Het lastige verschil tussen ja en nee

Flessenpost Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: over seksuele opvoeding en daten als mijnenveld voor jongeren.

Terwijl onze in Nederland studerende zoon onbekommerd door de stad fietst, loopt onze Amerikaanse zoon op eieren over de campus. Overal loert immers gevaar. ‘Daten’ is een mijnenveld, vol voetangels en klemmen, gevaren, valkuilen, en juridische consequenties, die je jaren later nog kunnen achtervolgen.

Om de haverklap passeert hij een alarmzuil met een fel blauw licht waar je met een druk op de knop security kunt waarschuwen. Date rape, het gruwelijk uit de hand gelopen afspraakje, meestal onder invloed van alcohol en drugs, is op universiteiten hét onderwerp van gesprek. Een op de vijf studenten krijgt er mee te maken. President Obama noemde het zelfs een epidemie en trok geld uit voor preventie. Trump heeft die geldkraan inmiddels weer dicht gedraaid.

Vanuit de universiteit wordt studenten erop gewezen expliciet te zijn over wat ze wel of niet willen als seks aan de orde komt. Alles draait om consensus, gedeelde instemming. Omdat dit een glibberig begrip is, zijn er vragenlijsten om hen te helpen een duidelijk ‘contract’ op te stellen, waar alle betrokkenen zich in kunnen vinden. Alsof je met elkaar naar bed gaat onder toezicht van advocaten. Wilt u hier even tekenen?

Onze Nederlandse student heeft nooit een vragenlijst gezien, zelfs nooit voorlichting gekregen vanuit de universiteit hierover. Vrijheid blijheid. Een voortzetting van de vrolijke seksuele opvoeding die begon op de basisschool, waar de nadruk toch wel lag op het plezier. In Amerika was dat wennen. Seksuele opvoeding op school gaat gek genoeg niet over de plastische details. Die laat men graag over aan de ouders. Stel dat je iets vertelt dat niet past bij het geloof of de overtuiging thuis. Nee, aan het wat en hoe wil je je niet branden.

Waar het wel om gaat, is het waar en wanneer. Van de toenadering tot de handeling, hoe die er ook uitziet, tot de perceptie over de gebeurtenissen achteraf. Ik druk me op zijn Amerikaans uiterst voorzichtig uit, want alles rondom seks is multi-interpretabel en kan altijd door iemand op een andere manier uitgelegd worden.

Kinderen oefenen al jong in rollenspellen over het lastige verschil tussen ja en nee. Ze leren dat elke toenadering in het tegendeel kan worden uitgelegd, elke aanraking potentieel een aanranding is. Behoorlijk zware kost voor kinderen die soms nog te verlegen zijn om zelfs maar te zoenen.

Achttienjarige scholieren, volwassenen dus, wordt op het hart gedrukt dat ze een risico lopen als ze iets uitspoken met een zeventienjarige, een minderjarige. Iedereen kent verhalen van scholieren die in problemen kwamen. Tot en met gevangenisstraf aan toe.

En toch, ondanks al die voorlichting hier, gaat het vaak mis. Maar in Nederland, zonder die loodzware nadruk op wat er allemaal fout kan gaan, gaat het ook vaak mis. Dat kan niet anders. Tenslotte gaat het om dezelfde jongeren, bij wie dezelfde hormonen door het lijf gieren, vaak aangelengd met alcohol en drugs.

„Die nadruk op misstanden komt juist omdat mensen in Amerika zo overdrijven”, zegt mijn Nederlandse vriendin. „Ze drijven alles op de spits, dat vertekent.”

Ik vraag het me af.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong