Recensie

In de maag van elke dode albatros zat plastic

Filmrecensie De documentaire Albatross geeft een indringend beeld van het harde leven van albatrossen op het eiland Midway in de Stille Oceaan. Zelfs daar eist vervuiling zijn tol.

Laysanalbatros op een beeld uit de film

In de balletwereld is het een beroemde solo: ‘De stervende zwaan’. Maar hoe mooi en melancholiek die danspassen ook zijn, qua drama halen ze het niet bij een ándere solo: ‘De stervende albatros’. Het is een van de slotscènes uit de nieuwe documentaire Albatross van de Amerikaanse kunstenaar en milieuactivist Chris Jordan. In close-up zijn drie eenzame albatrossen om beurten te zien in de laatste momenten van hun leven. Eén blik op de opengesperde snavel, op de stuiptrekkingen, en je weet: dit is een heftige doodsstrijd. Geen zachtjes heengaan. We zien de vogels worstelen, wegglijden, toch nog even de kop oprichten, om dan uiteindelijk definitief neer te zijgen.

De drie solisten zijn laysanalbatrossen, te herkennen aan een zwarte vlek rond de ogen. Het decor is het eiland Midway, ten westen van Hawaii, waar zich tot 1993 een vliegveld van de Amerikaanse marine bevond. Het eiland ligt midden in de plastic soep die op de Stille Oceaan drijft en dat is nu juist het probleem, zegt Jordan in de voice-over: „Albatrossen eten alles wat ze zien drijven, ze hebben nooit geleerd onderscheid te maken tussen eetbaar en niet-eetbaar.”

Midway is nu een natuurreservaat, ontoegankelijk voor publiek, en elk jaar komen er bijna 450.000 laysanalbatros-broedparen samen. Jordan brengt alles toegewijd in beeld. Bij vlagen voelt de film door de vele slowmotionbeelden wat stroperig, maar de close-ups en landschapsopnames zijn prachtig. We zien hoe de vogels elkaar het hof maken, samen een ei uitbroeden, vervolgens beurtelings op een duizend-kilometer-lange foerageermissie vertrekken en het zodoende vergaarde voedsel liefdevol uitbraken in de snavel van het pasgeboren jong. En daar gaat het mis. Samen met stukjes zeewier en vis gaan ook plastic fragmenten in alle kleuren van de regenboog van oudersnavel op kindsnavel over. Scherpe onderdelen perforeren met wat pech de maagwand van het jong, en zorgen er hoe dan ook voor dat de maag snel volraakt en er dus minder ruimte overblijft voor echte voeding.

Jordan bezocht Midway voor het eerst in 2009, voor een fotoproject: hij bracht dode albatrossen mét hun maaginhoud in beeld. Die bestond vaak voor een groot deel uit flessendoppen en vislijnen. De foto’s zijn ook te zien in de film, net als shots van Jordan die – huilend – dode albatroskuikens opensnijdt. „In de maag van élke dode albatros op het eiland is door biologen de laatste jaren plastic aangetroffen”, horen we in de voice-over.

Gelukkig is er af en toe ook ruimte voor een licht moment, zoals een jonge albatros die voor het eerst wil vliegen, maar bij zijn aanloopje botst met een klungelige soortgenoot, waardoor ze allebei omkukelen. Ook de portretten van de jongvolwassen albatrossen – een matje van donshaar in de nek – zijn aandoenlijk.

De verteltrant van Jordan is zo intens dat het af en toe licht pathetisch wordt: door zijn verhaal en de wel erg aanwezige muziek wordt het albatrossenleed nog eens extra benadrukt. Jammer, want de beelden spreken voor zich. Eigenlijk wil je als kijker gewoon in stilte kunnen rouwen over de teloorgang van die indrukwekkende vogels, en stilstaan bij ons eigen aandeel daarin.

    • Gemma Venhuizen