„Het verhaal dat iemand ‘niet te genezen’ is – koningin Máxima gebruikte die woorden na de dood van haar zus – is misschien prettig voor nabestaanden, maar onveilig voor iemand die suïcidaal is.”

Foto Merlijn Doomernik

‘Mensen hoeven niet te schrikken als ze een keer denken: ik wil niet meer’

Interview De ongeneeslijk zieke psychiater Jan Mokkenstorm (56) strijdt al decennia voor minder zelfdodingen. Hij is kritisch op de psychiatrie: ‘We denken vaak voor de patiënt. Heel egocentrisch, alsof je voor jezelf een toneelstuk opvoert.’

De laatste tijd denkt hij vaak aan het gedicht Victorieplein van Ischa Meijer. Psychiater Jan Mokkenstorm citeert in de woonkamer van zijn herenhuis in Haarlem – het gaat over een man die teruggaat naar het huis waar hij kind is geweest:

Een jongetje dat alles goed zou maken –

de tijd die stilstond en hem liet begaan.

Zo wilde hij ook zijn, een jongetje dat alles goed zou maken. Geboren in een hervormd gezin, als zoon van een hardwerkende verzekeringsagent en een moeder die dagelijks aan migraine leed en al jong haar moeder verloor aan kanker. Gepest op school, waar de kinderen hem ‘de poot’ noemden en zijn broek omlaag trokken. „Je zou kunnen zeggen dat ik arts ben geworden uit verdriet over mijn moeder en oma”, zegt Mokkenstorm. „Dat klinkt altruïstisch, maar het is natuurlijk ook een verpakking voor een ander verlangen. Als je nodig bent, kunnen ze minder goed zonder je en ben je minder kwetsbaar.”

Mokkenstorm (56) heeft niet lang meer te leven. Alvleesklierkanker, zegt hij met de hand op zijn zij – „het groeit hier dicht”. Hij hoorde het deze zomer, tijdens een vakantie met zijn gezin.

Mokkenstorm werd bekend door zijn werk voor 113, een door hem opgericht platform voor zelfmoordpreventie. Hij is een veelgevraagd commentator in de media, een bekend gezicht voor politici in Den Haag, soms zeer vasthoudend – streberig, zeggen sommigen – in zijn missie zelfdoding terug te dringen.

Na de zelfmoord van schrijver Joost Zwagerman, in 2015, pakte hij de telefoon om Matthijs van Nieuwkerk van De Wereld Draait Door te waarschuwen dat de schokkende daad niet geromantiseerd mocht worden – dat zou meer mensen aanzetten tot zelfmoord. Bij ProRail en de Nederlandse Spoorwegen dramde hij net zo lang tot ze langs het spoor hekken, schrikverlichting en bordjes met het telefoonnummer van 113 neerzetten en duizenden medewerkers gingen trainen om gesprekken te voeren met mensen die een radeloze indruk maken. Op plekken waar die maatregelen werden ingevoerd, daalde het aantal zelfdodingen met dertig tot veertig procent.

Wilde u al op jonge leeftijd psychiater worden?

„Ik wilde eigenlijk cardioloog worden. Mooi concreet, een pompend hart. Maar ik kwam mezelf tegen toen ik geneeskunde ging studeren in Maastricht. Er werd verteld: ‘Dokters zijn heel belangrijk, maar denk niet dat we alleen goede resultaten behalen. Je kunt ook iemand schade berokkenen door je ermee te bemoeien’.”

Was dat moeilijk om te horen voor iemand die goed wilde doen?

„Het leidde tot een identiteitscrisis. Ik wist niet meer hoe ik me tot mezelf en anderen moest verhouden. Ik raakte in een depressie, ruim een jaar lang. Ik voelde me een gewond dier. Kon niet slapen, maar accepteerde dat niet. Door somberheid en angst begon het leven onveiliger te voelen dan de dood. Drie maanden had ik last van suïcidale gedachten. Als ik die probeerde te onderdrukken, werden ze alleen maar sterker. Toen heb ik gedacht: kóm dan maar. Dat haalde de ergste druk eraf.”

Lees ook het interview met Mokkenstorm uit 2015: De dood kiezen is een fuik inlopen

Heeft u zelf om hulp gevraagd?

„Ik ben naar de huisarts gegaan. Die stuurde me door, waarna het maanden duurde voordat ik een intake kreeg. Vervolgens werd ik op de lijst voor psychotherapie gezet; wéér zes tot negen maanden wachten. Ik heb toen moeten zeggen: ‘Weet je wel dat ik eraan denk om er een einde aan te maken?’ Toen werd ik opeens wél geholpen. Dat soort dingen gaat helaas ook nu nog vaak mis.”

Aan wat voor missers denkt u nog meer?

„Behandelaars zijn te weinig opgeleid om met suïcidaal gedrag om te gaan. Ernaar te vragen en het te herkennen. Goede diagnostiek te plegen. Informatie over patiënten wordt slecht gedeeld. In patiëntendossiers zie ik dat veel wordt geregistreerd, maar met heel weinig samenhangende redeneringen. ‘De buren zijn luidruchtig, hij kwam vier jaar geleden naar Nederland, er is een conflict over de huur’… Hállo, denk ik dan, wat is het klinische beeld? Een depressie? Angststoornis? Is hij suïcidaal? Ik denk weleens dat de geestelijke gezondheidszorg wordt bevolkt door mensen die zich meer kunstenaar dan wetenschapper voelen. Ze smeren allemaal een andere verf op hun palet, richtlijnen worden terzijde geschoven.”

In het begin van zijn carrière had Mokkenstorm een patiënt met een psychose. De man zat in een rolstoel door een wond aan zijn been die niet genas. Toen experts de wond bekeken, merkten ze dat de man er zelf voor zorgde dat de wond niet dicht ging. „Druistig heb ik toen geprobeerd die weg af te snijden. De wond moest en zou dicht! We waren daar goed mee bezig en toen opeens was hij dood. Hij had zichzelf om het leven gebracht.

„De man was waarschijnlijk te bang om op eigen benen te staan, maar ik wilde zo nodig mijn eigen agenda volgen. Dat zie ik wel vaker in de psychiatrie, dat we voor de patiënt denken. Heel egocentrisch, alsof je voor jezelf een toneelstuk opvoert. Ik heb destijds ook niet gevraagd: hoe gaat het nou met je?

„Ik durf nu wel te bekennen dat ik indertijd ook dacht dat suïcide niet te voorkomen was. Want de gedachte dat je mogelijk iets niet helemaal goed gedaan hebt is zo pijnlijk – ondraaglijk bijna. Dat maakt dat je liever gelooft dat je patiënt niet te redden was, dan dat er lessen te leren zijn.”

Toen u in de jaren negentig begon op een nieuwe psychiatrische afdeling werd tegen u gezegd: houd rekening met vier of vijf zelfmoorden per jaar.

„Die instelling lijkt nu gelukkig te kantelen. Veertien grote instellingen doen mee met een project waarin we na een zelfdoding onderzoeken waar het fout is gegaan. Maar er moet nog zo veel gebeuren. Het zou enorm goed zijn als psychiaters en psychologen in ieder behandelgesprek – aan het begin, niet aan het eind als de tijd dringt – suïcide benoemen. ‘Denk je er weleens aan?’ Zolang we dat niet doen, zien we heel veel mensen over het hoofd die suïcidaal zijn.”

Zijn behandelaars bang dat ze patiënten op een idee brengen?

„Ja, maar dat is flauwekul. Het is nog nooit door onderzoek bewezen. Het niet benoemen is gevaarlijk. Ik denk dat behandelaars vooral bang zijn dat ze niet weten wat ze moeten doen als die vraag met ‘ja’ wordt beantwoord. Je moet luisteren. Luisteren, luisteren, luisteren. Als je meer informatie hebt kun je bepalen wat de beste behandeling is. Is iemand realistisch? In paniek? Is de depressie aan het woord?”

Heeft u lessen uit uw eigen depressieve periode meegenomen in uw werk?

„Een op een. Ik heb het verschil ontdekt tussen een probleem hebben en een probleem hanteren. Ik leg het altijd uit aan de hand van een wasmachine. Til je die bij een verhuizing voor het eerst omhoog, dan ontdek je op de helft dat het toch wel zwaar is en dat het ding scherpe randjes heeft. De tweede keer plan je beter en weet je wat je te wachten staat. Zo is het ook met een depressie. Je moet je niet verzetten, je moet hem leren hanteren. En je moet hulp durven vragen.”

Uw Vlaamse collega Dirk De Wachter zegt: ‘we durven elkaar niet meer in de ogen te kijken. Te zeggen: ik heb je nodig.’ Bent u het daarmee eens?

„Heel erg. Ik heb nu hartstikke kanker en ga er dood aan. Ik red dat niet alleen. Ik heb mensen nodig.”

Lees ook een eerder interview met Dirk De Wachter in NRC: ‘De westerse mens is overprikkeld, egocentrisch en hoogmoedig’

Wat stelt u in staat om daarmee om te gaan?

„Nou. De liefde. En dat ik niet alleen ben. En dat…”

Mokkenstorm draait zijn hoofd opzij. De schuurmachine van de buurman klinkt door. Geluiden uit de keuken.

„Je kunt voor heel veel je best doen, maar dit is zo groot. Ik ga gewoon dood. Ik zou niet weten wat ik zou doen als ik niet naast mijn vrouw kon liggen nu. Dat ik het kan delen, dat verdriet. Dat zij mij neemt zoals ik ben. Dat het werkelijk om mij gaat. Niet om wat ik doe, kan of voorstel.”

Ooit verlangde u naar de dood, nu dringt deze zich op.

„Ik was toen echt ziek. Het ging ook niet om de dood, maar om niet meer hoeven denken, me niet meer waardeloos te voelen. Ik wilde niet dood, de ziekte wilde dat. Dat is nu totaal anders. Ik probeer me een voorstelling te maken van de dood. Op de één of andere manier ben ik nu niet bang.”

Hoe maak je je een voorstelling van de dood?

„Je stelt je voor klaar te zijn, het te kunnen. Ik wil niet strijdend overlijden. Ik wil dat mijn kinderen zien dat het oké is. Ik wil proberen een glimlach op mijn gezicht te hebben als ik sterf. Het is niet oké, maar…”

Onontkoombaar.

„Ja. Ik stel het me de laatste tijd voor als gaan slapen. Maar het is erg unlike me hoor, deze machteloosheid. Ik vind het zó vreemd.”

Hoe brengt u uw tijd door?

„Iedere dag is er een. Ik heb twee zoons en twee dochters, de jongste is 16, de oudste 23. Ik kook, doe boodschappen, maak ruzie over wie de hond uitlaat. Gewone dingen. Ik slaap goed, maar als ik wakker word dringt de eindigheid zich op. Het is een wrang soort kraamtijd met je familie en vrienden. We voeren hartverwarmende gesprekken, die tegelijkertijd ook hartverscheurend zijn. We moeten er wel over praten, je kunt niet toneelspelen en doen alsof het er niet is. Ik werk iedere dag nog even aan de toekomst van 113, aan een proefschrift over strategieën om suïcide te voorkomen, aan ons doel om internationaal tot nul zelfdodingen te komen.”

Is het gevoel van tijd verdoen sterker geworden?

„Nee, het ongedurige had ik een paar jaar geleden juist sterker dan nu. Zeker in mijn werk heb ik meer vertrouwen gekregen. Ik geloof dat we op een kantelpunt zijn beland in de suïcidepreventie. Ons streven naar nul zelfdodingen lijkt de norm te worden, zoals schoon drinkwater dat is. Het staat in het regeerakkoord, er komt extra geld voor. GGZ Nederland omarmt het doel, ProRail en de Nederlandse Spoorwegen doen mee, GGD’s in het hele land sluiten zich aan. Ik hoef veel minder te duwen op het bewustzijn en de urgentie. Nu komt de belangrijke stap die ik niet meer zal meemaken: hoe brengen we het in de praktijk?”

Toch haalde Nederland met 1.917 zelfdodingen vorig jaar het hoogste aantal ooit. Afgezet tegen de bevolkingsgroei is het aantal al sinds 2013 stabiel.

„Ik denk om drie redenen dat we het omlaag kunnen krijgen. Ten eerste zie je al die organisaties die nu net als wij streven naar nul zelfdodingen. Maar het gaat ook beter met Nederland, veel mensen krijgen het financieel wat ruimer, dat helpt. Dat de koning in de Troonrede oproept tot een hechtere samenleving – ik geloof daar ook in. Het wezenloze wereldje van likes en volgers, daar is het nieuwe wel af. We praten meer met elkaar en dit onderwerp wordt ook bespreekbaar. Zolang we niet over suïcide praten, kunnen we ons er ook niet toe verhouden. Mensen hoeven niet te schrikken als ze een keer denken: ik wil niet meer.”

Hij aarzelt even, weegt zijn woorden. „Mijn belangrijkste boodschap blijft toch dat zelfmoord heel vaak te voorkomen is. Het is niet onvermijdelijk, zoals lang werd gedacht. Het verhaal dat iemand ‘niet te genezen’ is – koningin Máxima gebruikte die woorden na de dood van haar zus Inés – is misschien prettig voor nabestaanden, maar onveilig voor iemand die suïcidaal is.”

Is zo’n uitspraak bepalend voor de manier waarop we tegen zelfmoord aankijken?

„Heel bepalend. Ik begrijp Máxima goed. Veel nabestaanden doen dat soort uitspraken. Toch is het voor iemand in haar positie niet handig om te zeggen dat de overledene ‘vrede heeft gevonden’. Iemand die suïcidaal is en die boodschap hoort, zal denken: ze hebben er vrede mee dat ik er niet hoef te zijn.”

Na drie uur praten staan er nog steeds een paar onderwerpen op Mokkenstorms gespreksagenda. „Het gaat nog best”, zegt hij.

U maakte de keuze iets voor anderen te betekenen. Wat heeft dat u gebracht?

„Ik heb me erdoor kunnen ontwikkelen. Ik heb geleerd dat ik ruimte in mag nemen en me niet hoef te schamen voor wie ik ben. Tegelijkertijd krijg ik waardering, waar ik steeds een beetje van opkijk: een echt aardig iemand ben ik namelijk niet. Met mijn werk heb ik wel het onderste uit de kan gehaald. Je kunt dat nauwelijks een troost noemen. Toch maakt dat het draaglijker dat ik het leven veel te vroeg moet loslaten.”

Praten over zelfdoding kan via hulplijn 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of www.113.nl.
    • Enzo van Steenbergen
    • Danielle Pinedo