Recensie

Marco Goecke blijft verbazen met zijn danstaal

Recensie

Twee nieuwe choreografieën bij het Nederlands Dans Theater. De ene was opnieuw raak (‘Walk the Demon’ van Marco Goecke) en de ander verveelde door herhaling (‘Vladimir’ van Hofesh Shechter).

Guido Dutilh (achter) en Jorge Nozal in ‘Walk the Demon’ van Marco Goecke. Foto Rahi Rezvani

Het is het wonder van goede dans: hoe bekend ook, toch verrast die telkens weer. Zo is daar de danstaal van Marco Goecke. Al zo’n vijftien jaar verbaast hij het publiek met zijn razendsnelle, nerveuze fladderen en sidderen, stijfbenige dribbelpasjes of staccato vogueing-gebaren, piepklein, maar haarscherp. En vrijwel elke keer is het raak, meesterlijk van bewegingsregie en ondanks het abstracte karakter ontroerend als portretten van de zoekende, angstige mens.

In het nieuwe Walk the Demon (muziek van onder anderen Antony & the Johnsons) komt het zoeken in prachtige mannenduetten soms tot rust in een kortstondige omhelzing. Maar alle ontmoetingen van de tien dansers zijn kort, beklijven niet. In een dikke mist, die door de belichting het toneelbeeld voortdurend verandert, doemen ze plots op en verdwijnen weer, grommend en vloekend, of dwars door de muziek „Hallo, thank you, goodbye” roepend. Op zijn gemak lijkt alleen de zwarte, gorilla-achtige figuur die soms traag over het toneel kruipt, als belichaming van een ieders angsten.

De dansers van het Nederlands Dans Theater, en zeker de grillige Guido Dutilh, beheersen Goeckes taal virtuoos en weten een gebeurtenis te maken van het één millimeter verplaatsen van een schouder of heup.

Vladimir

Het bekende kan soms snel vervelen. Vladimir van Hofesh Shechter is, ook binnen zijn oeuvre, choreografisch een herhaling van zetten: een rauwe, energieke stijl met een vleugje folklore. Maar zelfs binnen dit ene werk blijft Shechter uit hetzelfde vaatje tappen en ontaardt de lotsverbondenheid van een ongeregeld troepje mensen regelmatig in geweld. Ze lijken op de migranten die, wereldwijd, tegen muren of grenspatrouilles oplopen die hen buitensluiten.

Met veelvuldig gebalde vuisten en de door Shechter zelf gecomponeerde muziek voor Het Balletorkest en Slagwerk Den Haag, wordt een illusie gecreëerd van toenemende urgentie en spanning. Maar Shechters bewegingstaal is in feite beperkt en toont weinig ontwikkeling.

    • Francine van der Wiel