Een op drie slachtoffers Robert M. vertoonde ‘zorgelijk seksueel gedrag’

Studie Ouders rapporteerden het gedrag in gesprekken met artsen van het Emma kinderziekenhuis van het AMC.

Kinderdagverblijf het Hofnarretje, waar Robert M. werkzaam was toen hij kinderen seksueel misbruikte. Foto Valerie Kuypers/ANP

Ruim eenderde van de kinderen die met kindermisbruiker Robert M. in aanraking zijn geweest, vertoonde daarna „zorgelijk seksueel gedrag”. Ouders rapporteerden dat in gesprekken met artsen van het Emma kinderziekenhuis van het AMC. Het ging onder meer om het nadoen van seksuele handelingen, seksuele uitspraken of juist angst voor seksualiteit.

Dit blijkt uit een onderzoek waarop arts-onderzoeker Thekla Vrolijk-Bosschaart op 11 oktober hoopt te promoveren, Recognizing child sexual abuse. Het is de eerste keer dat er uitgebreid onderzoek wordt gepubliceerd over de gevolgen voor slachtoffers in de Amsterdamse zedenzaak.

In 2010 bekende crèchemedewerker Robert M. dat hij 87 zeer jonge kinderen seksueel misbruikt had en daarvan opnamen maakte. Het jongste slachtoffer was enkele weken oud. M. werd in 2013 veroordeeld tot een celstraf van 19 jaar plus tbs. De zaak geldt qua aantal slachtoffers als de grootste bevestigde zedenzaak in de geschiedenis.

In het AMC werd kort na de ontdekking van het misbruik een spoedpoli ingericht om onderzoek te doen en hulp te verlenen. 125 ouders gaven toestemming de dossiers van hun kind te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek.

28 procent van de kinderen bij wie misbruik bewezen is, vertoonde theatraal, uitdagend of juist terugtrekkend gedrag tijdens onderzoek aan hun genitaliën en anus. Dit kan volgens Vrolijk-Bosschaart „een mogelijk waardevol element” zijn bij het opsporen van misbruik bij kinderen. Ze adviseert om voortaan een gedragswetenschapper bij lichamelijk onderzoek kinderen te laten observeren.

De meeste kinderen lieten bij het onderzoek op de AMC-spoedpoli geen psychosociale of fysieke klachten zien. Ook hielden zij geen fysiek letsel over aan het misbruik.

Het volledige promotieonderzoek wordt openbaar op 11 oktober.

    • Thijs Niemantsverdriet
    • Merel Thie