Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Fijn onder elkaar wat belangen vermengen

De Eerste Kamer onderzoekt de eigen integriteitsregels, meldde de NOS. Dit verraste me even. Je zou denken dat een hoog college van staat, belast met toetsing van regels voor het hele land, de eigen regels wel op een rijtje heeft. Zeker een college dat zijn bestaansrecht ontleent aan de doorleefde inzichten van zijn leden.

Dus ik belde de Kamer, en ik begreep dat het vooral om een ‘inventarisatie’ van regels gaat, alsmede een lange vergadering over integriteit met alle fractievoorzitters. Geen onderzoek – een publicitair goedmakertje.

Want deze week had je het zoveelste geval van mogelijke belangenvermenging door een senator. Het bedrijf van Anne-Wil Duthler (VVD), melddeFollow The Money (FTM), gaf advies aan het ministerie van VWS over invoering van de wet waarmee het vorige kabinet zorgtaken afstootte, de WMO. Duthler stemde later voor de wet. Wim Voermans, de Leidse hoogleraar staatsrecht, vertelde FTM dat ze ‘de schijn van belangenverstrengeling’ heeft gewekt.

De WMO was gezien de beoogde miljardenbezuiniging cruciaal voor Rutte II. Deskundigen voorzagen dat er doden zouden vallen omdat het kabinet te veel haast met de wet maakte.

Een senator die het kabinet daarover destijds adviseerde (al was het punt ondergeschikt: privacy) is vergelijkbaar met een senator die nu het kabinet adviseert over een aspect van de dividendmaatregel. Je hoeft geen professor in de politicologie te zijn om te zien dat dit niet handig is.

Toch zit er een onwerkelijk aspect aan deze zoveelste rel. De Eerste Kamer, bestaande uit alleen deeltijdpolitici, is al jaren onderwerp van kritisch integriteitstoezicht vanuit de Raad van Europa. Wie de databanken induikt kan stapels aanbevelingen over gedragscodes, nevenfuncties en andere goede bedoelingen vinden. Ze zijn voor een deel overgenomen.

Maar cruciaal is dat de senaat nooit bepaalde (advies)functies onverenigbaar heeft verklaard met die van een Eerste Kamerlid. De kiezer mag belangenvermenging volledig verwerpen – in de senaat is dat altijd officieel toegestaan gebleven. Sommige fracties verbieden het. Maar dat is alles.

Dus dit gaat niet over het Kamerlid Duthler, dit gaat over de senaat zelf. Want als een instituut, door de politisering toch al uitgehold, zover achterloopt bij de publieke moraal, moet misschien de oude vraag terugkeren: opheffen?

Christen-democraten en liberalen hechten traditioneel het meest aan het instituut. Misschien moeten zij Thorbecke eens herlezen, die al rond de grondwetsherziening van 1848 vaststelde dat die hele Eerste Kamer wat hem betreft „zonder grond en zonder doel” is.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi

    • Tom-Jan Meeus