‘Laat de gemeente grenzen stellen aan het gebruik van parken’

De Stelling De Rotterdamse stadsparken worden zeer intensief gebruikt door de bewoners, soms ten koste van flora en fauna. Moet dat minder?

In een recente aflevering van Rotterdammers in het Groen van RTV Rijnmond zegt de directeur van het Natuur Historisch Museum Rotterdam, Kees Moeliker, dat de stadsparken steeds drukker worden. „Rotterdammers zien ze als hun achtertuin”, constateert Moeliker. Ze loungen en picknicken er. En in de zomer gaan ze er naar muziekfestivals. Veel Rotterdammers genieten daarvan, maar er zijn ook bewoners die klagen over het geluid en sommige dieren slaan erdoor op de vlucht. De stelling is: ‘Laat de gemeente grenzen stellen aan het gebruik van parken.’

André de Baerdemaeker, stadsecoloog: „Oneens. Al sta ik er met beide benen in. Natuurlijk zie ik liever sperwers en vleermuizen in de parken, terwijl die misschien wel weg gaan als het er te druk wordt. Maar dat is een kwestie van persoonlijke smaak. De parken zijn nu eenmaal onderdeel van de dynamiek van deze stad. Bovendien passen sommige planten en dieren zich aan die drukte aan. Egeltjes bijvoorbeeld komen ’s nachts juist af op plekken waar barbecueënde Rotterdammers stukjes vlees van spareribs achtergelaten hebben. Op plekken waar bezoekers in de bosjes plassen zit meer stikstof in de grond waardoor er brandnetels groeien. Sommige dieren vinden dat prettig. Tegelijk zie ik dat er druk op hun leefomgeving ontstaat als het te vol wordt in de stadsparken. Het is duidelijk dat er behoefte is aan meer openbaar groen in de stad.”

Astrid Kockelkoren, raadslid GroenLinks en stedenbouwkundige: „Eens. De gemeente heeft daarom ook een kader om af te wegen welke festivals in welk park gehouden kunnen worden. Het gaat erom de balans te vinden. Mooi aan de documentaire Rotterdammers in het Groen is dat je ziet dat de parken van ons allemaal zijn. Je kunt er sporten, barbecueën, naar een festival; en dat doen we ook.”

Kees Moeliker, directeur Natuur Historisch Museum Rotterdam: „Eens. De draagkracht van een park verschilt wezenlijk van die van een asfaltvlakte. De gestelde grens moet mensen de kans geven om van het stadsgroen te genieten, zonder uit het oog te verliezen dat juist het planten- en dierenleven de aantrekkelijkheid van de parken bepaalt. Ik ken de veerkracht van de stadsnatuur en ben er van overtuigd dat ook uitzinnige festivalgangers liefhebbers zijn van het Rotterdamse groen. De grens tussen wat ‘wel’ en ‘niet’ kan, berust op het delicate evenwicht tussen mens en natuur.”

    • Lucette Mascini