‘Niets doen is moeilijk voor politici’

Hoorzitting Syrië

Zat Nederland fout met het leveren van materieel aan Syrische rebellen? Experts zijn begripvol, maar de coalitie is kritisch.

Koos van Dam (rechts) tijdens de hoorzitting over de Nederlandse steun aan gewapende Syrische oppositie. Foto Lex van Lieshout/ANP

„Buitenlandse interventies leiden bijna altijd tot rampen.” Voormalig Syrië-gezant Koos van Dam valt meteen met de deur in huis tijdens de speciale Syrië-hoorzitting, donderdag in de Tweede Kamer. En hij schept meteen een hoop verwarring: vond Van Dam het nou wel of geen goed idee dat Nederland gematigde Syrische rebellen steunde met niet-militaire spullen, zoals generatoren, medische kits en pick-uptrucks?

Kamerleden spraken donderdag een middag en avond met deskundigen om meer te weten te komen over de omstandigheden waaronder Nederland tussen juli 2015 en april 2018 non-lethal assistance (NLA) leverde aan verschillende strijdgroepen in Syrie. Aanleiding is recente berichtgeving van Nieuwsuur en Trouw die melden dat de gematigde rebellen die Nederland steunde in werkelijkheid terroristen en mogelijk zelfs jihadisten zouden zijn – of met extreem gewelddadige strijdgroepen samenwerkten.

Koos van Dam probeert het nog eens: in het algemeen is hij tegen interventies, zelfs tegen een regime als dat van de Syrische president Assad. Het eindresultaat van zulke bemoeienis is, hoe goedbedoeld ook, altijd nóg meer doden. „Maar voor politici in democratieën is niets doen altijd heel moeilijk.” En als de oorlog eenmaal begonnen is dan „moet je die mensen helpen”. Dus ja, zegt Van Dam: de Nederlandse steun aan Syrische rebellen was „volledig terecht”.

De Kamerleden houden het beschaafd en bewaren hun verbale vuurwerk voor het debat van aanstaande dinsdag, met VVD-minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken. Toch heeft de kwestie spanning gezet op de regeringscoalitie, zo blijkt in een korte maar venijnige woordenwisseling tussen Joël Voordewind (ChristenUnie) en Sven Koopmans (VVD).

Dat het CDA en de ChristenUnie net doen alsof ze altijd al tegen het NLA-programma waren, valt slecht bij de VVD, de partij waarvan de minister nu in de schijnwerpers staat. In een van zijn vragen wijst Koopmans erop dat het CDA en de ChristenUnie ooit ook zulke steun hadden willen geven, alleen aan een andere strijdgroep: de door de christelijke partijen „aanbevolen” Koerdische YPG. De VVD was óók voor, snauwt Voordewind terug.

Hoogleraar volkerenrecht André Nollkaemper wil zich tijdens het debat niet uitlaten over de vraag of Nederland met de steun aan gematigde rebellen het non-interventieprincipe heeft geschonden. „Dat is een brug te ver voor mij.” Wel vindt hij dat Nederland „tegen de grenzen van het volkerenrecht is gebotst”. Een wagen leveren, dat klinkt onschuldig. Totdat je er een wapen op monteert. Het argument dat moest worden ingegrepen vanwege de moorddadigheid van Assad, gaat niet op, legt hij uit. „Een staat die niets doet, ook bij hele ernstige genocide, handelt niet in strijd met het volkerenrecht.”

Nollkaempers visie botst ook met de harde werkelijkheid van oud-diplomaat Van Dam. Als gematigde rebellen met extremistische groepen samenwerkten, dan waren dat vrijwel altijd „gelegenheidscoalities” tegen terreurgroep IS, zegt hij. „Als ze samen op een heuvel zitten en IS valt aan dan gaan ze niet zeggen: ik wil om principiële redenen niet samenwerken.” De oud-diplomaat brengt ook in herinnering dat Assad zelf het meeste bloed aan zijn handen heeft.

Carla Del Ponte, voormalig VN-hoofdaanklager en tot vorig jaar lid van de VN-onderzoekscommissie voor Syrië, zei eerder nog desgevraagd tegen Nieuwsuur dat ze „geschokt” is dat Nederland steun leverde aan strijdgroepen waarvan duidelijk was dat ze mensenrechten schonden. Donderdag op de hoorzitting klinkt ze een stuk minder uitgesproken: „Ik ga er niets over zeggen, ik weet het gewoon niet.”

Joost Hiltermann van de internationale organisatie International Crisis Group noemt de rebellenwereld „complex, steeds veranderend en fluïde”. Hiltermann meent dat hulp aan groepen in gebieden die onder controle van rebellen staan „nuttig” kan zijn, vooral als die bijdraagt tot beter lokaal bestuur en politie. De mensen in die gebieden worden zo geholpen hun leven op een normale manier voort te zetten, zegt hij. „Zij verdienen steun.”

‘Strakkere monitoring’

Vlak voor de hoorzitting erkent minister Blok in een brief dat „de ervaringen overziend” een „strakkere monitoring” van het hulpprogramma „op zijn plaats zou zijn geweest”. Hij benadrukt nog eens dat uitvoering van dit soort programma’s in conflictgebieden altijd moeilijk is en met risico’s gepaard gaat: „In hoeverre deze risico’s opwegen tegen de potentiële winst die met dergelijke programma’s behaald kan worden, is een afweging die keer op keer afzonderlijk gemaakt moet worden, ook politiek.”

Blok blijft erbij dat de Kamer de afgelopen jaren voldoende is geïnformeerd. Ook ontkent hij dat er ongecontroleerd steun is verleend aan strijdgroepen in Syrië. „Voor alle geselecteerde groepen heeft gegolden dat zij gescreend en beoordeeld waren door naaste bondgenoten”, stelt Blok. Uit de antwoorden blijkt dat Nederland ook over eigenstandige informatie beschikte over de groepen die werden gesteund. Deze kwam van rapportages van de militaire inlichtingendienst MIVD en de nationale inlichtingendienst AIVD.

In zijn antwoorden zegt Blok dat het hulpprogramma eveneens „relevant” was voor het veiligheidsbeleid van Nederland en zijn bondgenoten. Het programma was mede bedoeld om te voorkomen dat gematigde strijders zouden overlopen naar jihadistische of extremistische groeperingen. In het debat van volgende week zal moeten blijken of de Tweede Kamer hem hierin volgt.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: Waarom Nederlandse oorlogsmissies nooit gaan zoals verwacht
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.
    • Stéphane Alonso
    • Floris van Straaten
    • Mark Kranenburg