Laat de kerk misbruik echt erkennen

Seksueel misbruik

Ook tijdens de procedures om slachtoffers van seksueel misbruik erkenning te geven, schiet de R.K. Kerk tekort, schrijft .

„Ze bagatelliseren of vergoelijken het.”

Illustratie Nanne Meulendijks

Twee weken geleden berichtte NRC dat de helft van de Nederlandse bisschoppen van het seksueel misbruik wist dat plaatsvond binnen de Rooms-Katholieke Kerk, maar het misbruik heeft verzwegen en toegedekt. Nadat met financiering van de kerk verschillende trajecten zijn opgezet met als doel slachtoffers genoegdoening en erkenning te geven, lijkt de kerk zich er nog altijd niet bewust van te zijn waar het slachtoffers daadwerkelijk om te doen is. De houding van de kerk blijft een pijnlijk punt in de zoektocht naar gerechtigheid van de slachtoffers.

Het afgelopen jaar heb ik in het kader van mijn promotieonderzoek bijna dertig slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk gesproken. Deze slachtoffers hebben óf de meer juridische procedure bij het Meldpunt Misbruik RKK bewandeld óf het op mediation geschoeide traject Drieluik Herstelbemiddeling doorlopen. Ik heb ze gevraagd naar hun ervaringen.

Veel slachtoffers hebben – niet geheel verrassend – aangegeven dat het verkrijgen van erkenning hun drijfveer was. Ze wilden dat de kerk toegaf wat er was gebeurd, besefte wat de impact van het gebeurde voor het slachtoffer was en daarvoor haar verantwoordelijkheid nam. Ook wilden slachtoffers – waar zij jarenlang niet geloofd zijn – dit keer wel gehoord worden en serieus genomen worden in hun verhaal. Veel van deze slachtoffers geven aan erkenning te hebben bereikt. Maar het is meestal niet de houding van de kerk die deze gevoelens van erkenning teweeg heeft gebracht.

Het is pijnlijk te horen dat veel geïnterviewde slachtoffers de houding van de kerk tijdens de zitting voor de klachtencommissie of gedurende de mediationsessie negatief vinden. Tijdens de zitting voor de klachtencommissie ontkenden vertegenwoordigers van de kerk het misbruik, ze bagatelliseerden of vergoelijkten het en werden door slachtoffers als hooghartig of ongeïnteresseerd ervaren.

Lees ook dit verhaal van Theo Bruyns, die tussen zijn elfde en dertiende werd misbruikt op een seminarie

De context van een juridische procedure lijkt deze houding ook te hebben uitgelokt, want minder slachtoffers zijn negatief over de houding van de kerk gedurende de mediationsessies. De negatieve ervaringen hier zijn vooral gelegen in het (allereerst) ontkennen van het misbruik door de pleger. De oversten van betrokken congregaties hebben deze negatieve ervaring soms kunnen keren door later alsnog toe te geven dat het misbruik heeft plaatsgevonden en excuses aan te bieden.

Dat het merendeel van de slachtoffers toch erkenning heeft bereikt en tevreden terug kijkt op het traject, is deels te danken aan de steun die zij van andere professionals hebben ervaren. Veel slachtoffers zijn positief over de klachtencommissie verbonden aan het Meldpunt, de mediator en adviseur verbonden aan het Drieluik Herstelbemiddelingstraject, de juridisch adviseurs en andere personen die hen (juridische) bijstand verleenden. Deze professionals toonden empathie, namen hen serieus, gaven hen de ruimte om hun verhaal te vertellen, luisterden goed naar hen en gingen respectvol met het door hen ondergane misbruik om. Ook een gegrondverklaring van de klacht door de klachtencommissie of een verkregen compensatiebedrag hebben soms bijgedragen aan het gevoel van slachtoffers erkend te zijn.

Lees ook: Deze stichting boog zich over de klachten en compensatieverzoeken

De procedures bij het Meldpunt en de Drieluik Herstelbemiddelingssessies zijn inmiddels grotendeels afgerond. Ondanks de vaak pijnlijke houding van de kerk gedurende deze ‘afwikkelingstrajecten’ kan de kerk in de toekomst nog wel iets voor de slachtoffers betekenen. Veel slachtoffers hebben aangegeven niet alleen behoefte te hebben aan erkenning. Ze hadden ook andere drijfveren. Zo hoopten verschillende slachtoffers dat hun verhaal de ogen van de kerkelijke gezagsdragers zou doen openen en hen zou doen beseffen dat misbruik bij kinderen té erg is. Ze hoopten dat er maatregelen genomen zouden worden om te voorkomen dat andere kinderen hetzelfde zou overkomen.

Slachtoffers geven vaak aan dat zij niet het idee hebben dit doel te hebben bereikt. Laat de kerk zich daarom de komende jaren volledig bezighouden met preventie, in alle openheid. Dat betekent allereerst transparant zijn over waar de kerk in het verleden steken heeft laten vallen wat betreft het seksueel misbruik en over wat er is toegedekt.

Vervolgens zou de kerk open moeten communiceren over de maatregelen die worden genomen om dergelijke misstanden te voorkomen en laten zien waar en wanneer die maatregelen zijn ingeroepen. Deze werkwijze kan bijdragen aan het gevoel van gerechtigheid bij de slachtoffers.

Lees ook: Bisschoppen maakten een pijnlijk leerproces door
    • Karlijn van Doorn