Verhuizen naar België: ‘Bijna nergens zijn er buurlanden die meer van elkaar verschillen’

België/Nederland Van Nederland naar Vlaanderen verhuizen, of andersom, kan niet ingewikkeld zijn – we spreken toch dezelfde taal? Niet dus, blijkt uit het boek van ervaringsdeskundige Mick Matthys.

Beeld uit het boek Ugly Belgian Houses. Foto Kevin Faingnaert

Stel, je gaat naar een toneelvoorstelling waarin een bekende speelt. Na afloop spreek je elkaar. Wat zeg je? A) Wat je van de voorstelling vond; B) Je stelt een vraag over de voorstelling; C) Je hebt het over iets anders.

Tweede gedachte-oefening: stel, je bent een Nederlander in België en je gaat naar die toneelvoorstelling met een bekende. Wat zeg je na afloop?

Ik ging voor optie A. Sinds anderhalf jaar woon ik in Brussel als correspondent voor NRC. Ik werkte hard aan mijn integratie. Ik werd vrienden met mensen van verschillende nationaliteiten, juichte mee met de Rode Duivels, bezocht de Gentse Feesten en ging, zoals onlangs, naar voorstellingen. En ik zei na afloop dus wat ik van de voorstelling vond.

Een ongemakkelijke stilte volgde. Sindsdien vraag ik me af: heb ik iets fout gedaan?

Voor Nederlanders in Vlaanderen en Vlamingen in Nederland lijkt integreren makkelijker dan voor de gemiddelde migrant: je blijft dicht bij huis, hoeft geen vreemde taal te leren en je hebt al een beeld van het land. Maar in werkelijkheid zijn de verschillen groot, zegt Belg in Nederland Mick Matthys (1945), gepensioneerd universitair docent sociale pedagogiek. Voor zijn nieuwe boek Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen putte hij uit zijn eigen ervaringen en die van zestig andere naar het buurland geëmigreerde Nederlanders en Vlamingen. Het antwoord van Matthys, in zijn huis in Maarssen: ja, waarschijnlijk heb je iets fout gedaan.

Vooroordelen

Bijna nergens zijn er buurlanden die meer van elkaar verschillen, schreef sociaal psycholoog Geert Hofstede al eens over België en Nederland. Matthys constateerde bij het schrijven van zijn boek dat we veel vooroordelen over elkaar hebben. Nederlanders zijn eigenlijk niet gieriger dan Belgen – ze praten alleen graag over geld –, Belgen zijn veel minder gezagsgetrouw dan Nederlanders – ze hebben alleen subtielere manieren om dat gezag te ontwijken. En een ‘gidsland’ is Nederland lang niet altijd meer – veel Nederlanders reizen bijvoorbeeld af naar België om wachtlijsten in de zorg te omzeilen.

Lees ook het interview met NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch: ‘Ik ben Belg en ja, ik wil Nederlander worden’

Sommige clichés zijn wél waar, merkte Matthys. Hij werd geboren in het Oost-Vlaamse Maldegem, hij verhuisde ruim veertig jaar geleden naar Utrecht. Zijn Vlaamse tongval is hij inmiddels kwijt. Deels bewust: die was voor sommigen aanleiding om flauwe Belgenmoppen tegen hem te maken. Soms trokken onbekenden de deur van zijn auto, toen nog met Belgisch nummerbord, open om ze te vertellen. „Dan gruwde ik van ellende. Waarom zou je zoiets doen?”

Het was niet de enige cultuurshock. „Op mijn eerste dag aan de Universiteit Utrecht werd ik voorgesteld aan de hoogleraar. Dat je je moest voorstellen was op zich al heel Nederlands, maar ik moest de hoogleraar ook Otto noemen, en jij en je zeggen.” Het verloop van zijn lessen was voor hem al even bevreemdend: „Studenten lazen de teksten niet, maar hadden er wel een mening over. Ze zeiden maar wat, vond ik.”

Ik gaf altijd alleen mijn mening als ik dacht dat ik gelijk had

Mick Matthys, Belg in Nederland

Het is een beeld dat terugkomt in zijn interviews. „Dé Nederlander, dé Belg, ze bestaan niet. Toch worden door opvoeding wel bepaalde gedragspatronen aangeleerd die bij de cultuur horen.” Nederlanders zijn vaak opener, assertiever, verbaler. Ze stellen meer – soms impertinente – vragen en worden van jongs af aan aangemoedigd een mening te vormen. Daar zijn de meesten van ons zich al wel bewust van, maar niet altijd van hoezeer het in onze cultuur is ingebakken. Het hebben van een mening – altijd en over alles – fungeert als manier om erbij te horen: „In Nederland levert het je iets op als je je op die manier profileert. Zelfs mijn buurman, die geen opleiding heeft gehad, heeft een duidelijke mening.”

Het verklaart de terughoudendheid van sommige Vlamingen ten opzichte van Nederlanders, zegt Matthys. „Er heerst vaak een soort aversie tegen die directe ‘Hollanders’.” Belgen zijn „bescheidener”, zegt hij. „Ik gaf altijd alleen mijn mening als ik dacht dat ik gelijk had.” Al kan je het soms misschien beter valse bescheidenheid noemen, aldus Matthys: Belgen brengen de boodschap subtieler, maar soms kan een ‘ja’ ook ‘nee’ betekenen. Handjeklap en vriendjespolitiek – veel mensen op hogere posities zijn bijvoorbeeld lid van de Vrijmetselarij – is in België normaler, zegt een van de geïnterviewden in het boek.

Wat bedoelt hij of zij precies?

Belgen zijn vaak cynischer en argwanender, waar Nederlanders meer vertrouwen in de goedheid van de ander hebben, aldus Matthys. Het geeft Belgen het strategische voordeel dat ze „een soort zintuig voor het tweede plan hebben, voor wat niet gezegd wordt. Wat zit hierachter? Waarom zegt hij dit op dit moment?” Nederlanders zijn daar slechter in: „Ze kunnen vaak niet zo goed tussen de regels lezen. Subtiliteiten ontgaan ze. Ze passen zich daardoor moeilijker aan en denken nogal eens: wij hebben het goed voor elkaar, dus dat moet richtinggevend zijn voor de wereld en anderen.”

Al is ook in Nederland, waar we denken zo direct, duidelijk, tolerant en progressief te zijn, niet alles wat het lijkt, merkte Matthys. Pronken met een dure auto, een extravagant huis of prestaties is in België vaak meer geaccepteerd dan in Nederland, en door onze neiging om alles te bediscussiëren raken organisatieveranderingen in bedrijven weleens geblokkeerd. Veel vaker dan in België werken Nederlandse vrouwen – al zijn ze mondiger – in deeltijd: 75 procent versus 44 in België. En dat veel vrouwen in Nederland de naam van hun echtgenoot aannemen vinden veel Belgen onbegrijpelijk. Vrouwen leveren zo symbolisch een deel van hun onafhankelijkheid in, schrijft Matthys in zijn boek

De voormiddag is niet aan het begin van de middag, maar de periode voor de middag – dus alles voor een uur of twaalf

„Ik heb ook de fout gemaakt juist té amicaal te zijn, zegt Matthys. Op de universiteit noemde je professoren bij hun voornaam, maar dat betekende niet dat alles kon. Ze stonden wel op hun status. Soms denk ik ook dat Nederlanders hun eigen mening nooit écht zeggen. Ik ben nu gewend te zeggen wat ik denk, maar dan op z’n Belgisch, met emotie. Voor Nederlanders komt dat soms weer agressief uit de hoek. Dat emotionele, daar hebben ze moeite mee.”

Voor de toneelvoorstelling geldt: niets zeggen en over iets anders beginnen of zelfs alleen een vraag stellen zou volgens Nederlandse culturele codes ongemakkelijk zijn. Het kan zelfs gelijkstaan aan: ik vond het niet goed. Maar in België? Matthys: „Ik ben ondertussen zo vernederlandst, ik zou ook mijn mening geven. Maar dat hoeft niet altijd. Dat viel hier denk ik fout. Stel de volgende keer eens een vraag.”

Mick Matthys:Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen.Belevenissen van buren over de grens. Amsterdam University Press, 252 blz. €19,99
    • Anouk van Kampen