De Dubbelde Palmboom wordt verkocht, maar voor hoe veel en aan wie?

Erfgoed De gemeente wil twee historische panden in Delfshaven verkopen. De taxatie van de gemeente gaat uit van een commerciële bieder, zegt Stadsherstel Historisch Rotterdam.

Tot enkele jaren geleden was in De Dubbelde Palmboom een dependence Museum Rotterdam gevestigd. foto M Minderhoud / wikimedia

Hoeveel is de Dubbelde Palmboom eigenlijk waard? En wat moet er met het historische pand gebeuren? Over die vraag is onenigheid ontstaan in de onderhandeling tussen de gemeente Rotterdam en Stadsherstel Historisch Rotterdam over twee panden die de gemeente wil verkopen: de Dubbelde Palmboom, een groot dubbel pakhuis aan de Voorhaven dat stamt uit 1825, en het zakkendragershuisje, gebouwd in 1653. De Dubbelde Palmboom staat leeg sinds 2012 toen museum Rotterdam er vertrok. In het zakkendragershuisje zit een theatergezelschap dat er kleine voorstellingen geeft tegen een anti-kraaktarief. Stadsherstel Historisch Rotterdam wil beide panden kopen.

De directeur van Stadsherstel, Niels van der Vlist, meldde vorige week in een vergadering van de commissie Bouwen en Wonen dat hij de waarde van de beide panden zo’n 20 procent lager taxeert dan de gemeente.

Het is niet duidelijk waardoor het verschil in waardering veroorzaak wordt, zo zei Van der Vlist desgevraagd, omdat hij de taxatierapporten van de gemeente niet heeft kunnen inzien. Mogelijk baseren de taxateurs van de gemeente hun waardering op het bestemmingsplan, waarin staat dat het zakkendragershuisje behalve cultureel pand ook als woning gebruikt kan worden. De Dubbelde Palmboom kan volgens dit bestemmingplan ook gebruikt worden als kantoor voor een maatschappelijke instelling. „Een zorginstelling kan meer huur betalen dan een culturele instelling”, zegt Van der Vlist. „Als je de hoogste huur als uitgangspunt neemt, kom je op een hogere waarde.”

Van der Vlist wil de panden verwerven om de cultuurhistorische waarde ervan voor Rotterdam te behouden en nam dat als uitgangspunt voor de waardebepaling van de panden. In het zakkendragershuisje zou het theatergezelschap kunnen blijven huren – wat weinig opbrengt. In het pakhuis zou horeca kunnen komen, de bovenste etages zouden als expositieruimte dienst kunnen doen. Dat levert echter geen hoog rendement op.

De monumenten staan langs de kade van een van de eerste havens van Rotterdam, die oorspronkelijk bij Delft hoorde maar later door Rotterdam geannexeerd werd. Het zakkendragershuisje staat er vlakbij en herinnert aan de tijd dat zakkendragers de lading van de binnenvarende schepen aan wal droegen, om in de pakhuizen op te slaan.

Een van de bezwaren die Van der Vlist heeft tegen verkoop aan een commerciële bieder die wel een hogere prijs kan betalen is dat de panden dan niet meer toegankelijk zijn voor publiek, en „het verhaal van de stad niet meer verteld kan worden”.

Restaureren

Ander argument is dat een gewone vastgoedonderneming volgens hem minder thuis is in het restaureren van monumentale panden. Het gaat volgens hem nog wel eens mis met de inschatting van de restauratiekosten en verbouwingsmogelijkheden. In de Dubbelde Palmboom bijvoorbeeld is het volgens hem moeilijk om woningen te maken. Het gebouw telt zes verdiepingen, voor meer dan de helft met een plafond ter hoogte van 2,10 meter. Dat is te laag voor een woning. Bovendien gelden voor rijksmonumenten regels waardoor je niet alles kunt verbouwen.

Daarbij is het pand zo’n 30 meter diep en zitten er aan de zijkanten geen ramen waardoor het in het midden donker is.

In het zakkendragershuisje is het wel mogelijk om te wonen. Dat is 115 vierkante meter groot en heeft een keuken. Een badkamer moet er nog in. De wethouder die erover gaat, Bas Kurvers (vastgoed, VVD) neemt over twee maanden een besluit.

    • Lucette Mascini