‘Automobilist let van elke kilometer 100 meter niet op’

Dat zei Frits van Bruggen, directeur van de ANWB, bij de aftrap van de verkeersveiligheidscampagne MONO.

Foto via iStock

De aanleiding

Van elke kilometer die een automobilist rijdt, is hij gemiddeld honderd meter met andere dingen bezig, zei Frits van Bruggen, directeur van de ANWB deze maand bij de aftrap van de verkeersveiligheidscampagne MONO. Die campagne moet automobilisten, fietsers en voetgangers bewuster maken van de risico’s van bellen of appen in het verkeer.

Van Bruggen deed zijn uitspraak tegenover het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag, waar verantwoordelijk minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) de aftrap gaf voor de campagne. De minister zette daar de toon: „Vroeger dacht je bij slingerende auto’s aan dronken bestuurders. Nu weet je dat iemand bezig is met zijn mobieltje. We denken dat we kunnen multitasken, maar we kunnen het niet.”

Volgens Van Nieuwenhuizen leest een op de vier mensen wel eens berichten tijdens het rijden. Een op de vijf stuurt een berichtje terug. Het risico op een ongeluk is dan zes keer zo groot.

Van Bruggens uitspraak zou zelfs betekenen dat 10 procent van alle aandacht niet op de weg gericht is. We controleren de uitspraak dat een automobilist per kilometer op de weg gemiddeld honderd meter bezig is met andere zaken dan het verkeer.

Waar is het op gebaseerd?

Een woordvoerder van Van Bruggen verwees voor de onderbouwing van diens uitspraak naar onderzoek van het SWOV, het wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek.

En, klopt het?

Uit eerder onderzoek van het SWOV bleek al dat het gebruik van de mobiele telefoon tijdens het rijden nadelige effecten heeft op het rijgedrag van automobilisten. Uit een omvangrijk Amerikaans onderzoek was eerder ook al gebleken dat het voeren van een gesprek via een handheld-telefoon de kans op een ongeval verdubbelt.

Bij recent Europees onderzoek werd het gedrag van automobilisten nauwkeurig vastgelegd met videobeelden, het project UP-Drive. Zo werden twee jaar lang in diverse Europese landen, waaronder Nederland, data verzameld van auto’s, vrachtwagens en gemotoriseerde tweewielers. UP-Drive analyseerde zo het risico op afleiding, de interactie met fietsers en voetgangers, en het risicogedrag van die weggebruikers.

De conclusies logen er niet om: Europese automobilisten besteden 10 procent van de rijtijd aan afleidende activiteiten, 4 procent daarvan aan het tikken van berichten of bellen, vooral als de auto stilstond of in de file stond. Bij vrachtwagenchauffeurs was het nog dramatischer: zij bleken bijna 20 procent van de rijtijd bezig te zijn met afleidende handelingen, veelal eten en telefoongebruik.

Die onderzoeken onderschrijven de noodzaak van de publiekscampagne MONO. Maar er is niet onderzocht of er daadwerkelijk honderd meter per gereden kilometer op de weg besteed wordt aan andere activiteiten dan alert zijn op het verkeer. Dat is volgens een SWOV-woordvoerder ook niet af te leiden uit de UP-Drive-conclusie dat automobilisten gemiddeld 10 procent van de rijtijd aan andere, afleidende activiteiten besteden. „Want dat is inclusief de tijd dat een automobilist stilstaat, bijvoorbeeld in de file.”

Conclusie

Hoewel Van Bruggen met zijn uitspraak dicht tegen de SWOV-conclusie aanschuurt dat een automobilist 10 procent van zijn reistijd is afgeleid, is dat percentage niet één op één te herleiden tot het aantal meters per kilometer dat die automobilist is afgeleid. We beoordelen zijn stelling als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt

    • Jos Verlaan