Neanderthaler had ook fijnbesnaard handgebruik

Vroege mensachtigen

Neanderthalers konden wel degelijk precisiekarweitjes uitvoeren met hun handen. Dat blijkt uit hun anatomie.

Spieren nodig bij precisiegrip. Illustratie Katerina Harvati, Uni.Tübingen / Visible Body

Neanderthalers gebruikten in hun dagelijkse leven heel vaak precieze handbewegingen. Neanderthalerhanden vertonen dezelfde aanhechtingsvergroeiingen als de handen van kleermakers, schoenmakers, meubelmakers, schilders enzovoorts. Dit blijkt uit vergelijking van de fossiele handbeentjes van in totaal zes neanderthalers (tussen 138.000 en 43.000 jaar oud) en de handen van 45 ambachtslieden uit Basel in de negentiende eeuw. Vergroeiingen van de peesaanhechtingen worden bepaald door de routines in het handgebruik. De Zwitserse bottencollectie ‘Spitalfiedhof Sankt Johann’ is uniek door de uitgebreide documentatie over de betrokken mensen, waardoor details van de vergroeiingen precies konden worden toegewezen aan de gewoontes in handgebruik. De analyse is woensdag gepubliceerd in Science Advances door een Duits-Zwitsers team onder leiding van Katerina Harvati van de Universiteit Tübingen.

Geen 'powergrip'

De vergroeiingen van de peesaanhechtingen van de neanderthalhanden leken juist niet op die van mensen met ‘zware beroepen’ zoals metselaars, steenhouwers en timmerlieden. Dat is verrassend, omdat er de laatste decennia een krachtige anatomische theorie bestond volgens welke neanderthalers in hun dagelijks leven juist vooral de ‘powergrip’ zouden hanteren. Met de powergrip hou je een hamer vast: stevig en strak. Uit allerlei vergroeiingen op neanderthalhanden werd toen afgeleid dat ze wel in staat waren tot de precisiegrip (ongeveer zoals je een muntje vasthoudt om mee te krassen) maar toch vooral de powergrip zouden gebruiken. Dat eenzijdige handgebruik van neanderthalers werd ook regelmatig genoemd als een van de redenen waarom de moderne mensen overleefden waar de neanderthalers uitstierven.

In de nieuwe analyse zijn ook de handen van zes prehistorische moderne mensen (tussen 120.000 en 10.000 jaar oud) meegenomen en daaruit blijken wel degelijk handgebruikverschillen met neanderthalers, maar anders dan tot nu toe gedacht. De handpeesaanhechtingen bij drie van de prehistorische Homo sapiens leken op die van timmerlieden en metselaars, zware beroepen met een dominantie van de powergrip. Maar bij de drie anderen leken ze juist op die bij precisiewerkers, kleermakers en schilders, net als de neanderthalers dus. Het is moeilijk om met deze kleine aantallen harde conclusies te trekken, maar mogelijk hadden moderne mensen een grotere arbeidsverdeling dan de neanderthalers.

    • Hendrik Spiering