‘Roze ouderen’ wonen liever met elkaar

Homoseksualiteit Lhbti-ouderen ondervinden nog altijd onbegrip. Daarom willen ze niet in een ‘gewoon’ ouderencomplex wonen, maar onder elkaar.

Openingsfeest met lhbti-bewoners van project Roze Hallen aan de Bilderdijkkade vorige week. „Ik kan hier echt mezelf zijn.” Foto’s Dominique Panhuysen

Een licht dementerende lesbische dame in een verpleeghuis wordt iedere dag aangekleed door de verzorgers. Ze trekken de vrouw niet – zoals ze vroeger zelf deed – stoere, maar juist „supervrouwelijke” kleding aan, zegt Josee Rothuizen (72). Voor de vrouw was die stoere look juist heel belangrijk. „Maar het personeel zei: ‘Wat maakt dat nou uit, ze is toch al dement’”, zegt Rothuizen, die voor haar werk als adviseur vaak in verpleeghuizen kwam. Haar punt: heteroseksualiteit is in de ouderenzorg nog steeds de norm.

Ze kent de verhalen uit de praktijk. Een „homoman uit de leerscene” wordt in een verpleeghuis compleet genegeerd en gediscrimineerd, zegt ze. En gesprekken in het verpleeghuis gaan al gauw over de man, kinderen en kleinkinderen – heb je die niet, dan ben je verdacht. Homoseksuelen belanden – het is haar schrikbeeld – in het verpleeghuis vaak ‘terug in de kast’. „Toen ik zestig was dacht ik: ik ga mijn oude dag goed regelen, het zal mij niet gebeuren dat ik eenzaam oud word.”

En daarom heeft Rothuizen (72, twee kinderen, gepensioneerd) zich vier jaar geleden samen met haar vrouw ingeschreven voor het project Roze Hallen in Amsterdam Oud-West. Dat is een appartementencomplex voor lhbti (lesbische vrouwen, homomannen, biseksuelen, transgenders en intersekse personen) 55-plussers, ook wel ‘roze’ ouderen genoemd. Afgelopen vrijdag is het complex aan de Bilderdijkkade, achter cultureel centrum De Hallen, officieel geopend door locoburgemeester Rutger Groot Wassink.

De Roze Hallen is een initiatief van OutForever, een vrijwilligerscollectief dat lhbti’ers helpt bij het zoeken van een woning. Het complex bestaat uit vijf verdiepingen met veertien appartementen en een gezamenlijke woonkamer. De bewoners – vijf stellen en negen singles, bijna allemaal 55-plussers – wonen er zelfstandig. In de gezamenlijke woonkamer op de begane grond zit eveneens een keuken, waar bewoners desgewenst gezamenlijk kunnen koken, feesten en vergaderen. Op het dak van het pand liggen ongeveer honderd zonnepanelen.

Het is allemaal energieneutraal, zegt Rothuizen, die, net als veel andere bewoners, oud hoopt te worden op deze plek. „Ik wil hier doodgaan.” In haar ruime woonkamer staan her en der nog verhuisdozen. De ontbijttafel ligt bezaaid met kranten en tijdschriften.

Aanleiding voor het project was een onderzoek uit 2006, vertelt ze. Homoseksuele ouderen kampten vaker met eenzaamheidsproblemen dan hetero leeftijdsgenoten. Er was enorme behoefte aan ontmoetingsplekken. En in veel verzorgingshuizen was de sfeer slecht. Roze ouderen hielden hun seksuele voorkeur vaak voor zich. En als gevraagd werd naar homoseksualiteit in het verzorgingshuis, zegt Rothuizen, reageerde het personeel altijd hetzelfde: „Nee, dat komt hier niet voor.”

Later onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit 2015 bevestigde de uitkomsten. Opnieuw bleek: roze ouderen lopen een groter risico op eenzaamheid. Ze hebben vaker geen (klein) kinderen of partner. Ook hebben ze een moeizamer relatie met familie en minder toegang tot mantelzorg.

Ongeveer acht jaar geleden is het Roze Loper-certificaat in het leven geroepen. Het keurmerk moet seksuele diversiteit in de zorg vergroten. Zorginstellingen krijgen het keurmerk als ze zich zichtbaar inzetten voor openheid over seksuele diversiteit. Medewerkers moeten letten op pesten en organiseren activiteiten die uitsluiting van lhbti-ouderen voorkomen. In acht jaar tijd zijn ongeveer 150 Roze Lopers uitgegeven. Ruim een kwart van de instellingen komt uit Amsterdam. Buiten de Randstad zijn nog maar weinig Roze Lopers uitgegeven.

De eerste positieve resultaten laten zich voorzichtig zien. Uit recent onderzoek van het SCP blijkt dat het percentage 70-plussers dat negatief over homo- en biseksualiteit denkt tussen 2006 en 2016 flink is gedaald. Had in 2006 nog één op de drie 70-plussers negatieve opvattingen over homoseksualiteit, tien jaar later is dat één op de tien. Ouderen denken nog steeds afwijzender over homoseksualiteit dan jongeren.

Toen in 2014 de woongroep Roze Hallen werd opgericht door de partner van Rothuizen was er gelijk veel interesse. De toekomstige bewoners deelden allen de behoefte om in een omgeving te wonen met andere homo’s en lesbo’s in de buurt, zegt Rothuizen.

Josee Rothuizen was 17 toen ze wist dat ze op vrouwen viel, vertelt ze. Ze ging naar de bibliotheek en las daar een boek over homoseksualiteit. Rothuizen: „Daar stonden alleen verhalen over zielige mensen in.” In 1980 verhuisde ze vanuit Nijmegen naar Amsterdam en wist direct: „Hier wil ik wonen”. In 2009 trouwde ze haar huidige vrouw – de moeder van Rothuizen kwam niet naar de huwelijksceremonie. En nog steeds zeggen mensen weleens tegen Rothuizen: ‘Oh ben je lesbisch, je ziet er zo gewoon uit’.

Dat Rothuizen nu tussen andere homo’s en lesbo’s woont geeft haar een veilig en vertrouwd gevoel, zegt ze. „Ik kan hier echt mezelf zijn.”

    • Martin Kuiper