Opinie

    • Hugo Camps

Oranje boven

Ik zat totaal mislukt op mijn fiets, zei Tom Dumoulin na afloop van zijn tegenvallende tijdrit op het WK in Innsbruck. Dumoulin werd tweede na de oertijdrijder Rohan Dennis. Hoe ziet dat eruit, mislukt op je fiets zitten? Achterstevoren? Halvelings naast het zadel? Op de buis? Geklemd in een roestige klikpedaal? Ach, het was weer een literair zinnetje van Dumoulin. In de nederlaag maakt hij graag in beeldende taal zichzelf af. De pijntjes zijn niet te harden, het hoofd was een stoomketel, verkeerde banden, bevroren gelletjes. Vice-wereldkampioen geworden met een lichaam en fiets die totaal mislukt waren.

Over het parcours klaagde hij niet. Dat zullen de renners die zondag de wegrit voor hun rekening nemen wel doen. Een pittig parcours met een venijnige klim op het einde. Zoiets als de Muur van Hoei. Wellicht net te steil voor Bauke Mollema die nochtans een mooie wereldkampioen zou zijn. Bijna drie kilometer aan gemiddeld 11,5 procent met een steile strook van 25 procent. Het is een wegprofiel dat past bij Dumoulin. De vraag is alleen of hij zijn gevoelens van revanche op scherp wil en kan zetten. Hopelijk sleept zijn klasse hem mee in de gedoemde slijtageslag.

Contemporaine wereldkampioenen als Harm Ottenbros, Jan Raas, Gerrie Knetemann en Joop Zoetemelk reden zich bij verrassing in de regenboogtrui. Een titel voor Dumoulin zou niet echt uit de lucht komen vallen. In Giro en Tour heeft hij zich nadrukkelijk gemanifesteerd als toprenner. In zware etappes is hij in zijn element. Het WK-parcours in Innsbruck is voor hem een amuse gueule. Tom is een halve estheet en heeft oog voor schoonheid in de koers. Hoopgevend is zijn liefde voor de regenboogtrui die hij als tijdrijder een jaar mocht dragen. Een inspirerend shirtje noemde hij het. „Die strepen op dat smetteloze wit lachten me toe.”

De wereldtitel zou een bekroning zijn voor een goed jaar in het Nederlandse cyclisme. In de grote rondes waren het vaak Steven Kruijswijk, Mollema, Wilco Kelderman en Robert Gesink die de debatten openden. Ze gaven kleur en pit aan de etappes en deden het ook nog in een gebeeldhouwde stijl. Niet als scheve dwergen of gebochelde stoempers. Altijd ontstond er iets van eenheid tussen mens en materiaal. Ook de helpers bleven gesoigneerd fietsen.

De Nederlandse vrouwen zorgden voor een extreme dominantie. Ze wonnen nagenoeg alles. Op het WK gaat het ook weer tussen Annemiek van Vleuten en Anna van der Breggen. Eigen aan kampioenen is dat de concurrentie soms schuurt. Er is onderlinge weerstand. De vraag is of bondscoach Thorwald Veneberg Anna en Annemiek op een lijn krijgt. De dames waren de afgelopen jaren verwikkeld in wat kleine incidentjes. Ze deden soms denken aan de koude oorlog tussen de ploegen van Peter Post en Raas in de vorige eeuw. Ook zij rijden voor verschillende teams. De Nederlandse ploeg is ongezien sterk in de breedte. Eigenlijk kunnen de Oranje-vrouwen niet verliezen. Dat is overigens legitiem want de professionalisering is begonnen met Marianne Vos.

Inmiddels heeft zich op het WK in Innsbruck een buitenaards wezen gemeld. De Belg Remco Evenepoel degradeerde de bende juniores in het tijdrijden en op de weg. Zijn ampleur is Merckxiaans. Waar hij verschijnt, is de koers gereden. De achttienjarige is gespecialiseerd in solo’s. Eddy Merckx zei deze week: „Hij is beter dan ik.” De lieve kannibaal zei het met een sluier vocht in de ogen.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps