De Franse megasupermarkt staat onder druk. Is het einde van de hypermarché in zicht?

Detailhandel

Geen land met zo veel enorme supermarkten als Frankrijk. Je kunt er werkelijk alles krijgen. En toch zit de klad erin.

De eerste supermarkt van retailgigant Carrefour in 1963 in Sainte-Genevieve-des-Bois, in het zuidwesten van Parijs. Foto AFP Photo

Een paar zakken chips, wat vlees en schoonmaakmiddelen: Martine Waguet (60) heeft deze ochtend niet veel in haar winkelwagentje. Op het vrijwel lege parkeerterrein van de hypermarché van Carrefour in de Noord-Franse provincieplaats Château-Thierry laadt ze haar auto in. Ze komt hier eens per week, vanuit een dorpje iets verderop. „Voor eten, huishoudelijke producten en een volle tank benzine”, zegt ze. „Alles wat je nodig hebt, kun je vinden. Kleine winkels zijn prima, maar het is vervelend als ze iets niet hebben.”

Dat zal hier inderdaad niet snel gebeuren. Ongeveer 10.000 vierkante meter winkeloppervlak telt deze Carrefour. Dat is iets meer dan het gemiddelde bij de, naar omzet, grootste Franse winkelketen. Alles is te krijgen, in tientallen varianten en formaten. Na een afdeling met boeken en cd’s volgen elektronica, computerspul, kleding en daarna honderden vierkante meters voedsel. De zo typisch Franse megasupermarkt is de droom van veel Nederlandse Frankrijkgangers: alles onder één dak en nog goedkoop ook.

Maar het model staat onder druk. Winkelgewoontes veranderen en de samenstelling van de bevolking is niet meer die van 1963, toen Carrefour in Sainte-Geneviève-des-Bois op 2.500 vierkante meter de allereerste Franse ‘hyper’ opende. Het was een nationaal evenement, een symbool ook van de Trente Glorieuses: de bloei-jaren van na de oorlog, de tijd dat de personenauto het middelpunt van de consumptiesamenleving werd en het sociale leven van het stadscentrum opschoof naar betonnen buitenwijken met immense parkeerterreinen naar Amerikaans voorbeeld. De taboedoorbrekende schrijfster Françoise Sagan werd door Carrefour-grondlegger Jacques Defforey, haar zwager, bij de opening van de winkel in Sainte-Geneviève als ‘beschermvrouwe’ gepresenteerd.

Carrefour opende in juni 1963 Frankrijks eerste hypermarkt, in Sainte-Geneviève-des-Bois, ten zuidwesten van Parijs. Foto AFP/Carrefour

Hoewel nog altijd 52 procent van de Franse boodschappen bij de 2.208 hypermarchés (vanaf 2.500 vierkante meter) in het land wordt gedaan, speculeren Franse media over de naderende „dood” van de hypermarché. Dat is wellicht wat voorbarig, vinden analisten, maar feit is dat vooral bij de ketens Carrefour, Auchan en Géant Casino de omzet uit de hypermarchés (anders dan die uit de kleinere zaken) al jaren daalt.

„Ik ben er volledig van overtuigd dat de hypermarché een grote waarde blijft behouden”, zei de nieuwe Carrefour-topman Alexandre Bompard in januari bij de presentatie van zijn toekomststrategie ‘Carrefour 2020’. Hij kondigde onder druk van investeerders aan 243 kleinere supermarkten af te stoten, maar de hypers zouden gespaard blijven. Wel moest het verkoopoppervlak met 5 procent naar beneden – de hypermarchés zijn domweg té groot geworden. De nadruk moet meer op voedsel komen te liggen. Vijf verlies draaiende (of te weinig verdienende) zaken, waaronder die in Château-Thierry, gaan over op een nieuw model waarbij de hypermarché als geheel wordt verhuurd aan een particuliere ondernemer.

Lees ook hoe de kwakkelende automarkt zich herpakte: De wederopstanding van de Franse auto

Groeiende onrust

Bij concurrent Casino lijken drastischer maatregelen op komst. Vakbonden waarschuwden vorige week dat het bedrijf van plan is 20 van de ruim 110 hypermarchés met de merknaam Géant Casino te verkopen. Vooral in regio’s waar de bevolking krimpt, zouden zaken jaarlijks gemiddeld 2 miljoen euro verliezen. Het bedrijf (waar ook de ketens Monoprix en Franprix onder vallen) heeft een schuld van 3,7 miljard euro en zag zijn beurswaarde de laatste maanden met een derde verminderen. De onrust werd deze week nog groter toen Casino liet weten dat Carrefour een fusie had voorgesteld. Carrefour ontkent dat.

Alleen oudere mensen blijven de hypermarché trouw, blijkt uit marktonderzoek. Maar ook op deze doordeweekse dag is het bij Carrefour in Château-Thierry rustig. „Te rustig”, zucht caissière Stéphanie Hire (45). „We hebben veel klanten die hier al veertig jaar komen”, zegt ze. Als vakbondsvertegenwoordiger was ze dit voorjaar betrokken bij stakingsacties tegen de plannen van bestuursvoorzitter Bompard en de nieuwe managementstructuur. „Het personeel krijgt slechtere voorwaarden”, zegt ze. Premies en kortingen uit de Carrefour-cao vervallen. Voor de meerderheid van de 153 medewerkers resteert slechts een salaris van 1.100 euro. „Maar klanten zullen niets van de veranderingen merken, legde ik ze uit. Sommigen waren oprecht bang dat we zouden sluiten.”

Toch is er ruime keus hier in Château-Thierry. Vijf minuten verderop is een modernere en grotere hyper van concurrent E. Leclerc. Die ligt, anders dan Carrefour, in een zone commerciale, op een bedrijventerrein met andere winkels en restaurantjes. Elders in het stadje van nog geen 15.000 inwoners ligt een kleinere zaak van Intermarché, en er is een Lidl. „Onze winkel is verouderd en er is veel meer concurrentie dan een aantal jaren geleden”, zegt Hire. „En dan heb ik het nog niet eens over het internet.” Om tegen Amazon op te kunnen, sloot Carrefour dit voorjaar een partnerschap voor online-boodschappen met Google – met alle risico’s, opnieuw, voor vooral de kwetsbare hypermarchés. „De grootste klap moet waarschijnlijk nog komen”, zegt Hire.

Lees ook hoe het tekort in Frankrijk voor het eerst onder de Europese bovengrens ligt: Frankrijk is niet langer 'de zieke man van Europa'

Evolutie ontbreekt

De tijden zijn veranderd. Maar de hypermarché niet, zegt Philippe Moati, retailspecialist aan de Université Paris-Diderot en verantwoordelijk voor het Observatoire Société et Consommation. „Toen de eerste opende, was dat meteen een doorslaand succes: het model voorzag in een behoefte met een snel toenemende koopkracht en een groeiende jonge middenklasse. Mensen betaalden veel minder dan ze gewend waren bij zelfstandige middenstanders en de formule van alles onder één dak was precies wat de samenleving op dat moment nodig had. Het probleem is dat die formule in meer dan vijftig jaar nauwelijks geëvolueerd is, terwijl de samenleving dat wel is.”

Consumenten zijn meer gaan verschillen: de een wil biologisch, de ander wil liever zijn boodschappen dichtbij doen, weer een ander interesseert zich minder voor kwaliteit en wil het allergoedkoopste. Het standaardgezin – „man, vrouw, twee kinderen en een hond”, zegt Moati – is steeds minder standaard: wie alleen woont, gaat niet uren in een hypermarché rondstruinen om voor een hele week boodschappen te doen. „Al die deelmarkten worden tegenwoordig met gespecialiseerde formules en concepten bediend”, zegt Moati. „Het risico bestaat dat uiteindelijk iedereen buiten de hypermarché een ander format vindt dat bij hem past.”

Die ontwikkeling beschreef Moati in 2001 al in een boek, L’Avenir de la grande distribution. Maar er bleven nieuwe hypers bijkomen. Vooral Leclerc, dat in Frankrijk de meeste hypermarchés exploiteert, wist vaak weer betere locaties te vinden: net de juiste snelwegafslag om concurrenten de pas af te snijden. Dat bedrijf, een coöperatie met franchisenemers, doet het door betere lokale kennis en lagere prijzen relatief nog goed. „Maar de markt is nu verzadigd”, zegt Moati. Zelfs in de Verenigde Staten zijn (relatief) niet zoveel superstores als in Frankrijk. Dat betekent volgens hem niet dat het fenomeen hypermarché nu al definitief voorbij is. „Maar ik weet niet of de hypermarché op lange termijn te redden valt.”

Internethandel

Het grootste probleem zit, zoals Carrefour-baas Bompard al suggereerde, bij de niet-voedselproducten. De afdelingen met doe-het-zelfartikelen of sportspullen zijn in hypers de laatste jaren steeds kleiner geworden. „Er zijn overal uitstekende bouwmarkten, dus waarom zou je daarvoor naar een hyper gaan?”, zegt Moati. „Hetzelfde geldt voor kleding: wat H&M kan, kan de hypermarché niet.”

Ook de afdelingen met boeken en muziek zijn onder invloed van internethandel gekrompen. Voor kleine consumentenelektronica is bij de hypermarché ook steeds minder belangstelling. „De hypermarché heeft in die markten door gespecialiseerde ketens geen legitimiteit meer en is ook al niet meer het goedkoopst”, zegt supermarktanalist Olivier Dauvers. „Zo bekeken”, vervolgt hij, „is de hypermarché in feite al jaren dood. Van het oorspronkelijke concept, echt alles onder één dak, is niet veel meer over.”

Moati: „Het probleem is niet conjunctureel, maar structureel. Iedereen ziet dat het een crisis is die niet meer voorbij gaat.” Dat is, denkt hij, overigens niet alleen economisch of demografisch uit te leggen. „Groot was goed in de jaren 60. Die tijd is cultureel voorbij. Mensen willen tegenwoordig precies het tegenovergestelde. Ze wantrouwen al te grote, onmenselijke bedrijven, spreken over verspilling en doorgeslagen kapitalisme. De hypermarché is daar een van de eerste slachtoffers van.”

    • Peter Vermaas