Hoe een clubje uit Arnhem de jihad ging omarmen

Terrorisme De mannen die deze week zijn opgepakt voor het beramen van een aanslag waren al jaren aan het radicaliseren. In 2014 bleek dat ze zich afkeerden van alles wat met ongeloof te maken heeft.

Bij invallen in verschillende woningen in Arnhem werden verdachten opgepakt. Foto PIROSCHKA VAN DE WOUW/ANP

Zeven Arnhemmers staan met foto’s en adressen op een lijst van de politie. „Subjecten gaan vermoedelijk uitreizen naar Syrië”, staat boven aan het document uit 2014. De mannen worden op dat moment geschaduwd. In welke kleren ze hun huis verlaten, hoe laat ze de bus pakken naar school en met welke vrienden ze daarna naar het winkelcentrum lopen om gratis koffie te drinken; de geringste details worden vastgelegd door het observatieteam van de politie.

Het is een clubje ‘achterblijvers’: terwijl vrienden of familieleden zijn vertrokken naar Syrië om zich aan te sluiten bij jihadistische strijdgroepen, zijn de uitreisplannen van deze zeven op niets uitgelopen.

Gedurende het onderzoek krijgt NRC het politiedocument in handen over de observaties. Als NRC vervolgens een artikel publiceert over het Arnhemse netwerk, ontkent toenmalig burgemeester Herman Kaiser dat er een jihadistisch netwerk in zijn stad actief is. Hij waarschuwt voor „onnodige paniekzaaierij”.

Maar de politie hield de Arnhemmers niet voor niets in de gaten. Een aantal verdachten die donderdag werden gearresteerd wegens het voorbereiden van een terroristische aanslag, komt uit het netwerk dat al in 2014 in beeld was. Onder hen de Irakees Hardi N., volgens justitie de spil van de groep, en de Marokkaanse Nederlander Morad M., een voormalig bokskampioen.

Het onderzoek uit 2014 leidt eind dat jaar tot aanhoudingen vanwege pogingen om naar Syrië te gaan. Het jaar daarop worden om dezelfde reden nog twee Arnhemmers aangehouden, Nadeem S. en Waïl el A., die zich rond dezelfde club van zeven bevinden. Ze krijgen celstraffen opgelegd voor hun reispogingen variërend van één tot drie jaar. Deze mislukte jihadgangers zijn nu opgepakt voor het voorbereiden van een aanslag.

Hoe veranderden jongens uit een provinciestad in een groep met terroristische plannen?

Na 9/11 gaan de tieners uit Arnhem zich verdiepen in hun geloof

In Bruishuis, een buurtcentrum in de Arnhemse wijk Malburgen, wordt de kiem gelegd voor het jihadistische netwerk, blijkt uit documenten en gesprekken die NRC vanaf 2014 voerde met betrokkenen.

Na de aanslagen op het World Trade Centre in 2001 beginnen Marokkaans-Nederlandse tieners uit Arnhem zich te verdiepen in hun geloof. Een van hen is Abdelkarim el A. Maar in de Arnhemse moskeeën worden geen Nederlandstalige lessen gegeven. Daarvoor moeten ze naar Ede, Utrecht en Tilburg, waar ze in de leer gaan bij salafistische predikers. Er is debat over de vraag of het salafisme een kweekvijver is voor gewelddadig extremisme. Voor de Arnhemse verdachten lijkt dit het geval geweest: de kern van het netwerk is gevormd in de politiek-salafistische scène.

Niet naar kerken kijken

De Arnhemmers volgden les bij bekeerling Abdul-Jabbar van de Ven en een groep predikers rond de Syrische familie Salam. Belangrijk onderwerp is dat moslims loyaal moeten zijn aan medemoslims en zich moeten afkeren van alles wat met ongeloof te maken heeft. Zo preekt Suhayb Salam dat moslims hun hoofd moeten afwenden als zij een kerk zien. Van de Ven dweept zelfs openlijk met het jihadisme. Op Facebook verspreidt hij lezingen waarin moslims worden aangemoedigd de gewapende jihad te voeren, ontdekte NRC in 2014.

In het Arnhemse Bruishuis beginnen de jongeren hun eigen salafistische lesstichting. De organisatie is in handen van Abdelkarim en zijn vrienden, steeds meer jongeren uit de wijken Malburgen en Presikhaaf wonen de lezingen bij.

Lees ook: Hoe gevaarlijk waren deze terreurverdachten?

Jongerenwerkers in Arnhem zien de gevolgen, zo wordt beschreven in een rapport van Bureau Beke, dat in 2016 onderzoek deed naar radicalisering in Arnhem. Onder invloed van het salafisme proberen de jongeren buurtbewoners en familieleden strikte gedragsnormen op te leggen. Ze vragen aan meisjes wanneer ze beginnen met het dragen van de hoofddoek. De jongeren koesteren onrealistische dromen over wonen in het kalifaat, gebaseerd op „salafistische en puriteinse informatie” die ze van Facebook hebben geplukt.

De boodschap van het salafisme werd door de jongeren gemixt met eigen ervaringen van discriminatie, bijvoorbeeld omdat het niet lukte om een baan te vinden. Zo ontstond het idee dat moslims het uitverkoren volk zijn, maar in het Westen worden onderdrukt. „De kernboodschap”, schrijven de onderzoekers, is „dat moslims niet geaccepteerd worden”.

Het netwerk lijkt uiteen te vallen

In 2013 vertrekt een deel van de groep die in het Bruishuis samenkomt, onder wie Abdelkarim, naar Syrië. De lessen in het Bruishuis worden stopgezet. Sommige achterblijvers willen Abdelkarim achterna. Velen kijken tegen hem op vanwege zijn charismatische verschijning, kennis van de islam en leeftijd. Dat geldt zeker voor zijn halfbroertje, Morad M., die nu een van de terreurverdachten is.

Als Abdelkarim in 2015 vanuit Syrië een interview geeft aan NRC in de vorm van privéberichten op Twitter, erkent hij dat zijn vrienden in Nederland hem benijden. „Zij vinden het nobel dat ik deze vorm van aanbidding verricht. Want wij moslims zien het voeren van Jihad als een daad van aanbidding”, stelde hij.

De vrienden die hem achterna willen, worden één voor één opgepakt. Ze worden veroordeeld tot lichte straffen. Hardi N. krijgt bijvoorbeeld een meldplicht bij de reclassering opgelegd, moet gesprekken voeren met een theoloog over zijn geloof en mag geen contact hebben met een groot deel van zijn jihadistische vrienden. Zo hoopt justitie het netwerk van achterblijvers uit elkaar te spelen. Dat lukt ogenschijnlijk. Zo zegt de reclassering dat Hardi in 2016 steeds meer zou gaan twijfelen aan zijn strenge opvattingen

Jongerenwerkers zien iets anders, kan worden opgemaakt uit het rapport van Bureau Beke: zij zien dat Arnhemse radicalen wenselijk gedrag vertonen. Als de jongerenwerkers in de groep zijn, stellen ze zich heel gezellig op. Maar zodra ze weg zijn, gaat het gesprek over „radicale dingen”.

Als hun vriend Abdelkarim in een video uit Syrië oproept tot het verrichten van een ‘stevige daad’ tegen de Nederlandse overheid, maakt dat veel indruk op de groep. Ze zijn boos vanwege de bombardementen van de coalitie op de jihadstrijders.

In 2015 overlijdt Abdelkarim bij zo’n bombardement. Al-Qaeda brengt een propagandafilm uit over het leven van Abdelkarim. Titel: The Glorious.

Eind 2014 maakte NRC deze schets van een jihadistisch netwerk in Arnhem: Al-Qaeda in Arnhem

Sommige Arnhemmers zamelen geld in voor geestverwanten, die nog vast zitten op de terrorismeafdeling. Af en toe komen ze opdagen bij de rechtbank voor een nieuwe zitting, omdat ze van hun enkelband of meldplicht af willen. Morad M. houdt ondertussen een Facebookpagina bij, ‘Streven naar het Paradijs’, waar video’s op verschijnen van Jabhat Al Nusra, de strijdgroep van zijn overleden halfbroer Abdelkarim.

Morad verhuist naar Vlaardingen; diverse andere Arnhemmers volgen hem naar de regio Rotterdam. Bronnen rond het onderzoek stellen dat de groep zich daar mogelijk onbespied waande.

De AIVD meldt in april dit jaar dat de groep zich aan het voorbereiden is op een aanslag. Nieuw onderzoek van de politie mondde donderdag uit in hun aanhoudingen.

    • Andreas Kouwenhoven