Al eeuwenlang vrezen we dat Nederland te vol wordt

Overbevolking

Wanneer is het maximum aantal inwoners van een stad of land bereikt? Angst voor overbevolking is van alle tijden, de reden varieert.

Al sinds Machiavelli spreken we over de gevaren van overbevolking. Hierboven: acht mannen die waarschuwden voor bevolkingsgroei. Gif Fokke Gerritsma/NRC. Ander beeld: ANP, Flickr by CC, EPA en Robin Utrecht.

Het spook van de overbevolking is terug. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vorige week, toonden diverse politici zich bezorgd over een demografische prognose waarin voor Nederland een mogelijk inwoneraantal van twintig miljoen mensen in 2060 wordt voorspeld. CDA-leider Buma vroeg zich af waar al die mensen moesten wonen en werken, en waar ze hun energie vandaan zouden halen. VVD-fractievoorzitter Dijkhoff wilde vooral weten wat deze groei, die wordt veroorzaakt door immigratie, betekent voor „onze normen en waarden”.

Deze vragen zijn exemplarisch voor de twee grootste zorgen die al eeuwenlang gepaard gaan met bevolkingsgroei: zijn er niet te veel mensen om op een fatsoenlijke wijze in leven te kunnen houden, en zijn er niet te veel ‘vreemde’ mensen?

Straffen

Dat bevolkingsgroei een probleem kon zijn, was lang ondenkbaar. In Genesis heet het immers: gaat heen en vermenigvuldigt u. Het was de bedoeling van God dat de mens de hele aarde zou bevolken. De Schepper moest daarbij niets hebben van demografie. Als Satan koning David verleidt tot het houden van een volkstelling in Israël en Juda, is God daarover zo boos dat hij David laat kiezen uit drie straffen: drie jaar hongersnood, drie maanden oorlog, of drie dagen een pest gezonden door de Heer. De Joodse koning koos voor de pestepidemie in de hoop dat zijn Heer zich genadig zou opstellen, maar dat viel tegen. In drie dagen overleden er door ziekte 70.000 mensen.

Koning David: „Volkstelling wordt bestraft door God”

De boodschap van dit verhaal – God wil dat de mensheid onbekommerd kan groeien, zonder dat heersers grip op de omvang van de bevolking proberen te krijgen – was lange tijd vanzelfsprekend in de Christelijke wereld. Ook om andere dan theologische redenen: hoe meer onderdanen, hoe meer mensen er waren om het land te bewerken en hoe meer mannen er in het leger konden dienen.

Vanaf de Renaissance werd er dieper nagedacht over het fenomeen bevolkingsgroei. Niccolò Machiavelli signaleerde als een van de eersten dat een staat ook te veel inwoners kan hebben. De natuur had daar een oplossing voor, aldus de Florentijnse filosoof: overstromingen, ziektes en hongersnood. Die zouden de wereld „zuiveren” als „alle staten propvol mensen zijn, die niet kunnen uitwijken naar een ander gebied”.

Plato:

Hier klinkt een echo van Plato, die in zijn Wetten stelt dat het ideale aantal burgers voor een stadstaat 5.040 is. Als er te weinig mensen zijn, kan de filosoof-koning die over zo’n staat heerst premies uitloven voor het krijgen van kinderen. Als er te veel zijn, dan zullen er kolonies gesticht moeten worden. Anders zullen oorlog en ziektes het bevolkingsaantal weer in balans brengen.

Machthebbers hadden lange tijd nauwelijks een idee hoeveel mensen er in hun land woonden. Reguliere volkstellingen – die door de Romeinen nog regelmatig werden gehouden – waren er niet. Aan de hand van doop- en sterfteregisters kon wel een gok worden gedaan, maar heel precies was dat niet. Zo berekende de Nederlandse wetenschapper Anthoni van Leeuwenhoek (1632-1723) dat de wereldbevolking in zijn tijd „niet groter kon zijn dan 13,4 miljard” mensen. Hij had dit aantal vastgesteld door het aantal mensen dat woonde op het Nederlandse grondgebied te extrapoleren naar wat hij dacht dat het totale aardoppervlak was. Hoewel zijn bewering feitelijk juist was, zat hij er ver naast met zijn schatting. Rond 1600 woonden er zo’n 500 miljoen mensen op aarde. Nederland was ook in de zeventiende eeuw al bovengemiddeld druk bevolkt.

Evenwicht

Het thema van de natuur die een einde maakt aan bevolkingsgroei, kent zijn bekendste vertolker in de persoon van de Engelse dominee Thomas Malthus (1766-1834). Getroffen door het lot van de armen in zijn land, schreef hij een aantal essays over het bevolkingsvraagstuk. Malthus beweerde dat de bevolking groeit op exponentiële wijze, terwijl de voedselproductie slechts lineair toeneemt. Volgens Malthus herstelt de natuur het evenwicht door middel van wat hij ‘positive checks’ noemt: oorlogen, ziektes en hongersnood. Opvallend: dit zijn precies de straffen die God aan David voorstelt als hij de euvele moed heeft zijn volk te tellen.

Thomas Malthus: „Later trouwen en minder kinderen krijgen”

De oplossing die Malthus voor het door hem geconstateerde probleem aandroeg, was opmerkelijk voor een christelijk geestelijke. Hij bepleitte ‘preventive checks’, die eruit bestonden dat mensen later moesten trouwen en minder kinderen moesten krijgen. Dit was, volgens de dominee, het moreel juiste om te doen.

Malthus’ ideeën waren meteen invloedrijk. Charles Darwin liet zich door de voorspelde strijd om schaarse grondstoffen inspireren toen hij zijn theorie ontwikkelde van natuurlijke selectie door de survival of the fittest. Kritiek was er ook, onder meer van Karl Marx. Die meende dat de ellende van het gewone volk niet het gevolg was van natuurlijke schaarste, maar van het uitbuitende karakter van het kapitalistische systeem.

In de loop van de tijd bleek bovendien dat Malthus ernaast had gezeten met zijn apocalyptische voorspelling. Technologische ontwikkelingen in de landbouw hebben ervoor gezorgd dat de voedselproductie de bevolkingsgroei redelijk goed heeft kunnen bijhouden, al laat de distributie van het eten over de wereldbevolking nog wel te wensen over.

Malthusiaanse angsten zijn echter nooit verdwenen. Zo zei premier Willem Drees in zijn Nieuwjaarstoespraak van 1950: „Ondanks onze grote bevolkingsdichtheid zijn wij er tot nu toe in geslaagd een ruime werkgelegenheid te handhaven en een redelijke voedselvoorziening te waarborgen, maar die taak wordt verlicht, wanneer een deel van ons volk zoals het ook deed in vroeger eeuwen, het aandurft de toekomst te zoeken in groter gebieden, waar op de duur ook een ruimer armslag te vinden zal zijn.” Koningin Juliana liet in 1952 bij een bezoek aan Canada weten dat „emigratie tezamen met industrialisatie een middel is om het hoofd te bieden aan de overbevolking”.

Angst over de voedselvoorziening stak ook de kop weer op toen in 2007 en 2008 de voedselprijzen enorm omhoog gingen. Zo was de prijs van rijst in twee jaar meer dan verdubbeld. Veel media vroegen zich bezorgd af of Malthus alsnog gelijk ging krijgen.

Al Gore:. Ander beeld: ANP, Flickr by CC, EPA en Robin Utrecht.

Sinds de verschijning van het rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome uit 1972 is de nadruk van de meeste doemdenkers komen te liggen op de gevolgen van de groei van de wereldbevolking voor de leefomgeving. De Amerikaanse vice-president en milieu-activist Al Gore stelde dat de mensheid zich door een „faustian bargain” met fossiele brandstoffen heeft weten te onttrekken aan Malthus’ voorspellingen. De rekening voor deze deal met de duivel krijgen we nu alsnog gepresenteerd in de vorm van een onleefbare wereld.

Migratie

Zolang de mensheid bestaat, zijn er avonturiers geweest, die, om met vadertje Drees te spreken, het aandurfden hun toekomst te zoeken in groter gebieden. En net zoals migratie van alle tijden is, is het geklaag daarover dat ook. Zo lezen we al in Mesopotamisch spijkerschrift en Egyptische hiërogliefen over de slechte invloed die nieuwkomers hadden op de maatschappij.

Willem Drees: „Zoek de toekomst in groter gebieden”. Ander beeld: ANP, Flickr by CC, EPA en Robin Utrecht.

Helemaal onterecht was deze bezorgdheid lang niet altijd: zo werden de Babyloniërs geknecht door de Amorieten (19e eeuw voor Christus) die vanuit de woestijn naar het tweestromenland van Eufraat en Tigris migreerden. En de Egyptenaren werden na de ineenstorting van het Nieuwe Rijk in 1070 eeuwenlang overheerst door de Libische minderheid in hun midden. Van recenter datum zijn de ongelukkige ervaringen met grootscheepse migratie die de oorspronkelijke bewoners van Amerika en Australië hebben opgedaan.

Nederland heeft, sinds het eind zestiende eeuw als zelfstandige natie ontstond, te maken gehad met verschillende migratiegolven. In de zeventiende – ‘Gouden’ – eeuw gingen werkgevers actief op zoek naar arbeiders die de groeiende economie van de benodigde handen konden voorzien. Zo verzesvoudigde de bevolking van Leiden in vijf decennia door de import van textielwerkers uit de zuidelijke Nederlanden en het noorden van Frankrijk.

Al deze nieuwkomers werden zonder veel moeite geïntegreerd, mede omdat ze hetzelfde geloof aanhingen als de machthebbers in de Republiek. Ze werden overigens wel generaties lang buiten het lands- en stadsbestuur gelaten, hoe succesvol ze zakelijk ook waren. Alleen nieuwkomers die er echt anders uitzagen, zoals de Joodse immigranten in Amsterdam, kregen te maken met discriminatie en uitsluiting.

Nadat de immigratie door de traag verlopende industrialisatie een tijd op een laag pitje had gestaan, gingen Nederlandse werkgevers in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw opnieuw in het buitenland op zoek naar goedkope arbeidskrachten. Die vonden ze deze keer in Marokko en Turkije. Toen het economisch minder goed ging, keerden deze mannen niet terug naar hun geboorteland, zoals was verwacht. Ze deden een beroep op sociale voorzieningen én lieten hun vrouw en kinderen overkomen.

Thierry Baudet: „Massa-immigratie vanuit Afrika”

Dit ‘gastarbeiderstrauma’, zoals migratiehistoricus Leo Lucassen het noemt, bepaalt tot op de dag van vandaag voor een belangrijk deel de Nederlandse houding ten opzichte van nieuwkomers. Meer recent is daar het ongenoegen over de aanwezigheid van de islam bijgekomen, zoals dat door Geert Wilders wordt vertolkt. Thierry Baudet, voorman van het Forum voor Democratie, sprak vorig jaar over „de homeopathische verdunning van de Nederlandse bevolking” als gevolg van „massa-immigratie” uit Afrika.

Stukje aarde

In het Kamerdebat van afgelopen week kwamen de hierboven beschreven eeuwenoude angsten over overbevolking samen: met hoeveel mensen kunnen we leven op ons kleine stukje aarde, en met welke mensen willen we dat doen? Hoe houden we het in Nederland letterlijk en figuurlijk leefbaar? Premier Rutte heeft een studie aangekondigd die op deze vragen een antwoord moet geven.

Bronnen: Alison Bashford en Joyce E. Chaplin: The New World of Thomas Robert Malthus (2016); Clare Holdsworth: Population and Society (2013); Jan en Leo Lucassen: Vijf eeuwen migratie (2018); Robert Mayhew: Malthus: The Life and Legacies of an Untimely Prophet. (2014)

    • Bart Funnekotter