het creëren van een functioneel, open netwerk van warmte-uitwisseling in de hele Randstad moeten veel partijen samenwerken. Ze moeten bepalen waar de omvangrijke investeringen vandaan komen (de kosten van een compleet netwerk in Zuid-Holland lopen in de miljarden), wie welke kosten draagt, en hoe prijzen en toegang tot het netwerk worden vastgesteld bijvoorbeeld.

Warmtenet

Een warmtenet zal hoe dan ook bestaan uit een bundeling van bestaande en nieuwe leidingen. Zo is het Warmtebedrijf Rotterdam, dat de leiding tussen Pernis en Katendrecht heeft laten leggen, nu ook bezig de levering van warmte aan Leiden mogelijk te maken, zegt Sjoerd Pistorius van het Warmtebedrijf. Het bedrijf, waarvan de gemeente Rotterdam de belangrijkste aandeelhouder is, neemt nu warmte af van Shell en van AVR, dat al langer levert voor de stadsverwarming en ook rechtstreeks warmte aan Eneco levert. Het Warmtebedrijf gebruikt geen warmte van de twee kolencentrales op de Maasvlakte, omdat die politiek omstreden zijn.

Het Warmtebedrijf wil de komende vijf jaar een kernnetwerk van pijpleidingen aanleggen dat de warmte moet transporteren, samen met het Havenbedrijf, Gasunie, de provincie en Eneco, onder de naam Warmtealliantie Zuid-Holland. De alliantie verwacht eind dit jaar te komen met de uitkomst van onderzoek naar mogelijke marktmodellen voor warmtenetten, rolverdeling en toetredingsregels. „Het lijkt bijvoorbeeld logisch op termijn het netwerk los te koppelen van de leverancier van de warmte”, zegt Pistorius van het Warmtebedrijf Rotterdam.

Voordat de energie uit de haven daadwerkelijk 500.000 huishoudens warm stookt moet er dus nog heel wat gebeuren. Wat is de kans dat het over pakweg vijftien jaar zover is? Jos van Winsen: „Ik zou teleurgesteld zijn als we het niet voor elkaar krijgen.” Of, in de woorden van directeur Marjan van Loon van Shell Nederland: „Dit past in de ambitie van Shell en van het Rotterdamse college om efficiënt met energie om te gaan.”

    • Elsje Jorritsma