Carte blanche voor een #MeToo-man in je blad?

Twistgesprek Hoe gaan we om met mannen die door #MeToo zijn geveld, vraagt zich af. Geef ze geen carte blanche in je blad, stelt . Een twistgesprek per e-mail over het omstreden Ghomeshi-essay, onder leiding van .

Ian Buruma stapte vorige week op als hoofdredacteur van The New York Review of Books. Kort ervoor had hij een essay gepubliceerd van de gevallen dj Jian Ghomeshi, een relaas over diens ervaringen als ‘MeToo-pionier’: „Vele mannen worden nu meer gehaat dan ik. Maar ik was de man die het eerst door iedereen werd gehaat.” Meer dan twintig vrouwen hadden hem in 2014/2015 beschuldigd van slaan, bijten, verstikken en verbaal geweld tijdens seks. Hoewel de dj van de meeste aanklachten werd vrijgesproken, verzweeg hij in zijn stuk een schikking en de excuses die hij destijds van de rechter moest maken. Ghomeshi zet de feiten naar zijn hand en doet alsof hij slachtoffer is, luidt de kritiek. In Slate verdedigde Buruma de publicatie: „Ik ben geen rechter in wat wel en niet klopt van elke aantijging.” Met Ghomeshi wilde hij debat over trial by social media en de keerzijde van #MeToo. „Maar nu sta ik zelf aan de schandpaal”, merkte hij in Vrij Nederland op. Als reden voor zijn vertrek noemde hij de „intimidatie op sociale media” en een dreigende advertentieboycot.

Econoom Heleen Mees (HM), zelf ooit onderwerp van controverse, reageert op de stelling: ‘MeToo is niet boven kritiek verheven. Goed dat Buruma die discussie wilde aanzwengelen. Hij had niet weg gemoeten.’ Daarover discussieert ze met journalist Fréderike Geerdink (FG), die twitterde over Buruma’s „journalistieke blunder”.

HM: „Het is niet de eerste keer dat #MeToo een onschuldig slachtoffer eist. Wrang dat Buruma het veld moest ruimen terwijl hij een belangrijke discussie wilde aanzwengelen: hoe gaan we om met de mannen die door de hashtag MeToo zijn geveld?”

FG: „Dat hij een belangrijke kwestie aanzwengelde, staat buiten kijf. Maar ik denk niet dat het MeToo is dat hier een onschuldig slachtoffer eist. Hij heeft geblunderd door het onderwerp te agenderen met een a-kritisch stuk, geschreven door een beschuldigde.”

HM: „Beschuldigd, schuldig – dat is niet hetzelfde. Opvallend dat uitgerekend progressieve denkers dat uit het oog verliezen bij #MeToo. Vrouwen moeten op hun woord geloofd worden. Ik vind het stuk van Ghomeshi ongelukkig maar hoofdredacteuren moeten fouten mogen maken, risico’s durven nemen.”

FG: „Dat ‘beschuldigd’ en ‘schuldig’ fundamenteel van elkaar verschillen, is mij bekend. Ik koos het woord daarom zorgvuldig. Het gaat niet om wat Ghomeshi schreef, maar om het feit dat Buruma hem zonder tegenspraak en feitencheck een podium gaf. Een kapitale fout voor de hoofdredacteur van zo’n gerenommeerd blad.”

HM: „Hoofdredacteuren van gerenommeerde bladen mogen ook fouten maken. Denk aan de verslaggeving in deze krant na het overlijden van Antonie Kamerling. En zo zijn er meer voorbeelden. Maar alleen als #MeToo ervoor staat kost dat iemand zijn kop.”

FG: „Tuurlijk mogen ze dat. Maar Kamerling staat in geen verhouding tot Buruma’s fout. MeToo gaat over geïnstitutionaliseerd machtsmisbruik en uit zijn keuze blijkt dat hij zich dat niet realiseert. Onbegrijpelijk, na alles wat erover geschreven en gezegd is.”

HM: „Ik kan andere fouten opnoemen die de hoofdredacteur dezes de kop ook niet hebben gekost. De verbetenheid van de MeToo-beweging is adembenemend. Elke vorm van seksuele overschrijding heet verkrachting, alle slachtoffers zijn survivors. Ik zou dat woord alleen gebruiken voor mensen die oog in oog stonden met de dood, niet voor vrouwen die in hun billen zijn geknepen.”

FG: „Algemeen geldt: als de journalistieke kwaliteit van een blad niet goed is bewaakt, stapt de hoofdredactie op, zeker als de ultieme taak van journalisten – waarheidsvinding – op het spel staat.”

HM: „Het was geen reportage, maar Ghomeshi’s relaas over zijn leven na de beschuldigingen. Als hij een goed, oprecht schrijver was geweest, had dat een indringend betoog opgeleverd. En debat over de vraag of shaming wel menselijk is – wat Ian voor ogen stond.”

FG: „Precies, het was geen reportage, terwijl het thema dat wel behoefde. Daar zit ‘m de kneep. Fijn dat we daar uit zijn. Ik ben benieuwd hoe Buruma’s gedachten zich ondertussen ontwikkelen.”

HM: „Dat ‘we’ daar uit zijn? NY Books is bedoeld voor discussie en reflectie, niet voor onderzoeksjournalistiek. Debat over shaming is hoognodig. Maar nu #MeToo Buruma de kop kostte, zal geen hoofdredacteur zich daar nog aan branden. Gefeliciteerd!”

FG: „Onderzoeksjournalistiek hoeft niet, een verhaal dat ook recht doet aan ervaringen van vrouwen wel. En ja, debat over shaming is nodig. Een hoofdredacteur met lef en diepgaand begrip van de MeToo-dynamiek, durft het nog wel aan. Een vrouw misschien.”

HM: „Met ‘diepgaand begrip’ monopoliseer je dit debat. Zie het witte-onschuld-debat. Daar mag je alleen aan deelnemen als je de standpunten van de agenderende groep deelt. Hoe benauwend.”

FG: „Over #MeToo bestaan nog geen vastgeroeste standpunten: veroordeling van machtige mannen via social media, op deze schaal, is nieuw. Dat maakt uitwisseling van standpunten hier interessant en belangrijk. Met als basiswaarheid: het gaat om macht. Macht van doorgaans witte mannen én macht van social media.”

HM: „Daar vinden we elkaar. Daarom is Buruma’s vertrek zo jammer. De brievenrubriek is het smeuïgste, zo niet interessantste deel van NY Books. Ik zou me erop hebben verheugd hoe briefschrijfsters Ian Buruma de oren hadden gewassen en hoe hij zich in een essay had moeten verdedigen. Die discussie is nodig.”

FG: „Die brieven kunnen nog steeds komen natuurlijk, zowel over de MeToo-dynamiek bij beschuldigde mannen als over de journalistiek. Laat maar komen, interessant inderdaad! Ik hoop wel dat mensen de MeToo-beweging niet onrealistisch gaan framen. Jouw opmerking ‘elke vorm van overschrijding heet verkrachting’ bijvoorbeeld, helpt niet voor een discussie op niveau.”

HM: „In Amerika gaat het helaas wel zo. Maar MeToo laat goed zien dat mannen met heel veel weg konden komen omdat vrouwen zich niet durfden uit te spreken. Dat is het wrange. Vrouwen wordt vaak geadviseerd hun mond te houden omdat ze anders bezoedeld raken. Het is winst dat vrouwen zich nu wél uitspreken.”

    • Steven de Jong