Nepbont is net echt, maar is het duurzaam?

Mode Het ene na het andere grote merk stopt met bont. Er bestaat prima nepbont. Maar is die ook schoon?

Illustratie Paul Faassen

Ze scandeerden „Shame on you! Shame on you!”, hielden borden omhoog met foto’s van bloederige karkassen en lieten het ijzingwekkende gekrijs van nertsen die levend gevild worden uit luidsprekers schallen. Jaar in, jaar uit, in weer en wind stonden anti-bontdemonstranten bij de ingang van modeshows, voornamelijk in Londen en Kopenhagen. Afgelopen februari stormde een van de activisten de catwalk van ontwerpster Mary Katrantzou in Londen op en moesten de paar honderd man in het publiek via de nooduitgang naar buiten geloodst worden omdat de demonstranten de reguliere uitgang hadden geblokkeerd. Het bleek allemaal niet voor niks.

Afgelopen jaar kondigde het ene na het andere grote modehuis aan te stoppen met bont: Gucci, Givenchy, Versace, Michael Kors, Maison Margiela, Tom Ford, Jimmy Choo, Donna Karan en, de recentste bekeerling, Burberry. Donatella Versace zei zich niet langer goed te voelen bij het doden van dieren voor kleding. Michael Kors ging overstag door de sterk verbeterde kwaliteit van nepbont. En de topman van Burberry noemt het „niet van deze tijd” om luxe mode te maken zonder rekening te houden met de sociale en ecologische gevolgen. Ze voegen zich bij pioniers als Stella McCartney, Calvin Klein en Ralph Lauren.

Ook winkels weren dierenpelzen steeds vaker uit hun rekken. Het moederbedrijf van gigawebshops Net-à-Porter, Mr Porter, The Outnet en Yoox deed het in 2017. In Nederland is de Bijenkorf sinds de jaren negentig bontvrij. De bontkragen die rond 2010 het Nederlandse straatbeeld domineerden zijn eveneens op hun retour. Het destijds populaire Nickelson lijkt inmiddels van de aardbodem verdwenen (hun site is al tijden offline) en Gaastra schafte bontkragen in 2014 af.

Het fokken van dieren voor hun pels wordt door steeds meer landen verboden. Nederland was in 2013 het vierde land — na het Verenigd Koninkrijk in 2000, Oostenrijk in 2004 en Kroatië in 2008 — dat een verbod op pelsdierhouderijen invoerde, dat overigens ingaat vanaf 2024. Alleen nertsbont wordt hier nog geproduceerd (het houden van chinchilla’s en vossen voor hun pels is sinds 2008 verboden). Volgens dierenrechtenorganisatie Bont voor Dieren zijn er nog 140 fokkerijen en zo’n 5 miljoen nertsen in Nederland, al het bont belandt in de mode-industrie. Dat maakt ons na Denemarken de grootste producent in Europa.

Synthetische vezels

Dierenrechtenorganisaties als PETA, Fur Free Alliance en Bont voor Dieren zetten zich al decennia in voor een verbod op pelsfokkerijen. Dat die boodschap de laatste jaren zo aanslaat, is deels te danken aan de opkomst van sociale media, waar gruwelijke beelden van coyotes die een langzame dood sterven in wildklemmen en zeehonden die doodgeknuppeld worden sneller dan ooit verspreid kunnen worden en mensen in beweging krijgen. Maar ook de flink verbeterde technieken om nepbont te produceren helpen mee.

Lees ook: #whomademyclothes? Deze vrouwen in Cambodja maken je H&M-kleren

Lange tijd was de kwaliteit van nepbont meer feestwinkel dan fashion. Het nepbont dat de laatste jaren wordt gemaakt is dik, zacht en amper van echt te onderscheiden, waardoor ook grote modehuizen het materiaal nu luxueus genoeg voor hun collecties hebben bevonden. Het Italiaanse Gucci scoorde in 2016 nog met een bijzonder loafer die met kangaroebont gevoerd bleek te zijn. Een laatste stuiptrekking, want het modehuis kondigde in oktober vorig jaar aan voortaan het bontvrije pad te kiezen. Topman Marco Bizarri zei tegen modewebsite The Business of Fashion dat dat vooral te danken is aan millennials, die sinds kort meer dan de helft van Gucci’s klandizie uitmaken. De generatie die zegt bewust in het leven te staan, vegetarisme te hebben omarmd en duurzaamheid belangrijk te vinden.

Een ding is zeker: nepbont gaat niet gepaard met dierenleed

En in dat laatste heeft de modewereld – waar schandalen over uitbuiting, vervuiling en verspilling veelvuldig voorkomen – een allesbehalve goed imago. Stoppen met bont levert goede pr op. Dat weet Burberry als geen ander. Afgelopen juli werd het Britse modehuis online aan de schandpaal genageld toen bekend werd dat het vorig jaar voor 28,6 miljoen Britse pond aan onverkochte producten had verbrand. Nog geen anderhalve maand later was daar opeens de belofte met bont te stoppen.

Maar hoe duurzaam is het alternatief? Nepbont bestaat uit een mix van modacrylvezel, acryl en polyester: synthetische vezels die voortkomen uit chemische processen en amper biologisch afbreekbaar zijn. Dat grijpt de bontindustrie aan om terug te slaan met een campagne waarin nepbont wordt weggezet als enorm vervuilend, en echt bont juist als duurzaam. Zo hing er eerder deze maand nog een metershoog billboard op Times Square in New York met de tekst: „What animal activists won’t tell you: fake fur is plastic. Fake fur harms oceans. Don’t fake it. Go real.” De industrie lanceerde fakefurfacts.com, waarop staat dat nepbont barst van de chemicaliën en medeverantwoordelijk is voor de plasticsoep in de oceaan.

Haarman noemt bont juist een uitstekend voorbeeld van circulaire economie

„Stop echt bont onder de grond en het breekt af als de bladeren van een boom”, zegt Ron Haarman. „Terwijl plastic bont er honderden jaren over doet.” Haarman is al 25 jaar het gezicht van de Nederlandse bontindustrie. Als oprichter van bontinnovatiecentrum Furlab verstrekt hij gratis bont aan zo’n 30 modestudenten per jaar. In de jaren 90 bedacht hij campagnes die het publiek uitnodigde om eens een nertsfokkerij te bezoeken. „Om de mythe door te prikken dat die dieren op een vreselijke manier gehouden worden. In Nederland zijn we al decennialang de strengst gecontroleerde bedrijfstak in de hele agrarische sector.”

Nep van topkwaliteit

Haarman staat lijnrecht tegenover Nicole van Gemert, directeur van Bont voor Dieren. Ze voert nu campagne tegen het Italiaanse modehuis Prada. „Ieder jaar proberen we als onderdeel van de internationale Fur Free Alliance een groot internationaal modehuis bontvrij te maken. Dat begint met gesprekken waarin we hen informeren over het dierenleed dat bij bontproductie komt kijken. Bij Prada is er veel gepraat maar zij gaan niet overstag, dus hebben we een wereldwijde campagne gelanceerd.”

In 2011 vergeleek het Nederlandse onderzoeksbureau CE Delft in opdracht van Bont voor Dieren en twee internationale dierenrechtenorganisaties de milieu-impact van bont met die van materialen als katoen, acryl, polyester, wol en nepbont. Van Gemert: „Alle materialen werden op 18 milieu-effecten getest, van toxische emissies tot invloed op klimaatverandering. En alleen op het gebied van waterverbruik was niet bont maar katoen het slechtst scorende materiaal. Op alle andere fronten kwam bont eruit als het meest schadelijk.”

Waar dat door komt? „Eén nerts eet bijna 50 kilo voer gedurende zijn leven. Nertsenmest zorgt voor de uitstoot van grote hoeveelheden stikstofoxide en ammoniak. Bovendien worden de huiden na het villen bewerkt met zware chemicaliën als formaldehyde, chroom en ethoxylaten om er bruikbaar bont van te maken. Vervolgens worden ze vaak ook nog gebleekt of geverfd. Om over dierenleed nog maar te zwijgen.”

Haarman noemt bont juist een uitstekend voorbeeld van circulaire economie. „Ja, nertsen eten veel. Maar wat ze eten zijn overblijfselen van de vis- en pluimvee-industrie. Afvalbergen die anders weggegooid zouden worden. Van de mest van de nertsen wordt hoogwaardige fertilizer gemaakt, de karkassen die overblijven worden verbrand als biomassa en van nertsolie kunnen beautyproducten gemaakt worden. Er wordt niets weggegooid.” Dat bont een duurzaam product is, wordt volgens Haarman bevestigd door een groot onderzoek dat de overkoepelende organisatie International Fur Federation twee jaar geleden is gestart, waarin de ecologische voetafdruk van bont en nepbont met elkaar vergeleken worden. De resultaten zijn nog niet verschenen.

Sinds kort is er Japanse modeketen in Nederland: Wat er goed en niet zo goed is aan Uniqlo

Zo proberen beide partijen elkaar af te troeven met feiten en cijfers uit door henzelf gefinancierde onderzoeken. Maar feit is dat steeds meer invloedrijke modehuizen, winkels en tijdschriften bont de rug toe keren. Want een ding is wél zeker: nepbont gaat niet gepaard met dierenleed. De meest milieubewuste ontwerpers richten zich nu op het volgende vraagstuk: hoe krijgen we nepbont duurzamer?

Lydia Bahia is de oprichter van La Seine et Moi, dat PETA in 2016 uitriep tot beste nepbontmerk en dat te koop is bij luxe warenhuizen als Le Bon Marché in Parijs. Ze werkt nu aan nepbont dat gemaakt is van gerecycled polyester.„De technieken zijn de laatste jaren zo geavanceerd geworden dat fake fur van topkwaliteit net zo lang meegaat als echt bont”, zegt ze.

Dé duurzaamheidspionier op het hoogste modeniveau is de Britse ontwerpster Stella McCartney, die al sinds ze haar merk oprichtte in 2001 uitsluitend „fur-free fur” – zoals ze het zelf noemt – gebruikt. Maar, geeft ze toe op haar website: „We beseffen dat het product niet biologisch afbreekbaar is en moedigen klanten daarom aan om goed voor hun spullen te zorgen en ze nooit weg te gooien.”

Nicole van Gemert was tien jaar geleden nog faliekant tegen nepbont. „Maar ik zie in dat de grote modeontwerpers zonder goede alternatieven nooit zo snel gestopt zouden zijn met het gebruik van bont.” Toch zou ze ook nepbont uiteindelijk het liefst voorgoed zien verdwijnen. „Er zijn immers genoeg duurzame materialen die níét insinueren dat je een dood dier draagt.”

    • Nathalie Wouters