Hoe gevaarlijk waren de terreurverdachten?

Verijdeling terreuraanslag

De hoofdverdachte beschikte over contacten in het buitenland. Dat maakte het gevaar van het verdachte netwerk groter.

De politie verricht donderdagavond in Vlaardingen huiszoeking bij een van de opgepakte terreurverdachten. Foto Robin Utrecht/EPA

Speciale politie-eenheden pakten donderdag zeven mannen op die volgens het Openbaar Ministerie een „grote aanslag” voorbereidden tijdens „een evenement”. Vijf vragen over het volgens justitie verijdelde complot.

  1. Hoe gevaarlijk waren de plannen?

    Onmiddellijk gevaar leek er niet te zijn, wel op afzienbare termijn. Dat bleek donderdagavond uit uitlatingen van minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en terrorismebestrijder NCTV. „Men was er niet zover mee dat het gevaar zou kunnen opleveren voor de samenleving in die zin dat het bijna te laat was. Absoluut niet”, aldus Grapperhaus. „Maar men was wel een behoorlijk eind in de voorbereidingen.” Zo zijn bij de arrestatie vijf handvuurwapens gevonden. De NCTV wees erop dat de verdachten nog naar wapens en materiaal voor bomaanslagen aan het zoeken waren.

    In Nederland zijn eerder aanslagen verijdeld. Volgens veiligheidsexpert Glenn Schoen gaat het nu voor het eerst om een groter netwerk met ambitieuze terreurplannen. „Als je ziet waarnaar de verdachten op zoek waren – grondstoffen voor een autobom, bomvesten, kalasjnikovs – dan werd er iets groots gepland.”

    Terreurexpert Teun van Dongen, die een database bijhoudt van aanslagen in het Westen, plaatst een kritische kanttekening. „Veel ambitieuze terreurplannen kunnen alleen in afgezwakte vorm worden uitgevoerd. De aanslagen in Parijs op onder meer de Bataclan in 2015 moesten eigenlijk vergezeld gaan van soortgelijke aanslagen elders in Europa. Dat is niet gelukt.” Ook wijst Van Dongen erop dat de verdachten, voorzover bekend, niet zijn uitgereisd naar terreurgebied, en daarom mogelijkerwijs geen training hebben ontvangen in de professionele omgang met bomvesten, kalasjnikovs of autobommen.

    Buitenlandse betrokkenheid kan het gevaar van het verdachte netwerk groter maken (coaching via internet, ondersteuning door buitenlandse cellen). De spil van het verdachte netwerk, Hardi N. uit Arnhem, beschikte over contacten in het buitenland. In Weert is een busje met Frans kenteken in beslag genomen.

    Lees ook: Eind 2014 maakten we deze schets van een jihadistisch netwerk in Arnhem
  2. Hoe effectief opereerden de overheidsdiensten?

    Veiligheidsexpert Schoen wijst erop dat er bij de aanhoudingen geen schot is gelost door de speciale politie-eenheden, ook al beschikten de verdachten kennelijk wel over wapens. „Dat duidt op goede voorbereiding.” Ook de timing van de arrestatie maakt op hem een overwogen indruk. Aan de ene kant laat genoeg om voldoende concrete aanwijzingen te hebben voor een aanslag, nodig voor een mogelijke veroordeling. Anderzijds vroeg genoeg om een aanslag tijdig af te wenden. Overigens past dit in een trend, waarbij westerse antiterreurdiensten en inlichtingendiensten er steeds beter in slagen om terreurcomplotten te verijdelen. Diensten werken beter samen. IS is als terreurplatform ernstig verzwakt.

  3. Om welk ‘evenement’ gaat het?

    Het OM ontkent dat het om de kermis van Weert gaat, die vrijdag begint. Daarover waren donderdagavond speculaties ontstaan toen bleek dat een aantal verdachten was opgepakt in een vakantiepark in de Limburgse gemeente. Zowel Schoen als Van Dongen zegt dat het bestaan van het netwerk in combinatie met de ambitieuze plannen, meestal duidt op een groter, bekender evenement.

  4. Wat zegt het verijdeld complot over de terreurdreiging in Nederland?

    Dat die anders is dan lange tijd gedacht. Sinds 2014 was er veel aandacht, onder meer van de NCTV, voor het risico van de uiteindelijk circa 300 uitreizigers. Tot nu toe zijn er veel minder teruggekomen dan voorspeld. De huidige gebeurtenissen vestigen volgens Teun van Dongen opnieuw op het – vaak sluimerende – bestaan van terreurnetwerken in Nederland zelf, die mogelijk versterkt worden door hulp van buiten. Ook kunnen de netwerken worden ververst door veroordeelde jihadisten die vrijkomen.

  5. Wat betekent dit alles voor de terreurbestrijding?

    Veiligheidsexpert Schoen verwacht „meer druk om de gevangenisstraffen voor bijvoorbeeld uitreizen en pogingen tot uitreizen te verhogen”. Daardoor kunnen risicogevallen langer worden vastgezet. Het strafrecht is echter niet primair bedoeld om aanslagen te voorkomen, zegt Teun van Dongen. Hij wijst op het belang van deradicaliseringsprogramma’s die moeten voorkomen dat gedetineerden radicaliseren.

    • Kees Versteegh