De witwasjagers van ING: geen ervaring, geen financiële achtergrond

Witwassen

Oud-medewerkers vertellen hoe het er in 2016 aan toe ging op een ING-afdeling die witwassen moest voorkomen. ‘Je kreeg niet de tijd om verdachte zaken te vinden.’

”Van mijn hele team had niemand een financiële achtergrond. Niemand had enige boekhoudkundige kennis en kon bijvoorbeeld een balans lezen.” In een oude kantoorkolos van ING in Amsterdam Sloterdijk wordt in 2016 een groep twintigers aan het werk gezet. Het zijn veelal juristen en criminologen, de meesten vers afgestudeerd. Ze krijgen een cruciale taak: voorkomen dat klanten uit het midden-en kleinbedrijf (mkb) de bank misbruiken om geld wit te wassen.

Er is echter één probleem: het grofweg vijftienkoppige team heeft nauwelijks een idee hoe. „We kregen vooraf drie weken cursus, maar dat was heel basaal: hoe werkt een bank, wat is een hypotheek? Hoe je concreet witwasconstructies kunt herkennen is ons niet geleerd. Je kreeg bijvoorbeeld te horen dat transacties naar Arabische landen verdacht konden zijn, maar niet hoe je het onderscheid maakte welke transactie wél en welke niet verdacht was.”

NRC sprak afzonderlijk drie oud-werknemers van een kleine compliance-afdeling bij ING die mkb-klanten controleerde. Ze doen hun verhaal op voorwaarde van anonimiteit, omdat ze hun carrièreperspectieven niet willen schaden. De schets die ze geven sluit naadloos aan bij het uitgebreide feitenrelaas dat justitie publiceerde toen ING begin deze maand voor het recordbedrag van 775 miljoen euro strafvervolging afkocht wegens het structureel overtreden van de Wwft, de wet die witwassen moet voorkomen.

Volgens justitie schoot de bank van 2010 tot en met 2016 „ernstig tekort” in het klantenonderzoek en het monitoren van transacties. Het gevolg was dat criminele klanten jarenlang „nagenoeg ongestoord” ING-rekeningen konden gebruiken om hun miljoenen wit te wassen.

Justitie constateerde dat ING klantdossiers niet op orde had, waardoor witwassignalen werden gemist. De bank liet „commerciële doelstellingen prevaleren” boven naleving van de wet. Van foute klanten die de bank er wél uitplukte werd te laat afscheid genomen. ING had structureel te weinig controlepersoneel in dienst en het personeel dat er was had „niet altijd de juiste kennis en ervaring” .

Lees ook: dit achtergrondverhaal over wat er mis was bij ING

Vinkjes zetten

Aan de Haarlemmerweg in Amsterdam wordt in 2016 een tijdelijke afdeling voor cliëntenonderzoek (customer due dilligence) opgericht om een inhaalslag te maken. Een stapel van duizenden mkb-klantdossiers blijkt namelijk niet te voldoen aan de richtlijnen van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). De klanten zijn niet goed gescreend bij binnenkomst en hebben bijvoorbeeld geen risicoclassificatie – laag, normaal, verhoogd of onacceptabel – meegekregen. Dat is wél verplicht volgens de Wwft. Drie van de vier zaken waarop justitie haar strafonderzoek naar ING bouwde betroffen mkb-ondernemingen.

Via detacheerders werft ING voor de tijdelijke afdeling personeel. „Na een korte, hele globale training werden we allemaal in het diepe gegooid”, zegt een van hen. Tussen pc’s en bureaus in blokformatie stond in hun kantoor ook een groot whiteboard, dat een belangrijke rol in het werk speelde. „Er waren targets. Je moest een x-aantal dossiers per dag afronden en je resultaten werden op het whiteboard geschreven. Het was naming and shaming.”

De teamleider werd afgerekend op het aantal gescreende klanten, vertellen de drie oud-werknemers. „Wij dus ook. Je moest zo veel mogelijk screenings per dag afronden en kreeg dus niet echt de tijd om verdachte zaken te vinden. Daarvoor moet je namelijk niet drie maanden aan transacties bekijken, maar jaren. Na een tijdje voelde ik me een aapje. Dingetje invullen, vakjes aanvinken en op naar de volgende.”

Een collega: „Je merkte dat het ging om de cijfers in plaats van kwalitatief goede dossiers afronden. Ik heb wel eens aangegeven dat ik vastliep bij het lezen van een jaarrekening. Daar werd dan niet op ingespeeld, terwijl het voor het maken van een goed risicoprofiel wel belangrijk is.”

Een van de drie vindt het gebrek aan financiële kennis niet noodzakelijk een probleem, omdat er bijvoorbeeld ook naar juridische aspecten zoals de rechtsvorm en aandeelhoudersstructuur moet worden gekeken. Maar dan moet de training vooraf wel grondig zijn en dat was bij de uitzendkrachten niet zo. „Wat ook niet hielp was dat de leidinggevende niet de kennis had om inhoudelijke vragen te beantwoorden. Hij was er louter voor de aantallen.”

Dat wil niet zeggen dat er aan de Haarlemmerweg nooit verdachte klanten en transacties naar boven kwamen. „Een keer was een witwascasus zo overduidelijk dat zelfs ik het doorhad”, vertelt een van de oud-medewerkers. „Ik vond het spannend. Na de melding bij mijn leidinggevende heb ik toen gevolgd wat er met die klant gebeurde, maar maanden later was die nog steeds gewoon klant.” Een collega heeft een soortgelijke ervaring. „Ze zeggen dan: ‘we gaan escaleren’. Daarna hoorden we nooit meer iets.”

Lees ook wat een compliance officer moet kunnen: Wie durft het 'monster' van compliance te bemannen?

Volgens de derde compliance-medewerker was dat typisch voor de organisatie. „Zo werkt het bij een grote, logge bank als ING: het gaat over zo veel schijven dat niemand zich echt verantwoordelijk voelt of wil voelen.”

Het is haast letterlijk wat justitie constateerde over de tekortkomingen bij ING. Niemand „voelde zich verantwoordelijk voor en overzag het geheel”, aldus het feitenrelaas.

ING is niet de enige

Het probleem van gebrekkige witwascontroles speelt bij meer Nederlandse banken, zo maakte minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) deze week bekend. Naar aanleiding van de „zeer ernstige” feiten bij ING deed hij navraag bij toezichthouder DNB. Dinsdag publiceerde Hoekstra een brief van DNB waaruit blijkt dat bij „verschillende banken” sprake is van „onvoldoende klantonderzoek en een gebrekkige klantmonitoring”. Sinds 2014 legde DNB banken 17 keer maatregelen op (waarvan 9 boetes) vanwege slechte naleving van de antiwitwaswet.

Naast ING betreft het in ieder geval de Volksbank: de bankinstelling achter onder meer SNS die 100 procent eigendom is van de Nederlandse staat. Kamerlid Henk Nijboer (PvdA) pleitte er na de ING-schikking nog voor dat de staat ING als huisbankier inruilt voor de Volksbank. „Ik vind echt dat het een bank van onbesproken gedrag moet zijn”, zei hij op televisie in Pauw.

Maar uit een weinig opgemerkt tussentijds financieel verslag van de Volksbank van vorig jaar blijkt dat DNB in 2016 een themaonderzoek hield om te zien wat de bank doet om witwassen te voorkomen.

Wat de toezichthouder aantrof was blijkbaar niet best. Ze legde de Volksbank een bestuurlijke boete van 500.000 euro op wegens gebreken bij het monitoren van transacties en het melden van ongebruikelijke transacties.

De Volksbank koos er zelf voor om die te publiceren. Tot voor kort mocht DNB dat niet volgens de wet. Pas vanaf deze zomer mag de toezichthouder opgelegde maatregelen naar buiten brengen, en dan alleen de nieuwe gevallen. Dat weet ook Rabobank. Die weigert antwoord op de vraag of DNB ook daar sancties oplegde. „Rabobank doet geen mededelingen over zaken tussen haar en de toezichthouders.”

De andere grootbank, ABN Amro, antwoordt wel en wijst er op dat zij in 2015 een boete van 625.000 euro kreeg voor tekortschietende controle op de klanten in Dubai. De lokale toezichthouder legde toen een vergelijkbare straf op. Een jaar eerder moest de bank van DNB 100.000 dossiers van rijke particulieren in Nederland doorlichten.

Feit is, volgens de brief van DNB aan Hoekstra, dat Nederlandse banken hun zaken nog steeds niet op orde hebben. Ondanks het extra benadrukken van de regels en opleggen van sancties pakken verschillende financiële instellingen „hun verantwoordelijkheid nog onvoldoende adequaat op”.

Lees ook: dit achtergrondverhaal over of DNB wel hard genoeg ingreep

Compliance-industrie

„Ik ben bij alle grootbanken binnen geweest en heb bij allemaal dit probleem gezien. ING is geen uitzondering”, vertelt Katrien Siewertsz van Reesema. Ze is oprichter van KCP, een bureau met 15 werknemers gericht op integriteitsrisico’s bij klanten van banken, trustkantoren en vastgoedbedrijven. KCP doet projecten waarbij het zélf de managers en oplossing levert. „We willen niet dat onze mensen de procedure moeten volgen die de opdrachtgever heeft bedacht.”

Siewertsz van Reesema is niet verbaasd dat banken hun zaken nog steeds niet op orde hebben, zoals DNB constateert. „Je ziet de banken worstelen met de vraag waar ze de integriteitscontroles moeten onderbrengen. Het zit niet in hun genen. Kredietanalyse bijvoorbeeld wel, daar hebben ze een direct belang om het goed te doen: als de klant niet kredietwaardig blijkt, is de bank zijn geld kwijt.” Voor banken is het volgens Siewertsz van Reesema „tegennatuurlijk” om kritisch te zijn op de integriteit van de klant die geld oplevert. „De risico’s die de klant met zich meebrengt zijn immers vaag, en ze hoeven nooit werkelijkheid te worden.”

Onder invloed van de strengere wet- en regelgeving die sinds de crisis is ingevoerd en de recente aandacht voor witwasfinanciering, groeit ‘de compliance-industrie’ in Nederland als kool. Bij ING bijvoorbeeld groeide tussen 2010 en 2017 het aantal fte voor de controle op klanten en transacties van 150 naar 450.

Toets online KYC (Know Your Customer) in en er verschijnt een waslijst aan vacatures in de financiële sector die er op duidt dat het personeel niet aan te slepen is. De grote advieskantoren zoals PwC en Deloitte zijn tegenwoordig in te huren voor compliance-advies en projecten. Kleinere bureaus met vergelijkbare diensten zoals KCP schieten uit de grond. Grote detacheerders als Legal People en DPA hebben tegenwoordig een goedlopende compliancetak. En uitzenders zoals Randstad leveren volop controlepersoneel aan banken als ABN Amro.

Dat alles betekent overigens niet meteen dat de kwaliteit op orde is. De industrie is jong en vaak worden, net zoals bij de ING-afdeling bij Sloterdijk, onervaren mensen gedetacheerd. „Het gaat om net of niet afgestudeerde mensen, van wie je niet mag verwachten dat ze zelfstandig de juiste inschatting kunnen maken”, constateert Wwft-specialist Joost Tulkens van Regulatory Lab, een jong bedrijf dat software levert om een deel van het cliëntenonderzoek te automatiseren. „Ze begrijpen de transactie niet. Ze krijgen een korte training, maar er is meer voor nodig dan een boekje met het beleid en een checklist van de bank. Je moet een bepaalde ervaring hebben om dit werk te kunnen doen.”

Lees ook: ken uw klant moet de basis zijn van iedere bank

Siewertsz van Reesema van KCP ziet hetzelfde probleem. „Wij waren voor veel banken te duur, zij werken nu met uitzendbureaus.” Ze legt uit dat bij het screenen van klanten veel vervelende administratieve klusjes komen kijken. „Daardoor denk je dat het werk is voor onervaren mensen. Maar alleen een expert herkent wat gebruikelijk is, bij voorbeeld welke omzet past bij welke branch, en wat afwijkt en dus een red flag kan zijn. ”

Dat de zaken niet zomaar zijn opgelost, ook niet door een sloot mensen aan te nemen, constateert ook toezichthouder DNB. Die schreef de minister deze week met betrekking tot ING dat het „ een langdurig en intensief proces” zal zijn om de controles bij de bank „op adequaat niveau te brengen.

Reacties: onderzoek@nrc.nl
    • Hanneke Chin-A-Fo
    • Camil Driessen