Opinie

    • Hubert Smeets

Kan de Balkan-bananenschil geweldloos veranderen ?

Het Westen steunt het ‘linkse’ naamgevingsproject in Macedonië, Moskou de oppositie. Zeven decennia eerder was dat andersom, schrijft Hubert Smeets.

De Macedonische premier Zoran Zaev tijdens een bijeenkomst voor het referendum Georgi Licovski/ EPA

Macedonië is een der glibberigste bananenschillen op de Balkan. Wapens waren er lang het meest voor de hand liggende middel om conflicten te beslechten. Zondag moet dat voor de verandering nu eens geweldloos gebeuren: met een referendum over de naam ‘Noord-Macedonië’, zoals de premiers van Griekenland en de voormalige Joegoslavische deelrepubliek in juni zijn overeengekomen.

Ouderwets geëtiketteerd is deze stembusgang een ‘links’ en ‘internationalistisch’ project. Beide landen worden geregeerd door partijen die weliswaar een communistische verleden hebben, maar worden aangevoerd door politici die de Koude Oorlog slechts als tieners hebben meegemaakt. De sociaal-democraten van premier Zaev (1974) in Macedonië komen voort uit de Communistenbond van de Joegoslavische partijchef Tito. Syriza – de ‘coalitie van radicaal links’ van de Griekse regeringsleider Tsipras (1974), die werd geboren vier dagen nadat de kolonelsjunta in Athene was gesneuveld – heeft wortels in de Helleense communistische partij KKE, of preciezer, in de minder dogmatische ‘Italiaanse’ vleugel binnen de verder aarts-orthodoxe KKE.

De grote mogendheden bemoeien zich, zoals vaker op de Balkan, met het plebisciet. Amerika en Europa staan achter de herdoop, die de voorbode moet worden van een NAVO- en EU-lidmaatschap voor Noord-Macedonië. Rusland steunt juist de rechtse oppositie in beide landen. Het zette volgens Skopje en Athene oligarchengeld en spionnen in om de twee linkse premiers kapot te spelen.

Zeven decennia geleden zag de geopolitieke strijd er in exact dezelfde regio spiegelbeeldig uit. Toen wekte Moskou de indruk de internationale op de Balkan te steunen en stond Washington juist achter het Griekse nationalisme.

Voor de verandering wordt een conflict op de Balkan nu eens geweldloos beslecht

Griekenland was vanaf eind 1944 verwikkeld in een wrede burgeroorlog tussen communistisch links en royalistisch rechts. De KKE en haar gewapende arm ELAS werden gedekt door de Sovjet-Unie. De monarchistische regering kreeg steun van de Britten en vervolgens van Amerika. President Truman haalde in 1947 het begrip ‘containment’ van stal om te voorkomen dat de Griekse dominosteen in Sovjetrichting zou omvallen.

Lees ook: Waarom iedereen zich met het kleine Macedonië bemoeit

Het was Macedonië waar de burgeroorlog, die ruim 150.000 mensen het leven kostte, zeventig jaar geleden zijn climax bereikte. Militair en ideologisch waren de communisten na 1947 niet meer tegen de regering in Athene opgewassen. Indachtig de Kleften – een Griekse variant op Robin Hood – trokken de communistische strijders zich terug in de bergen langs de grens met Macedonië en Albanië. Daar afgeknepen deden ze in de herfst van 1948 een laatste wanhoopspoging om het tij te keren. Eerder in de zomer was titoïstisch Joegoslavië uit het Cominform (opvolger van de Communistische Internationale) gegooid, omdat het zich niet naar Stalin schikte. De KKE zat klem: partij kiezen voor de buurman óf trouw blijven aan de verre leider? Ze dacht zich te redden met een tactische manoeuvre die averechts uitpakte. De partij besloot te gaan strijden voor een onafhankelijk Macedonië, dat zich over zowel Grieks als Joegoslavisch grondgebied zou uitstrekken. Met dit separatistische gambiet bezegelde de KKE haar lot. In Griekenland stond ze ook onder progressieven te boek als landverraderlijk, in Joegoslavië als pion van Stalins imperialisme. De Sovjet-Unie stak geen poot uit. Dit keer zal Moskou de handdoek niet zo snel in de ring gooien. Nationalistisch rechts is op de Balkan nu veel sterker dan stalinistisch links toen.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.
    • Hubert Smeets