Multinationals voor Nederlandse rechter

Massaclaims

Beleggers verloren veel geld door fraude bij Steinhoff (Zuid-Afrika) en Petrobras (Brazilië). Dat mogen ze in Nederland verhalen.

Petrobras en Steinhoff ervaren de keerzijde van het zonnige Nederlandse vestigingsklimaat: een (dochter)vestiging hier betekent ook aansprakelijkheid hier. Foto Pilar Olivares/Reuters

Bijna 10.000 kilometers scheiden Amsterdam van de hoofdkantoren van Petrobras in Brazilië en Steinhoff in Zuid-Afrika. Maar juridisch gezien stelt de afstand niets voor, bleek de voorbije dagen. Zowel de Braziliaanse oliemaatschappij als het Zuid-Afrikaanse meubelconcern moet zich opmaken voor omvangrijke schadeprocedures in Nederland.

Woensdag oordeelde de rechtbank in Amsterdam dat zij bevoegd is om een collectieve schadeclaim van beleggersclub VEB tegen Steinhoff te behandelen. Een kleine week eerder kwam de Rotterdamse rechter al tot dezelfde conclusie in een zaak tegen Petrobras, aangespannen door de Nederlandse Stichting Petrobras Compensation Foundation.

De casussen lijken sterk op elkaar. In beide gevallen eisen voornamelijk buitenlandse beleggers in Nederland compensatie voor vermeende miljardenverliezen die zij leden door fraudeschandalen.

Lees ook: Petrobras, symbool voor al het slechte

Bij Petrobras ging het om een geruchtmakende corruptieaffaire waarin het semi-staatsbedrijf de spil vormde. Managers van de Braziliaanse oliemaatschappij lieten zich jarenlang door leveranciers, bouw- en offshorebedrijven betalen in ruil voor opdrachten – een omkopingspraktijk waar onder meer het Nederlandse SBM Offshore zich schuldig aan heeft gemaakt. De beurskoers kreeg een dreun toen de zaak in 2014 aan het licht kwam, ook al omdat Petrobras zwaar moest afschrijven op zijn bezittingen. Het bedrijf had kunstmatig hoge prijzen gefactureerd om steekpenningen te verdoezelen.

Dan Steinhoff. Aandeelhouders van de Zuid-Afrikaanse meubelverkoper zagen de waarde van hun stukken in december vorig jaar verschrompelen toen Steinhoff bekendmaakte dat het een boekhoudfraude had ontdekt. Ook in dit geval liep de schade in de miljarden en eisen beleggers genoegdoening.

Zonnig vestigingsklimaat

Vraag is natuurlijk: wat moet de Nederlandse rechter hiermee? Het simpele antwoord is dat Steinhoff en Petrobras de keerzijde ervaren van het zonnige vestigingsklimaat in Nederland. Vermoedelijk aangetrokken door een gunstig fiscaal regime en voorspelbaar juridisch systeem heeft Petrobras meerdere Nederlandse dochterondernemingen, terwijl Steinhoff statutair zelfs in Amsterdam is gevestigd. Dat betekent dat ze in principe ook hier aansprakelijk gesteld kunnen worden. De verweren van de twee bedrijven, die er vooral op neerkwamen dat in andere landen óók al schadeprocedures lopen en in het geval van Petrobras zelfs een miljardenschikking is getroffen in de VS, vond de rechter niet doorslaggevend.

Wat blijft er over na een koersval van 98 procent bij Steinhoff?

Daarbij speelt mee dat Nederland bijzondere mogelijkheden biedt om internationale, collectieve schadeprocedures af te handelen dankzij de Wet collectieve afwikkeling massaschade (Wcam). Die geeft het Amsterdamse gerechtshof de bevoegdheid een schikking wereldwijd verbindend te verklaren, zelfs als er nauwelijks sprake is van Nederlandse betrokkenheid. Deze zomer nog verklaarde de Amsterdamse rechter een miljardenschikking tussen de rechtsopvolger van bankverzekeraar Fortis en zijn voormalige aandeelhouders algemeen verbindend. Een ander voorbeeld is een schikking die Shell in 2009 trof met beleggers.

Buitenlandse aandeelhouders kiezen daarom graag voor Nederland voor schadeprocedures, soms gefinancierd door weer andere beleggers in ruil voor een percentage van de opbrengst. Naast Petrobras en Steinhoff hebben Nederlandse claimclubs hun pijlen gericht op onder meer Volkswagen (vanwege de sjoemeldiesels) en de oliemaatschappij BP (vanwege de olieramp in de Golf van Mexico).

Lobbyclubs als de US Chamber of Commerce waarschuwden eerder dat Nederland „een hub” dreigt te worden voor wereldwijde massaclaims en daarmee bedrijven afschrikt. Onzin, vindt de Tilburgse hoogleraar massaschade Ianika Tzankova, die „een beetje moedeloos” wordt van de Amerikaanse kritiek. Ze wijst erop dat bedrijven een algemeen verbindend-verklaring van een schikking vaak juist toejuichen, omdat ze zo in één klap van alle procedures af zijn. Bovendien heeft de Nederlandse rechter uitsluitend iets te zeggen over bedrijven met een vestiging in Nederland. Hebben ze die niet, dan moeten gedupeerden aannemelijk maken dat zij in Nederland schade hebben geleden.

Dat is nog niet eenvoudig, bleek in de zaak die de VEB voert tegen BP, dat net als VW niet in Nederland zit. Tot twee keer toe verklaarde de rechter zich al onbevoegd. De beleggersclub rest nog één beroepsmogelijkheid.

    • Joris Kooiman