Opinie

    • Caroline de Gruyter

Door de ‘bedroom tax’ schoot UKIP omhoog

Donald Trump ging deze week bij de VN tekeer tegen hoge olieprijzen. Hij waarschuwde olieproducerende landen dat hij ze zal straffen als ze de prijzen niet gauw verlagen. In november zijn er verkiezingen in Amerika. Het zou Trump goed uitkomen om tegen kiezers in de Midwest te zeggen dat ze de lagere benzineprijzen aan hem te danken hebben.

In dezelfde week probeerden de regeringspartijen in Italië de minister van Financiën zo gek te krijgen dat hij hun verkiezingsbeloftes in de begroting opneemt. De Lega wil een flat tax en andere dure maatregelen. Vijf Sterren heeft zijn zinnen gezet op een basisinkomen voor iedereen. De (partijloze) minister gaf zich tenslotte gewonnen. Nu explodeert zijn begrotingstekort en krijgt hij andere eurolanden over zich heen.

Soms lijkt het alsof de opkomst van radicale partijen een reactie is op de globalisering, en vooral één aspect daarvan: migratie. Populisten tieren tegen migranten, vluchtelingen en de kosmopolitische elite. Maar Trumps uithaal naar de OPEC en de Italiaanse begrotingsperikelen tonen dat deze partijen tot uitersten willen gaan om de koopkracht van de gewone man te verbeteren.

Dit bewijst ook recent onderzoek aan het Zweedse Institute for International Economic Studies. De onderzoekers wilden bepalen op welke momenten de Zweden-Democraten (SD) – de extreemrechtse partij die bij recente verkiezingen als derde eindigde, met 17,5 procent – afgelopen jaren het hardst groeiden.

Frappant genoeg vonden zij géén correlatie tussen de instroom van vluchtelingen en steun voor de SD. De opkomst van de SD tussen 2002 en 2014 liep zelfs „parallel met hogere tolerantie voor immigratie bij de doorsnee Zweed”. Ook de crisis verhoogde de scores niet. De onderzoekers vonden wél een sterk verband met bezuinigingsmaatregelen. Ze konden die groei zelfs vastpinnen op een concrete maatregel.

In 2006 maakte de socialistische regering na twaalf jaar plaats voor een centrumrechtse. Die verlaagde, stapsgewijs, de inkomstenbelastingen. Hogere en middenklassen profiteerden ervan. Om dit te financieren en om meer mensen aan het werk te krijgen, sneed de regering tegelijkertijd in sociale voorzieningen. Dit raakte de minst bedeelden. Het zijn precies díe maatregelen die sterk correleren met stijgende steun voor de SD. Mensen die erop achteruit gingen, gingen naar de SD. Waarom niet naar de sociaaldemocraten? Simpel, zeggen de onderzoekers: die komen uit sociale klassen die minder geraakt werden door de hervormingen. En de SD bracht ‘nieuwe’ politici in het veld: losers die nooit eerder politiek actief waren geweest. Kiezers herkenden zichzelf in hen.

Thiemo Fetzer van de universiteit van Warwick kwam in juni tot eenzelfde conclusie. Hij wilde weten waar UKIP zijn steun vandaan haalde. Ook hij vond geen verband met immigratie of de financiële crisis, die er in het VK keihard inhakte omdat legio banken onderuit gingen. Zelfs in 2009, toen er tientallen miljarden belastinggeld in bankbailouts waren gestoken, scoorde UKIP in de armste regio’s van het land povertjes. Dat veranderde in 2010. De nieuwe regering-Cameron voerde economische hervormingen door en schrapte speciale crisismaatregelen. Zo werd de ‘bedroom tax’ ingevoerd: een belasting voor mensen in sociale huurwoningen die een lege kamer over hadden. Meteen schoot UKIP in de peilingen omhoog. Hetzelfde gebeurde na de verlaging van gehandicapten-uitkeringen. Veel nieuwe UKIP-supporters stemden in 2016 voor Brexit.

Wat deze studies aantonen: mensen die door bezuinigingen geraakt worden, zijn niet per se anti-immigratie of anti-elite. Ze verliezen alleen hun vertrouwen in de staat en politici – ‘het systeem’ – als blijkt dat nieuwkomers moeten mee-eten uit hun krimpende ruif, terwijl grote bedrijven bevoordeeld worden met, bijvoorbeeld, afschaffing van de dividendbelasting.

Merkwaardig hè, dat je populisten nodig hebt om dit aan de kaak te stellen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter