Recensie

Honeggers Jeanne d’Arc: die vreselijke vlam zal mijn bruidsjurk zijn

Recensie

Het Koninklijk Concertgebouworkest speelt deze week voor het eerst het oratorium ‘Jeanne d’Arc au bûcher’ (1944) van de Zwitser Arthur Honegger. Een inventieve regie, grootse koren en fijnzinnig orkestspel maken het tot een muzikaal en visueel spektakel.

Stephane Denève Foto Drew Farrell

Een opmerkelijke première is het deze week: het Koninklijk Concertgebouworkest speelt voor het eerst Arthur Honeggers indrukwekkende maar curieuze oratorium Jeanne d’Arc au bûcher (1935-44) in een inventieve mise-en-espace van Caecilia Thunnissen.

Muziek en tekst schreeuwen om beelden. Als Judith Chemla in de geëxalteerde spreekrol van Jeanne op een hoge stellage voor het orgel haar beruchte vuurdood vindt („die vreselijke vlam zal mijn bruidsjurk zijn!”) flikkeren gloeilampen achter haar op, terwijl rode schijnsels langs de zaalwanden likken. Over the top? Vooruit. Maar dat is de muziek óók. Het loeigeluid van de ondes martenot (een vroeg elektronisch instrument) als stem Gods is maar een voorbeeld.

Jeanne d’Arc stond al een tijdje op het verlanglijstje van het Concertgebouworkest, dat in Stéphane Denève een dirigent vond die van hetzelfde droomde. Voor de uitvoering – duur, want ook met twee koren, vijf solisten en vier acteurs - kreeg het orkest financiële hulp van zijn Zwitserse vriendenkring.

Bekijk hier een trailer van een andere uitvoering van Jeanne d’Arc met Marion Cotillard in de titelrol

Groots is Jeanne d’Arc zeker, maar dat het geen repertoirekraker werd, begrijp je ook. De afwisseling van orkest, spraak (deels zonder muziek) en zang is hybride, en datzelfde geldt voor de veelvoud aan muzikale stijlen en de dramaturgische opzet in elf losse levensscènes. Politieke, devote, en hysterische passages verwacht je daarin, maar het burleske speelt ook een rol; de (metaforische) scène met het beestengerecht door knorzwijn Porcus – gemaskerd gezongen door Jean-Noël Briend – vormt zelfs een hoogtepunt.

Dirigent Déneve schuwt het grote gebaar niet; dat zou Jeanne geen recht doen. Maar waar stilte en helderheid vereisten zijn, houdt hij orkest en koren scherp. Talrijke prachtige blazerssoli zijn evenzeer een lust voor het oor als de weelderige strijkers. Maar de uitvoeringenreeks is óók een triomfantelijk bewijs van de bloeiende koorcultuur in Nederland, met exemplarische aandelen van zowel het Nationaal Kinderkoor als het Rotterdam Symphony Choir, dat bij het orkest debuteerde en er hopelijk nog vaak zal terugkeren.

Correctie 28-9-2018: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Denèves vriendenkring financiële hulp gaf. Het betreft echter de Zwitserse vriendenkring van het orkest.

    • Mischa Spel