Recensie

Over zo’n fijne zaak kunnen we alleen maar jubelen

Het was de eerste regenachtige dag na een zinderende zomer en het was ook voor het eerst sinds de start dit voorjaar dat Pompet leeg zat. Maar ondanks de regen was het uitzicht op het duistere Noorderpark met de druipende bomen romantisch. „We begonnen een restaurant, maar we kregen een strandtent”, vertrouwt de sommelier ons toe als we hem vragen de deur te sluiten omdat het binnen fris is. Bij Pompet (van de jongens van HotMamaHot, die ook de sterren van de hemel kookten in voormalig pop-up-restaurant Dum Dum Palace op de Zeedijk) is geen verwarming, daar wordt nog aan gewerkt. Een grote houtkachel wordt het, geheel in stijl van het interieur met veel ruig hout, vintage schoolstoelen en kaarsen.

Het ‘winterrestaurant’ zal verschillen van hoe het tot nu toe is, want in de zomer zat het grote terras constant vol en moest de menukaart worden beperkt om alle monden te kunnen voeden. Nu zoekt Pompet naar ‘diepgang’ en de kaart wordt uitgebreid. Het is rustig en we krijgen alle aandacht, in eerste instantie een Engelstalige jongen die moeite doet een woordje Nederlands te spreken en vooral heel vriendelijk is.

We nemen het menu van de dag (27,50 voor drie gangen), de één kiest voor een vlees- en visloos hoofdgerecht, de ander probeert de kou met een flink stuk vlees te verjagen. We worden meteen blij van de wijnkaart: goed gekozen wijnen, waaronder enkele natuurwijnen zoals de witte van Domaine de Rapatel (6,-) en de Chateau Cambon (7,50). Chateau Cambon is een van de wijnen van de founding father van vin nature in Frankrijk, Marcel Lapierre. Het is een zachte, soepele Beaujolaiswijn van gamaydruiven, die tot diep in de wijnstok natuurlijk is, maar niet echt zo smaakt. Wij zijn er fan van! De witte van Domaine de Rapatel in de Rhône (6,-) is iets funkier, maar prettig avontuurlijk met het opmerkelijke trio druiven bourboulenc, roussanne en chasan. Later schakelen we over naar de rode van Domaine de Rapatel (6,-), waarin maar liefst vijf druiven zitten (cabernet sauvignon, carignan, cinsault, merlot, grenache) – een woest avontuur.

Foto Daniel Niessen

Ons diner start met een bisque van langoustines met een krokante gamba. Dat krokante komt omdat ie met kataifi is omwikkeld, een gefrituurd nestje van draadjesdeeg. De bisque zelf is hoog op smaak, de rode peper is niet geschuwd, we herkennen een scheut Pastis, er drijven naast een langoustine fijngesneden sliertjes venkel en waterkers in… een voortreffelijke soep, het enige wat we missen zijn croutons of brood met rouille.

Het hoofdgerecht van de carnivoor is buikspek met gebakken witlof en pastinaak. Het buikspek is niet te dik, wel zachtjes gegaard en, zoals het hoort, van buiten krokant. De begeleidende witlof is een wonder van eenvoud, door het bakken gekaramelliseerd, dat maakt het verslavend lekker. De pastinaakpuree is zacht en smeuïg.

Net zo’n gul en herfstig gerecht is de spätzle, gebakken met paddenstoelen, afgetopt met crème fraîche met bieslook en daarnaast geroosterde pompoen met reblochon, een Franse, rauwmelkse korstkaas met een beetje nootachtige smaak. Spätzle is een Zuid-Duitse noedelsoort (ook wel in Oostenrijk, Hongarije en Zwitserland), niks meer dan bloem, ei, water en zout. Deze is na het koken waarschijnlijk in de oven of koekenpan geweest en knalt eruit door de paddenstoelen.

Het dessert is crème brûlée. Technisch en qua smaak pico bello en voorzien van een granité van verse bosvruchten. We nemen er een glas Vin Jaune bij (9,-), ‘gele wijn’ uit Spanje die een speciale vinificatie ondergaat, waardoor je een bescheiden zoetje proeft.

Op de valreep bezoeken we het privaat – dát hadden we beter kunnen laten, want het lijkt op een in een studentenhuis. Verder kunnen we alleen maar jubelen over zo’n sympathieke, vriendelijke en smaakvolle zaak, waar we zeker hartje winter nog eens terugkomen voor een goed bord eten.

Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.