Plannen klimaatakkoord te vaag, zegt Planbureau Leefomgeving

Klimaatbeleid

In een analyse stelt het PBL dat de kosten van de plannen van de ‘klimaattafels’ hoger komen te liggen dan het kabinet meent.

Wat betreft de mobiliteit noemt PBL rekeningrijden een van de maatregelen die het grootste effect hebben. Foto Peter Hilz/ANP

Het is nog veel te onduidelijk hoe Nederland binnen twaalf jaar de uitstoot van broeikasgassen wil halveren. De voorstellen voor een klimaatakkoord die deze zomer door industrie, belangengroepen en overheid zijn gemaakt moeten niet alleen concreter, ook moeten de financiële consequenties duidelijker worden.

Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving in een vrijdag gepubliceerde analyse. „Het is nu aan de overheid om duidelijke budgettaire en beleidsmatige kaders te schetsen ten behoeve van het vervolg”, aldus het PBL. Overigens meent het PBL dat een besparing van 49 procent van de uitstoot in 2030 met de huidige plannen wel mogelijk is.

Nu al is duidelijk dat de kosten hoger komen te liggen dan minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) eerder stelde. Wiebes zei dat het circa 3 miljard euro per jaar zou kosten, het PBL spreekt nu van „ruwweg” 3 tot 4 miljard euro. Tot 2030 gaat het in totaal om 80 tot 90 miljard euro.

Lees ook: Het moet CO2-vrij, maar over kernenergie hebben we het even niet

Volgens het Centraal Planbureau, dat naar de inkomenseffecten moet kijken, zijn de plannen te vaag om als geheel te analyseren.

Coalitie verdeeld

Binnen de coalitie is grote onenigheid ontstaan over het klimaatakkoord. Op zijn vroegst volgende week zal het kabinet met een reactie op de analyse komen. Maar bronnen rondom de coalitie betwijfelen of er dit jaar nog een definitief akkoord wordt gesloten. Regeringspartijen VVD en CDA zijn sceptisch geworden over de klimaatafspraken. De conclusie van PBL dat de plannen concreter moeten worden, wordt door die partijen nu gebruikt als argument om het hele project op de lange baan te schuiven. D66 en ChristenUnie zijn juist sterk voor een definitief akkoord.

Vijf zogeheten klimaattafels hebben na vier maanden onderhandelen deze zomer hun voorstellen gepresenteerd, die moeten leiden tot minimaal een halvering van CO2-uitstoot in 2030. De resultaten van de elektriciteitssector (veel meer windmolens op zee) en de bebouwde omgeving (hogere belasting op gas, lager op stroom) waren het meest concreet. Andere tafels in het overleg zijn industrie, landbouw en mobiliteit.

Volgens het PBL kan de industrie nu al beginnen met het vervangen van installaties. Daarom moet de overheid snel duidelijk maken hoe de uitstoot van CO2 belast of beprijsd gaat worden.

Lees ook: Wie vult de pot van de verlaten centrale?

Rekeningrijden

Wat betreft de mobiliteit noemt PBL rekeningrijden een van de maatregelen die het grootste effect hebben. Dat is pikant, omdat binnen het huidige kabinet expliciet is afgesproken om in de huidige regeerperiode geen rekeningrijden in te voeren.

Binnen het overleg tussen de vijf tafels moeten volgens het PBL beter nagedacht worden over de beschikbaarheid van biomassa en van grond. Biomassa (vooral plantenresten) is voor veel tafels (groen gas, biobrandstoffen) een mooi alternatief, maar de beschikbaarheid is beperkt.

In het voorjaar ontstond onenigheid over de invoering van een CO2-minimumprijs voor elektriciteitscentrales, zoals het kabinet wil. Het PBL blijft de voordelen zien, ook al wezen critici de afgelopen maanden op de mogelijke risico’s op een mogelijke Nederlandse alleingang.

Het Planbureau houdt vol dat zo'n prijs de Nederlandse CO2-uitstoot sterk zal beperken. Het PBL noemt het effect van mogelijke alternatieven voor een minimumprijs van CO2 voor de elektriciteitssector onzeker.

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle