Bekijk Rubens eens met andere ogen

Tentoonstelling Iedereen kijkt anders. Met een schilder, een psychiater en een modeontwerpster langs de olieverfschetsen van Rubens in Boijmans in Rotterdam.

Schilder Urban Larsson: ‘Rubens is de meest virtuoze schilder van huid in de geschiedenis’

De Zweedse, in Nederland wonende schilder Urban Larsson is geschoold in de klassieke traditie die terugleidt naar de tijd van Rubens (1577-1640). Op De blindmaking van Simson komt uit de donkere achtergrond een man opdoemen; met een ingewikkelde draai in zijn torso lijkt hij uit het doek te willen losbreken. „Hier zie je meteen de invloed van de Italianen”, zegt Larsson. „Wat Michelangelo deed in marmer doet Rubens op doek. Alsof in het materiaal de mens zich verborgen hield.” Rubens verbleef van 1600 tot 1608 in een dubbelrol van schilder en diplomaat in Florence en Rome, en werd daar gegrepen door de Italiaanse meesterwerken. Terug in Vlaanderen rees zijn ster in rap tempo en produceerde hij schilderijen en altaarstukken in grote hoeveelheden, gretig afgenomen door kerk en adel. Als voorloper van de conceptuele kunst, waarin het idee voorgaat op de uitwerking, maakte Rubens zijn werk niet alleen. Een deel ervan liet hij uitvoeren door de talentvolle leerlingen die werden opgeleid in zijn atelier. Het ontwerp dacht hij wel altijd zelf uit, in de schetsen die op deze tentoonstelling te zien zijn.

Op De ontmaskering van Achilles te midden van de dochters van Lycomedes is een vrouw op de rug te zien. Haar huid is ruw met loodwitte verf bestreken en toch lijkt het wel alsof haar poriën te zien zijn. Een stap naar achteren. Ook zo klopt het, haar huid geeft bijna licht. „Rubens is de meest virtuoze schilder van huid in de geschiedenis. Door te werken met transparante schaduwen verandert hij verf in vlees.” „Over Lucian Freud wordt dat ook gezegd, bij hem zie ik alleen maar verf.”

Samen met het Prado maakte Museum Boijmans een tentoonstelling over de olieverfschetsen van Rubens. Lees ook: Rubens schetsen van olieverf tonen de hand van de meester zelf

Rubens kon de huid tot leven laten komen, maar voor andere onderdelen op zijn doeken vroeg hij vaak specialisten: Antoon van Dyck voor portretten, Frans Snyders voor stillevens, Jan Brueghel was de dierenspecialist. Rubens leidde schilders op, maar hij bleef ook zelf zijn leven lang leren. „Op zijn vijftigste maakte hij nog kopieën van het werk van Titiaan. En nadat een van zijn beste leerlingen, Van Dyck, in Italië was geweest, leerde Rubens van hem zijn portretten te verbeteren.” Hij leerde zowel van de oude meesters als van hen die de vernieuwing voorstonden. Iets waar we nu nog iets van kunnen opsteken, volgens Larsson. „Moderne kunstenaars willen zich graag losknippen uit de tijd, ze willen iets maken uit het niets. Een naïeve gedachte. Er is continu invloed van anderen en die mogen we koesteren.”

Voor Hoofd van een jongen haalt Larsson een spiegeltje uit zijn zak. „Omdat ons oog zo getraind is om te zien wat het denkt te zien, is het via een spiegel gemakkelijker om met fresh eyes te kijken.” Via de spiegel kijkt hij in de ogen van de jongen. „Portretten kon Rubens toch beter aan Van Dyck overlaten. Met zo’n rond oog en die scherpe lijn in de iris, lijkt de jongen meer op een pop dan een mens. Dat zou Van Dyck nóóit doen.”

Psychiater Dirk De Wachter: ‘Zelfverzekerde toets toont de geniale schilder’

Waar Larsson via de verflagen liet zien wat Rubens in huis had, probeert de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter onder de oppervlakte van de meesterwerken te komen om te kijken of onze menselijkheid daarin te herkennen is. „Het plezante is: we hoeven daarvoor bij Rubens de verf niet van het doek te krabben, want we hebben hier de oorspronkelijke olieverfschetsen. Daarin toont hij ons zijn onderbewuste, zijn ware zelf. In de zelfverzekerdheid van zijn toets zien we een flamboyante man, een geniale schilder.”

Voor De verwelkoming van Psyche op de Olympus staat hij stil. „Ik heb ooit zelf geschilderd, en kan u verzekeren dat dit onmenselijk is. In één gebaar zet Rubens het hele volume van zo’n lijf op, meteen raak.” De Wachter loopt terug naar een schilderij waarop Achilles als baby te zien is. Zijn moeder dompelt hem aan zijn linkerhiel onder in het water. Zijn zwakke plek, het enige punt waar hij gedood kan worden. „Let goed op.” Op een ander doek is te zien dat Achilles’ rechterhiel wordt doorboord. De Wachter verkneukelt zich: „Voilà, dat is fout. Psychiaters zijn altijd geïnteresseerd in de fouten. Daarin toont zich de imperfectie en de menselijkheid. Rubens was in al zijn genialiteit gelukkig dus ook een mens.”

Er wordt op Rubens doeken veel gehuild, gejammerd en anderszins geleden. Hoe kijken we nu aan tegen het uiten van pijn? De Wachter: „We delen onze emoties niet meer in intieme kring, dat lijkt te kwetsbaar, maar gooien ze er paradoxaal genoeg wel uit op social media. Misschien was het in de tijd van Rubens ook taboe om gevoelens te delen met vrienden en familie, en werden die via de kunst gesublimeerd. Mensen gingen naar de kerk om te bidden en de lijdende mensen op de altaarstukken te aanschouwen, zodat ze via de schilderingen hun emoties konden ontladen. Psychiaters hebben die rol van de kerk overgenomen, daar komen mensen nu om te biechten.”

Hij wijst op Hoofd van een man met een baard. „Hoe hij kijkt, dat is een blik vol betekenis. Rubens schildert hier een psychologie. De precieze betekenis van zijn uitdrukking is in de geschiedenis verdwenen, maar we kunnen er wel naar gissen. De mens verandert niet.” Rubens laat je geloven dat je oog in oog staat met een echt mens, en op mij komt hij onheilspellend over. De Wachter grinnikt: „Dit is #MeToo avant la lettre, als een man zo naar u kijkt, dan moet u wegwezen.”

Modeontwerpster Marga Weimans: ‘Sierlijke vervlechting van ledematen’

Op de tentoonstelling hangt één tapijt en daar valt het oog van modeontwerpster Marga Weimans direct op. Op het tapijt staan mensen in gewaden, flets van ouderdom. Het enorme kleed oogt grof, het mist de gelaagdheid van Rubens schaduwspel in verf. Weimans knipt het in haar hoofd op in onderdelen. „De plooien in de stof zijn als abstracties prachtig. En die sierlijke vervlechting van ledematen, daar zie je hoe goed hij is.”

Als ze ziet dat het kleed rond 1630 is gemaakt, denkt ze hardop: „Wat gebeurde er toen met mijn Surinaamse voorouders? Je ziet hier de gegoede klasse afgebeeld, behangen met dure stoffen, dan is de link snel gelegd met de slavernij. Onschuldig kijken lukt niet meer.”

Lees ook dit interview met de curatoren van ‘Pure Rubens’: ‘Rubens kon alles aan, hij was een Superman’

„Hier is Rubens eerder een ‘designer in opdracht’ dan een kunstenaar”, zegt ze bij Zegewagen van Kallo. Twee rollen die Weimans zelf ook afwisselt. „Als ik alleen ben, kom ik heel dicht bij mezelf. Wat Rubens maakt in opdracht lijkt minder gericht op het vinden van een eigen taal en daardoor houdt het me toch op afstand.”

Haar interesse in zijn werk lijkt daarmee enigszins bekoeld, tot ze bij De apotheose van Jacob I en zes andere ontwerpen voor het plafond van Banqueting House aankomt. „Hier zie je hem met zijn penseel zoeken op het doek. Een rijke en tegelijkertijd gevoelige streek.” Hoe minder barokke details hij schildert, hoe meer je van Rubens te zien krijgt: de gedraaide lichamen, de fladderende gewaden.

Bij Hoofd van een man met baard staat Weimans lang stil, net zo ademloos als De Wachter. Maar zij voelt niet de neiging om de geportretteerde man op afstand te houden, ze wil hem juist naderen. „Dit is een echte man. Hier heeft Rubens iemand geschilderd zoals hij is. Hij kijkt je aan, je gaat er meteen iets bij voelen. Van hem wil ik meer weten. Een prachtig spel met licht en donker. En dan de tederheid van die lichte lijn er omheen. Een meteoriet in deze tentoonstelling. Boem, een mens.”

Pure Rubens, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, t/m 13 januari. Inl: boijmans.nl
    • Robin van den Maagdenberg